← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2022:3254

RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/751704-21 RK nummer: 21/3685 Datum uitspraak: 3 mei 2022 UITSPRAAK op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 1 juli 2021 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 13 oktober 2020 door de District Court in Rzeszów (Polen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] , geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1988, opgegeven verblijfsadres: [verblijfadres] , hierna te noemen de opgeëiste persoon. 1Procesgang Zitting 10 augustus 2021 De vordering is behandeld op de openbare zitting van 10 augustus

  1. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. M. Westerman. De opgeëiste persoon – aanwezig via een videoverbinding – is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. E. Kolokatsi, advocaat te Amersfoort en door een tolk in de Poolse taal. Tussenuitspraak 24 augustus 2021 De rechtbank heeft het onderzoek heropend en voor onbepaalde tijd geschorst in afwachting van de nog te stellen prejudiciële vragen inzake de Poolse rechtsstaatsproblematiek. Op grond van artikel 22, derde lid, OLW heeft de rechtbank de termijn waarbinnen zij op grond van het eerste lid van dit artikel uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen. Zitting 3 mei 2022 De rechtbank heeft de behandeling van de vordering hervat op de openbare zitting van 3 mei
  2. Het onderzoek heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. M. Westerman. De opgeëiste persoon en zijn raadsvrouw, mr. E. Kolokatsi, advocaat te Amersfoort, zijn niet verschenen. 2Identiteit van de opgeëiste persoon De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Poolse nationaliteit heeft. 3Ontvankelijkheid van de officier van justitie Nu de uitvaardigende justitiële autoriteit het EAB heeft ingetrokken, heeft de officier van justitie gevorderd niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering. De rechtbank verenigt zich met dit standpunt en zal de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaren in de vordering. 4Beslissing VERKLAART de officier van justitie NIET-ONTVANKELIJK in de vordering van 1 juli 2021 tot het in behandeling nemen van het EAB. Aldus gedaan door mr. J.G. Vegter, voorzitter, mrs. J.A.A.G. de Vries en R. Godthelp, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.A. Dijk, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 3 mei
  3. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.