Rechtbank Amsterdam – ECLI:NL:RBAMS:2022:2509
RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht zaaknummer: 9721799 \ KK EXPL 22-125 vonnis van: 7 maart 2022 func.: 515 vonnis van de kantonrechterkort geding I n z a k e [eiseres] , wonende te [woonplaats] , eiseres, nader te noemen: [eiseres] , gemachtigde: mr. A. Frederiksen, t e g e n de besloten vennootschap WPNL - III B.V., gevestigd te Schiphol, gedaagde, nader te noemen: WPNL – III, gemachtigde: mr. R. Verheij.
VERLOOP VAN DE PROCEDURE Bij dagvaarding van 3 maart 2022, met producties, heeft [eiseres] een voorziening gevorderd.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 7 maart 2022. [eiseres] is in persoon verschenen via een online verbinding. Haar gemachtigde is verschenen. WPNL - III is verschenen bij haar gemachtigde. Partijen hebben op voorhand stukken in het geding gebracht. Partijen hebben ter zitting hun standpunten toegelicht, namens WPNL-III mede aan de hand van een overgelegde pleitnota. Na verder debat is vonnis gevraagd en is een datum voor vonnis bepaald.
GRONDEN VAN DE BESLISSING Uitgangspunten 1. Als uitgangspunt geldt het volgende.
1.1.
Bij huurovereenkomst van 7 maart 2021 heeft WPNL-III aan [naam] de woning verhuurd aan de [adres] , hierna de woning. De huurprijs bedraagt € 1.675,00 per maand. In de huurovereenkomst is als einddatum 8 maart 2022 opgenomen.
1.2.
Bij schriftelijke huurovereenkomst van 30 juni 2021 heeft [eiseres] van [naam] met ingang van 1 juli 2021 tot 1 augustus 2022 de woning gehuurd.
1.3. [eiseres] heeft zich ingeschreven op de woning bij de Gemeentelijke Basisadministratie.
1.4.
Vanaf oktober 2021 heeft [eiseres] huur overgemaakt aan WPNL-III.
1.5.
WPNL-III heeft in een brief aan [naam] bericht dat zij de huurovereenkomst niet wenst te verlengen en dat de huur per 8 maart 2022 zal eindigen.
1.6.
Op 21 februari 2022 heeft WPNL-III de sloten van de woning veranderd en een briefje op de voordeur geplakt.
1.7.
Door [eiseres] is op 21 februari 2022 telefonisch contact opgenomen met de gemachtigde van WPNL-III.
1.8.
Bij brief van 24 februari 2022 heeft de gemachtigde van WPNL-III bericht dat er geen juridische band is tussen [eiseres] en WPNL-III en dat daarom de woning is ontruimd en haar bezittingen zijn opgeslagen.
1.9.
Bij e-mail van 26 februari 2022 heeft de gemachtigde van WPNL-III aan de gemachtigde van [eiseres] bericht dat WPNL-III de huurovereenkomst van [eiseres] niet respecteert. Verder wordt in de e-mail bericht dat WPNL-III bereid is de kosten voor verhuizing binnen de regio Amsterdam zal vergoeden.
1.10. [eiseres] verblijft thans in India.
Vordering 2. [eiseres] vordert dat WPNL - III bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeeld zal worden om [eiseres] met onmiddellijke ingang het genot van de woning te verschaffen onder afgifte van de sleutels. Verder vordert [eiseres] om WPNL-III de toegang tot het gehuurde zonder toestemming van [eiseres] te verbieden, een en ander op verbeurte van een dwangsom. Verder vordert [eiseres] veroordeling van WPNL-III tot betaling van € 1.000,00 als voorschot op een schadevergoeding. Ten slotte vordert [eiseres] veroordeling van WPNL-III in de kosten van dit geding.
Verweer 4. WPNL - III voert aan dat zij slachtoffer is geworden van de oplichting waarvan ook [eiseres] het slachtoffer is geworden. WPNL-III heeft een huurovereenkomst gesloten met [naam] die op 8 maart 2022 zou eindigen. Op 28 januari 2022 heeft WPNL-III aan [naam] bericht dat de huurovereenkomst niet zou worden verlengd. Op 21 februari 2022 heeft een medewerker van WPNL-III vastgesteld dat er niemand in de woning aanwezig was en het slot veranderd, ook omdat de huur voor februari 2022 niet was betaald. Op 21 februari 2002 werd zij telefonisch benaderd door een onbekende vrouw die vertelde dat zij bewoonster was van de woning. Vervolgens heeft WPNL-III besloten om de woning te ontruimen en de daar aanwezige goederen op te slaan. Zij heeft geprobeerd haar schade aldus te beperken. Het ontgaat WPNL-III waarom verhuiskosten worden gevorderd, nu WPNL-III al eerder heeft aangeboden deze kosten te vergoeden. WPNL-III betwist de verschuldigdheid van schade of andere kosten.
Beoordeling 5. In dit kort geding dient te worden beoordeeld of de in deze zaak aannemelijk te achten omstandigheden een ordemaatregel vereisen dan wel of de vordering van [eiseres] in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen heeft dat het gerechtvaardigd is op de toewijzing daarvan vooruit te lopen door het treffen van een voorziening zoals gevorderd. Het navolgende behelst dan ook niet meer dan een voorlopig oordeel over het geschil tussen partijen.
BESLISSING De kantonrechter: veroordeelt om [eiseres] na betekening van dit vonnis onmiddellijk het genot van het gehuurde te verschaffen door haar vrije toegang te verschaffen tot de woning aan de [adres] en tot afgifte van de sleutels van de woning, op verbeurte van een dwangsom van € 500,00 voor iedere dag dat WPNL-III nalaat aan deze veroordeling te voldoen met een maximum van € 10.000,00: veroordeelt WPNL-III tot betaling van € 1.000,00 als voorschot op de aan [eiseres] toekomende schadevergoeding; veroordeelt WPNL-III in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van [eiseres] begroot op:exploot € 125,03salaris € 374,00griffierecht € 86,00 -----------------totaal € 585,03voor zover van toepassing, inclusief btw; veroordeelt WPNL-III in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 62,00 aan salaris gemachtigde, een en ander voor zover van toepassing inclusief btw; verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad; wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. E. Pennink, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 7 maart 2022 in tegenwoordigheid van de griffier.