← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2022:3463

beschikking RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd zaaknummer / rekestnummer: C/13 / 717717 / FA RK 22-3052 kenmerk: ZM / 55539 Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg Beschikking van 2 juni 2022 van de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van: betrokkene: [betrokkene] geboren op [geboortedatum] 1976 te [geboorteplaats] wonende en verblijvende te [adres] (kliniek [naam kliniek] ) raadsman: mr. A.L. Cohen te Amstelveen 1Procesverloop Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 19 mei

  1. De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 2 juni 2022 in het gebouw van kliniek Sporenburg. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de rechtbank de volgende personen gehoord: betrokkene; raadsman van betrokkene; arts, mevrouw E. Boske; verpleegkundige, dhr. P. Vos; mentor, de heer B. van Herk; moeder van betrokkene. De officier van justitie is niet gehoord, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig acht. 2Beoordeling 2.
  2. Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van schizofrenie van het paranoide type en functionerend op licht verstandelijk beperkt niveau. 2.
  3. Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in ernstige verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. 2.
  4. Om het ernstig nadeel af te wenden heeft betrokkene zorg nodig. 2.
  5. De arts verklaart over de afgelopen periode dat het toestandsbeeld van betrokkene stabiel is, dat betrokkene medicatietrouw is, dagbesteding heeft en al geruime tijd abstinent is van middelen. Wel is enige stimulans nodig bij alledaagse levensverrichtingen. De huidige setting waar genoeg begeleiding, toezicht en hulp is maakt dat betrokkene stabiel is. 2.
  6. Ondanks de positieve ontwikkelingen blijft betrokkene ambivalent met betrekking tot het verblijf in de huidige kliniek, de medicamenteuze behandeling en blijft betrokkene hierover zijn twijfels uiten in gesprekken met het behandelend team. Mede gelet daarop volgt de rechtbank het standpunt van de arts dat een negatieve symptomatologie, passiviteit en het ontbreken aan ziektebesef- en inzicht maken dat op dit moment geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Ter zitting is voorts toegelicht dat de verzochte machtiging met name als vangnet is bedoeld om de uitstroom naar een meer passende woonplek te kunnen bewerkstelligen én de zorg voor en de stabiliteit van het toestandsbeeld van betrokkene ook de komende periode te kunnen waarborgen. Verder heeft de arts benadrukt dat een verandering van woonplek spanning met zich mee kan brengen. Juist omdat betrokkene een kwetsbare man is en, om herhaling van het ernstig nadeel zoals dat zich in het verleden heeft voorgedaan te voorkomen, is nu nog verplichte zorg nodig. 2.
  7. Van de in het verzoekschrift genoemde vormen van verplichte zorg, die zijn gebaseerd op het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur, acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk: toedienen van medicatie; het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening; beperken van de bewegingsvrijheid; onderzoek aan kleding of lichaam; controleren op de aanwezigheid van gedragbeïnvloedende middelen; aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen, en opnemen in een accommodatie. 2.
  8. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. 2.
  9. De verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene. 2.
  10. Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. 2.
  11. De rechtbank ziet aanleiding om de machtiging voor een kortere duur dan verzocht te verlenen en overweegt daartoe als volgt. Duidelijk is dat betrokkene er klaar voor is om uit te stromen naar een passende woonplek, waar hij begeleid kan wonen. Ondanks inzet van diverse kanten, laat deze passende woonplek inmiddels al drie jaar op zich wachten. De laag verstandelijke beperking in combinatie met het verleden van middelenmisbruik, maken dat de gewenste uitstroom moeizaam verloopt en dat de aanvraag voor een passende woonplek daarom veelal wordt afgewezen, aldus de mentor en arts ter zitting. Alhoewel betrokkene veel vrijheden geniet en in de weekenden bij zijn moeder kan logeren wordt het verblijf in de huidige kliniek en bij de moeder van betrokkene als belastend beschouwd. De rechtbank begrijp dat het behandeld team zijn best doet, maar er moet voortvarender worden gehandeld. De rechtbank kent de problematiek van de lange wachtlijsten, maar betrokkene wacht al té lang en houdt ondertussen een plek in de accommodatie bezet die hard nodig is voor anderen. Op dit moment is ter overbrugging en om de stabiliteit van betrokkene te waarborgen een zorgmachtiging voor de duur van vier maanden passend en noodzakelijk. De rechtbank gaat ervan uit dat binnen deze periode voor betrokkene een nieuwe woonsetting gevonden zal zijn, die voor betrokkene dan passend is en waarbij hij de juiste zorg kan krijgen. 3Beslissing De rechtbank: verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene] , geboren op [geboortedatum] 1976 te [geboorteplaats] , inhoudende dat gedurende de looptijd van de machtiging bij wijze van verplichte zorg de in rechtsoverweging 2.
  12. genoemde maatregelen kunnen worden getroffen; bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 2 oktober 2022; wijst af het meer of anders verzochte. Deze beschikking is op 2 juni 2022 mondeling gegeven door mr. A.K. Mireku, rechter, en in het openbaar uitgesproken, bijgestaan door G.P. Menkveld als griffier en op 17 juni 2022 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.