← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2022:3945

vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling Publiekrecht Teams Strafrecht Parketnummer: 13/127149-21 (Promis) Datum uitspraak: 1 juli 2022 Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1996, ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres: [adres] . 1Het onderzoek ter terechtzitting Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 17 juni

  1. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. W.J. Nijkerk. Verdachte is niet verschenen. De raadsman van verdachte, mr. M.H.A. Horsch, heeft verklaard uitdrukkelijk te zijn gemachtigd namens verdachte het woord te voeren. De rechtbank heeft kennisgenomen van hetgeen de raadsman naar voren heeft gebracht. 2Tenlastelegging Aan verdachte is – kort samengevat – ten laste gelegd dat hij zich op 11 april 2021 te Amsterdam en/of te Eijsden heeft schuldig gemaakt aan: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling van [slachtoffer] door het versturen van berichten via Instagram; opzettelijke belediging van [slachtoffer] door het versturen van berichten via Instagram. De tekst van de integrale tenlastelegging is opgenomen in bijlage I die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd. 3Voorvragen De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.
  2. Waardering van het bewijs 4.1 Standpunten ter terechtzitting De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten. Dat een bedreiging ook kan plaatsvinden tegen niet nader genoemde familieleden en vrienden die zelf geen aangifte hebben gedaan, blijkt uit de uitspraak van de Hoge Raad van 25 januari 2011, aldus de officier van justitie. De verdediging heeft zich ten aanzien van de bewezenverklaring gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. 4.2 Oordeel van de rechtbank De rechtbank acht de ten laste gelegde feiten bewezen. Gezien het standpunt van de officier van justitie, in samenhang met de bekennende verklaring van verdachte bij de politie, behoeft dit oordeel geen verdere motivering. 5Bewezenverklaring De rechtbank acht op grond van de in bijlage II vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte: Feit 1: op 11 april 2021 te Eijsden [slachtoffer] heeft bedreigd met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend, middels een Instagramaccount " [naam account 1] " en " [naam account 2] " berichten via Instagram naar die [slachtoffer] gestuurd met als inhoud: ‘Ik steek die familie en je buitenlandse vrienden persoonlijk zelf neet neer let maar op’, ‘Ik weet wie jij en je vrienden zijn kijk niet raar op als jezelf of je buitenlandse kanker vriendjes binnenkort in het ziekenhuis liggen’ en ‘kijk maar 2 keer achterom als ik jouw was’, in elk geval woorden van gelijke dreigende aard of strekking; Feit 2: op 11 april 2021 te Eijsden opzettelijk [slachtoffer] door een toegezonden geschrift heeft beledigd, door middels een Instagramaccount " [naam account 1] " en " [naam account 2] " berichten via Instagram naar die [slachtoffer] te sturen met als inhoud: ‘Ordinaire kanker hoer!’, ‘Vieze kanker Pussys’, ‘Vieze kanker teef’ en ‘vieze stinkhoer’. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad. 6De strafbaarheid van de feiten De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.
  3. De strafbaarheid van verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar. 8Motivering van de straf 8.1 Eis van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door hem bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 40 uren, waarvan 20 uren voorwaardelijk en met een proeftijd van 2 jaren. De officier van justitie heeft daarbij onder meer gewezen op de ernst van de feiten. 8.2 Standpunt van de verdediging De raadsman heeft de rechtbank verzocht bij de strafoplegging aansluiting te zoeken bij de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (hierna: LOVS). De raadsman heeft er daarbij onder meer op gewezen dat verdachte spijt heeft betuigd, zijn les heeft geleerd en een blanco strafblad heeft. 8.3 Oordeel van de rechtbank De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank heeft acht geslagen op het Uittreksel Justitiële Documentatie (het strafblad) van verdachte van 14 april
  4. Hieruit blijkt dat verdachte niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld. De rechtbank acht, gelet op de hiervoor genoemde omstandigheden en overeenkomstig de eis van de officier van justitie, een taakstraf voor de duur van 40 uren, waarvan 20 uren voorwaardelijk en met een proeftijd van 2 jaren, passend en geboden. 9Toepasselijke wettelijke voorschriften De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57, 266 en 285 van het Wetboek van Strafrecht. De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing. 10Beslissing Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld. Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij. Het bewezen verklaarde levert op: Feit 1: bedreiging met zware mishandeling, meermalen gepleegd Feit 2: eenvoudige belediging, meermalen gepleegd Verklaart het bewezene strafbaar. Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar. Veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 40 (veertig) uren. Beveelt, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 20 (twintig) dagen. Beveelt dat een gedeelte, groot 20 (twintig) uren, van deze taakstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij later anders wordt gelast. Stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast. De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit. Beveelt dat, als de verdachte het voorwaardelijk deel van de taakstraf bij tenuitvoerlegging niet naar behoren heeft verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 10 dagen. Dit vonnis is gewezen door mr. R.A. Overbosch, voorzitter, mrs. J. Thomas en A.J. Scheijde, rechters, in tegenwoordigheid van mr. D. Gigengack, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 1 juli
  5. [.] ECLI:NL:HR:2011:BO3400.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.