moet verweerder dit doen binnen twee weken na het verzenden van deze uitspraak. Alleen in bijzondere gevallen kan de rechtbank een andere termijn bepalen. In dit geval ziet de rechtbank aanleiding om bijzondere omstandigheden aan te nemen en van de standaardtermijn van twee weken af te wijken. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivatie. In algemene zin geldt dat er een zeer groot aantal aanvragen voor herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag bij verweerder zijn binnen gekomen, veel meer dan voorzien was. Deze aanvragen dienen allemaal met een grote zorgvuldigheid te worden beoordeeld. Verweerder heeft in het verweerschrift van 7 april 2022 de herbeoordelingsprocedure beschreven en de rechtbank geïnformeerd dat op 14 april 2022 een vooraankondiging aan eiseres wordt verzonden. Eiseres heeft daarna een termijn van zes weken om hierop te reageren. Daarna heeft verweerder twee weken nodig om een beslissing te nemen. Verweerder heeft de rechtbank daarom verzocht om een nadere termijn van acht weken vast te stellen. Eiseres heeft zich in een reactie hierop gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Deze omstandigheden rechtvaardigen naar het oordeel van de rechtbank in dit geval een beslistermijn van acht weken, gerekend vanaf het moment van het versturen van de aankondiging op 14 april 2022. Dit betekent dat verweerder dus uiterlijk op 9 juni 2022 (acht weken na 14 april 2022) een beslissing op het verzoek van eiseres moet nemen. 7. De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:55d, tweede lid,
en in overeenstemming met het landelijke beleid (gepubliceerd op www.rechtspraak.nl) dat verweerder een dwangsom van € 100,- verschuldigd is voor elke dag waarmee de hiervoor genoemde termijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,-.
:12, tweede lid,
:17
:18, eerste lid,
:55d, eerste en derde lid,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.