← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2022:354

RECHTBANK AMSTERDAM VONNIS Parketnummer: 13/122044-20 (Promis) Datum uitspraak: 19 januari 2022 Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorte plaats] op [geboorte dag] 1993, ingeschreven op het adres [adres] . 1Onderzoek ter terechtzitting Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 6 augustus 2020 en 19 januari

  1. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. H. Hoekstra, en van wat verdachte en haar raadsman, mr. T. den Haan, naar voren hebben gebracht. Ook heeft de rechtbank kennis genomen van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] en van wat zijn raadsvrouw, mr. H.A.F.C. Tack, naar voren heeft gebracht. 2Tenlastelegging Aan verdachte is – kort gezegd – primair tenlastegelegd dat zij zich heeft schuldig gemaakt aan medeplichtigheid aan een poging tot doodslag. Subsidiair is dit tenlastegelegd als medeplichtigheid aan een poging tot zware mishandeling. De tekst van de integrale tenlastelegging is opgenomen in een bijlage die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd. 3Beoordeling van het bewijs De rechtbank is van oordeel – samen met de officier van justitie en de verdediging − dat uit het opsporingsonderzoek onvoldoende is komen vast te staan dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het tenlastegelegde. De rechtbank zal verdachte − bij gebrek aan wettig en overtuigend bewijs – vrijspreken. 4De voorlopige hechtenis Het – geschorste – bevel tot voorlopige hechtenis zal worden opgeheven, nu verdachte zal worden vrijgesproken van het tenlastegelegde. 5Vordering benadeelde partij De benadeelde partij [slachtoffer] vordert € 25.000,- aan vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente. De benadeelde partij heeft de rechtbank verzocht de vordering hoofdelijk toe te wijzen en de schadevergoedingsmaatregel op te leggen. Verdachte zal worden vrijgesproken van het tenlastegelegde. De benadeelde partij zal daarom in de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard. De benadeelde partij en de verdachte zullen ieder de eigen kosten dragen. 6Beslissing De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.  Verklaart het tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.  Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] niet-ontvankelijk in zijn vordering. Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder de eigen kosten dragen.  Heft op het - geschorste - bevel tot voorlopige hechtenis. Dit vonnis is gewezen door mr. B.M. Visser, voorzitter, mrs. J. Thomas en K. Duker, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A. Koudadi, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 19 januari
  2. Bijlage - […]

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.