RECHTBANK AMSTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: AMS 22/954 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 juni 2022 in de zaak tussen [eiseres] , te Amsterdam, eiseres (gemachtigde: mr. M. Koolhoven), en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder ( [Gem. verweerder] ). Procesverloop De eerdere procedure Met een besluit van 30 september 2019 (het primaire besluit I) heeft verweerder eiseres per 7 oktober 2019 een loongerelateerde WGA-uitkering toegekend bij een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80-100%. Met een besluit van 25 oktober 2019 (het primaire besluit II) heeft verweerder besloten dat de loongerelateerde WGA-uitkering van eiseres eindigt op 30 december 2019 en dat zij vanaf die datum in aanmerking komt voor een WGA-loonaanvullingsuitkering bij een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80-100%. Met een besluit van 15 mei 2020 heeft verweerder de bezwaren van eiseres tegen de primaire besluiten gegrond verklaard. Verweerder heeft daarbij de primaire besluiten herroepen en beslist dat eiseres per 7 oktober 2019 voor 62,36% arbeidsongeschikt wordt geacht en per 15 mei 2020 voor 62,71%. Deze rechtbank heeft bij uitspraak van 20 oktober 2021 het beroep van eiseres tegen het besluit van 15 mei 2020 gegrond verklaard, het besluit van 15 mei 2020 vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak (zaak AMS 20/2971). De huidige procedure Met een besluit van 12 januari 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder een nieuwe beslissing op bezwaar genomen en de primaire besluiten I en II beslissingen in stand gelaten. Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. De zaak is behandeld op een zitting van 11 mei 2022. Eiseres is niet verschenen en heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen Wat aan deze procedure voorafging 1. Eiseres was laatstelijk werkzaam als junior expert en cataloger bij [werkgever] voor 32 uur per week. Vanwege faillissement van deze werkgever heeft eiseres per 18 augustus 2017 een WW-uitkering ontvangen. Op 9 oktober 2017 heeft eiseres zich vanuit de WW ziekgemeld vanwege psychiatrische klachten waarmee zij al langere tijd bekend is. 2. Met het primaire besluit I heeft verweerder eiseres per 7 oktober 2019 een loongerelateerde WGA-uitkering toegekend. Met het primaire besluit II heeft verweerder beslist dat de loongerelateerde WGA-uitkering van eiseres op 30 december 2019 eindigt en dat zij vanaf die datum in aanmerking komt voor een WGA-loonaanvullingsuitkering. Met het besluit van 15 mei 2020 heeft verweerder de bezwaren van eiseres tegen de primaire besluiten gegrond verklaard. Verweerder heeft daarbij de primaire besluiten herroepen en beslist dat eiseres per 7 oktober 2019 voor 62,36% arbeidsongeschikt wordt geacht en per 15 mei 2020 voor 62,71%. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen dit besluit. 3. De rechtbank heeft een onafhankelijke deskundige, [deskundige] (verzekeringsarts), benoemd om de belastbaarheid van eiseres te onderzoeken per data in geding 7 oktober 2019 en 30 december 2019. Naar aanleiding van het rapport van de onafhankelijke deskundige heeft de rechtbank Amsterdam het beroep van eiseres gegrond verklaard, de primaire besluiten vernietigd en verweerder opgedragen om met inachtneming van de uitspraak een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen. 4. Verweerder heeft met het bestreden besluit het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard. Verweerder heeft aan het bestreden besluit een rapport van een verzekeringsarts bezwaar en beroep van 30 december 2021 en een rapport van een arbeidsdeskundige bezwaar en beroep van 11 januari 2022 ten grondslag gelegd. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) opgesteld van 30 december 2021, in overeenstemming met de uitspraak van 21 oktober 2021, omdat ze te laat waren met het instellen van hoger beroep. Wegens een typefout heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep deze FML nogmaals aangepast op 28 april 2022. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep komt tot de conclusie dat er onvoldoende passende functies zijn voor eiseres, waardoor eiseres voor 100% arbeidsongeschikt wordt geacht. De uitkering van eiseres blijft onveranderd gebaseerd op een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80 tot 100%. Eiseres komt echter niet in aanmerking voor een IVA-uitkering, omdat haar beperkingen niet duurzaam zijn. De verzekeringsarts bezwaar en beroep verwacht een redelijke tot goede verbetering van haar belastbaarheid. Standpunt eiseres 5. Eiseres voert aan dat zij duurzaam arbeidsongeschikt is, waardoor zij recht zou hebben op een IVA-uitkering. Zij heeft al veel therapieën gevolgd en verwacht geen verbetering van de door haar behandelend psychiater [psychiater] gesuggereerde therapie. Dat zij jong is, doet daar niets aan af. Eiseres voert daarbij aan dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep het stappenplan in het Beoordelingskader niet heeft gevolgd. Volgens eiseres verwijst de verzekeringsarts bezwaar en beroep slechts naar de mogelijkheid van therapie maar beargumenteert hij niet welke verbetering in de belastbaarheid te verwachten is en tot welke mate van arbeidsongeschiktheid dat zou kunnen leiden, wat wel zou moeten volgens het stappenplan. De verzekeringsarts bezwaar en beroep gaat voorbij aan het oordeel van de onafhankelijke deskundige dat geen behandelingen aanwezig zijn die de komende twee jaar zullen leiden tot een significante verbetering van de belastbaarheid. Beoordeling door de rechtbank 6. Ingevolge artikel 4, eerste lid van de Wet WIA is volledig en duurzaam arbeidsongeschikt hij die als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling duurzaam slechts in staat is om met arbeid ten hoogste 20% te verdienen van het maatmaninkomen per uur. Ingevolge het tweede lid wordt onder duurzaam verstaan een medisch stabiele of verslechterde situatie. Uit het derde lid volgt dat onder duurzaam mede wordt verstaan een medische situatie waarbij op lange termijn geringe kans op herstel bestaat. 7. Tussen partijen is niet meer in geschil dat eiseres 80-100% arbeidsongeschikt is. De rechtbank moet in deze procedure slechts de vraag beantwoorden of verweerder zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat de beperkingen van eiseres op de data in geding, 7 oktober 2019 en 15 mei 2020, niet duurzaam zijn. 8. Volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is volgens artikel 4, eerste lid, van de Wet WIA hij die als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling duurzaam slechts in staat is om met arbeid ten hoogste 20% te verdienen van het maatmaninkomen per uur. Op grond van het tweede lid wordt onder duurzaam verstaan een medisch stabiele of verslechterende situatie. Volgens het derde lid wordt onder duurzaam mede verstaan een medische situatie waarbij op lange termijn een geringe kans op herstel bestaat. 9. Volgens vaste rechtspraak is het aan de verzekeringsarts zich een oordeel te vormen over de duurzaamheid van de arbeidsongeschiktheid in de zin van artikel 4 van de Wet WIA. Hierbij moet hij een inschatting maken van de herstelkansen, in de zin van een verbetering van de functionele mogelijkheden van de verzekerde. De inschatting van de verzekeringsarts van de kans op herstel in het eerste jaar na het ontstaan van het recht op uitkering en in de periode daarna dient te berusten op een concrete en deugdelijke afweging van de feiten en omstandigheden die bij de individuele verzekerde aan de orde zijn, voor zover die feiten en omstandigheden betrekking hebben op de medische situatie van de verzekerde op de datum in geding. Indien die inschatting berust op een (ingezette) medische behandeling, is een onderbouwing vereist die ziet op het mogelijke resultaat daarvan voor de individuele verzekerde. 10. Verweerder hanteert hierbij een beoordelingskader, bedoeld als interne instructie voor verzekeringsartsen bij de beoordeling van de duurzaamheid van de arbeidsongeschiktheid. Op grond van dit beoordelingskader worden arbeidsbeperkingen als duurzaam aangemerkt als verbetering van de belastbaarheid is uitgesloten of als verbetering niet of nauwelijks is te verwachten. In het beoordelingskader is een stappenplan opgenomen op grond waarvan de verzekeringsarts zich uitspreekt over de prognose van de arbeidsbeperkingen, uitgaande van de medische situatie zoals die is op het moment van de beoordeling. Daarbij doorloopt de verzekeringsarts drie stappen. 11. De verzekeringsarts beoordeelt of verbetering van de belastbaarheid is uitgesloten. Dat is het geval als er sprake is van een progressief of stabiel ziektebeeld zonder behandelmogelijkheden (stap 1). Als verbetering van de belastbaarheid niet is uitgesloten, beoordeelt de verzekeringsarts in hoeverre verbetering in het eerstkomende jaar kan worden verwacht (stap 2). De verzekeringsarts gaat na of één van de volgende twee mogelijkheden aan de orde is: (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.