RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/086638-22 RK nummer: 22/2057 Datum uitspraak: 23 juni 2022 UITSPRAAK op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 14 april 2022 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 28 maart 2022 door de onderzoeksrechtbank nummer 5 van Castellón de la Plana (Spanje) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] , geboren te [geboorteplaats] (Spanje) op [geboortedag] 1998, ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres: [adres] , gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [detentieadres] , hierna te noemen de opgeëiste persoon. 1Procesgang De vordering is behandeld op de openbare zitting van 9 juni 2022. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. M. Diependaal. De opgeëiste persoon is bijgestaan door haar raadsman, mr. R. Zilver, advocaat te Utrecht, en door een tolk in de Spaanse taal. Op grond van artikel 22, derde lid, OLW heeft de rechtbank de termijn waarbinnen zij op grond van het eerste lid van dit artikel uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd, omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen. 2Identiteit van de opgeëiste persoon De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat zij de Spaanse nationaliteit heeft. 3Grondslag en inhoud van het EAB In het EAB wordt melding gemaakt van een bevel voorlopige hechtenis van 4 maart 2022 uitgevaardigd door de onderzoeksrechtbank nummer 5 van Castellón de la Plana (Spanje) (dossiernummer: in verband met een gerechtelijk vooronderzoek nr. 656/2021). De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Spaans recht strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in onderdeel
- e)van het EAB. 3.1 Genoegzaamheid Standpunt van de raadsman De raadsman voert aan dat het EAB niet voldoet aan de eisen van artikel 2, tweede lid, aanhef en onder e OLW en daarom als ongenoegzaam moet worden aangemerkt. Het EAB bevat niet of nauwelijks een beschrijving van de omstandigheden waaronder de strafbare feiten, waarvoor de Spaanse autoriteiten de overlevering van de opgeëiste persoon verzoeken, zijn gepleegd. Zo ontbreekt in zijn geheel een beschrijving van de mate van betrokkenheid van de opgeëiste persoon bij de strafbare feiten. Ook ontbreekt een omschrijving van de achtergrond van de opgeëiste persoon. Zo is niet naar voren gebracht dat zij, in de periode dat de in het EAB genoemde feiten werden gepleegd, onder invloed van haar toenmalige vriend stond en afhankelijk was van hem. Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft aangevoerd dat de feiten, pleegplaats en pleegdatum genoegzaam zijn omschreven en dat de mate van betrokkenheid van de opgeëiste persoon voldoende duidelijk is. Het EAB voldoet daarmee aan de vereisten. Oordeel van de rechtbank De rechtbank overweegt dat het EAB gegevens moet bevatten op basis waarvan het voor de opgeëiste persoon duidelijk is waarvoor zijn of haar overlevering wordt verzocht en het voor de rechtbank duidelijk is of het verzoek voldoet aan de in de Overleveringswet geformuleerde vereisten. Daartoe dient het EAB een beschrijving te bevatten van de omstandigheden waaronder de strafbare feiten zijn gepleegd, met vermelding van, in ieder geval, het tijdstip, de plaats en de mate van betrokkenheid van de opgeëiste persoon bij de strafbare feiten. Bovendien moet die beschrijving de naleving van het specialiteitsbeginsel kunnen waarborgen. In deze zaak geldt het volgende. In het EAB en de aanvullende informatie van 6 mei 2022 staan de feiten, pleegplaats en pleegdatum en de mate van betrokkenheid van de opgeëiste persoon voldoende duidelijk omschreven. Artikel 2 OLW vereist niet dat de persoonlijke omstandigheden van de opgeëiste persoon in het EAB worden omschreven. De rechtbank verwerpt dan ook het verweer van de raadsman. 4Strafbaarheid: feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW Onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, moet achterwege blijven, nu de uitvaardigende justitiële autoriteit de strafbare feiten heeft aangeduid als feiten vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. De feiten vallen op deze lijst onder nummer 4, te weten: seksuele uitbuiting van kinderen en kinderpornografie; Uit het EAB volgt dat op dit feit naar het recht van Spanje een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld. 5Slotsom Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW, ook verder geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan en geen sprake is van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven, dient de overlevering te worden toegestaan. 6Toepasselijke wetsartikelen De artikelen 2, 5 en 7 OLW. 7Beslissing STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan de onderzoeksrechtsbank nummer 5 van Castellón de la Plana (Spanje) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel
- e)van het EAB.Aldus gedaan door mr. M.C.M. Hamer, voorzitter, mrs. J. van Zijl en R. Godthelp, rechters, in tegenwoordigheid van mr. V.D. Reinders, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 23 juni 2022. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.