beschikking RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd zaaknummer / rekestnummer: C/13/716025 / FA RK 22-2120 Beschikking van 20 mei 2022 betreffende benoeming bijzondere curator (art. 1:250 BW) [de moeder] , wonende te [woonplaats 1] , hierna te noemen moeder, advocaat mr. M.C. Rosier te Amsterdam, tegen [de vader] , wonende te [woonplaats 2] , hierna te noemen de vader, advocaat mr. M. van Riet-Holst te Utrecht. Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend: de Raad voor de Kinderbescherming,regio Amsterdam,locatie Amsterdam,hierna te noemen: de Raad. Als belanghebbende is aangemerkt: - de gecertificeerde instelling Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering, locatie [locatie] . 1De procedure 1.
- Bij beschikking van 19 mei 2022 heeft de rechtbank het verzoek van de moeder tot het treffen van een provisionele voorziening afgewezen. De behandeling van de verzoeken in de bodemzaak en betreffende de verlening van de ondertoezichtstelling zijn aangehouden tot de zitting van 17 juni
- Op die zitting wordt ook het verzoek van de moeder tot vervangende toestemming voor reizen naar Marokko deze zomervakantie behandeld. 1.
- De rechtbank verwijst naar deze beschikking voor het procedurele verloop van de zaken. 2De feiten 2.
- Partijen zijn gehuwd op 24 juli
- Hun huwelijk is op 17 december 2019 ontbonden door inschrijving van de echtscheidingsbeschikking van de rechtbank Den Haag van 4 december 2019 in de registers van de burgerlijke stand. 2.
- Uit het huwelijk zijn geboren: [minderjarige 1], geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedatum 1] 2015; [minderjarige 2], geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedatum 2] 2012; [minderjarige 3] , geboren te [geboorteplaats 2] op [geboortedatum 3]
- Partijen oefenen gezamenlijk het gezag uit. 3De beoordeling De rechtbank heeft, op de gronden zoals opgenomen in de beschikking van 19 mei 2022, aanleiding gezien om mevrouw A. van Teijlingen tot bijzondere curator te benoemen. De rechtbank heeft hiertoe op 18 mei 2022 telefonisch contact met haar gehad. Zij heeft geen belemmering gezien voor haar benoeming en heeft zich bereid verklaard de benoeming te aanvaarden. Daarnaast heeft de bijzondere curator aangegeven op korte termijn het onderzoek te kunnen starten en op de zitting van 17 juni 2022 aanwezig te kunnen zijn. De rechtbank zal de bijzondere curator vragen in brede zin te onderzoeken wat thans in het belang van de minderjarigen is, in het licht van de verzoeken van de moeder zoals die voorliggen in de bodemzaak. De bijzondere curator wordt benoemd over meerdere minderjarigen. Aannemelijk is echter dat ten aanzien van ieder kind verschillende rechtsbelangen spelen, waarmee de bijzondere curator rekening dient te houden. De rechtbank zal de bijzondere curator de beschikking en stukken uit de provisionele voorziening en bodemzaak doen toekomen, zodat zij voldoende voorgelicht is. Op grond van het vorenstaande beslist de rechtbank als volgt. 4De beslissing De rechtbank: - benoemt tot bijzondere curator over voornoemde minderjarigen: mevrouw Anneke van Teijlingen, kantoorhoudende te [kantoorplaats] ; e-mail: [e-mailadres] telefoonnummer: [telefoonnummer] ; - verzoekt de bijzondere curator zo spoedig als mogelijk aan de rechtbank schriftelijk verslag te doen van haar bevindingen en daarbij een standpunt over de verzoeken in te nemen, zo mogelijk voor de zitting van 17 juni 2022, en anders in ieder geval mondeling ter zitting van 17 juni 2022; - houdt de zaak aan tot de mondelinge behandeling van 17 juni 2022, zulks in afwachting van voornoemd verslag; - behoudt zich iedere verdere beslissing voor. Deze beschikking is gegeven door de rechter mr. M.M. Breugem, tevens kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. T.E. Meijer, griffier, op 20 mei
- Voor zover tegen de beschikking hoger beroep openstaat kan dit via een advocaat worden ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam (IJdok 20 / Postbus 1312, 1000 BH).Het beroep moet worden ingesteld:- door de verzoeker en degene aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;- door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.