RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/751704-17 RK nummer: 17/7167 Datum uitspraak: 17 februari 2022 UITSPRAAK op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 9 november 2017 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 31 mei 2017 door de Central Office for Criminal Investigation and Prosecution (Portugal) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1983, ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres: [BRP-adres] , hierna te noemen de opgeëiste persoon. 1Procesgang Zitting 14 augustus 2018 De vordering is behandeld op de openbare zitting van 14 augustus
- Het onderzoek heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. M. Diependaal. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman, mr. F.P. Slewe, advocaat te Amsterdam. De behandeling van het EAB is aangehouden voor onbepaalde tijd, teneinde de officier van justitie in de gelegenheid te stellen om vragen te stellen aan de Portugese autoriteiten. Zitting 17 februari 2022 Het onderzoek is hervat op de openbare zitting van 17 februari 2022 in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. K. van der Schaft. De opgeëiste persoon is niet verschenen. De raadsman van de opgeëiste persoon, mr. F.P. Slewe, advocaat te Amsterdam, is wel verschenen. 2Identiteit van de opgeëiste persoon De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Nederlandse nationaliteit heeft. 3Ontvankelijkheid officier van justitie Standpunt van de verdediging De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard dient te worden omdat de SIS-signalering van de opgeëiste persoon al geruime tijd is ingetrokken en de beslistermijn inmiddels ruimschoots is verstreken. Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat hij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn vordering omdat, hoewel de Portugese autoriteiten het EAB nog niet definitief hebben ingetrokken, de signalering van de opgeëiste persoon op 26 juni 2020 is ingetrokken. Oordeel van de rechtbank Uit de intrekking van de SIS-signalering leidt de rechtbank af dat de uitvaardigende justitiële autoriteit het EAB niet wenst te handhaven, ook al heeft nog geen definitieve intrekking van het EAB plaatsgevonden. De rechtbank is – met de officier van justitie en de raadsman – dan ook van oordeel dat uit het voorgaande volgt dat de officier van justitie niet-ontvankelijk is in de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB. 4Beslissing VERKLAART de officier van justitie NIET-ONTVANKELIJK in de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB. STELT VAST dat de – geschorste – overleveringsdetentie is beëindigd. Aldus gedaan door mr. M. van Mourik, voorzitter, mrs. M.T.C. de Vries en C.M. Delstra, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.A.B. Fransen, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 17 februari
- Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.