← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2022:4150

RECHTBANK AMSTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: AWB 22/1633 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , eiser ( [gemachtigde] ), en de heffingsambtenaar van de gemeente Heemstede, verweerder. Procesverloop Eiser heeft op 4 maart 2022 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit. Verweerder heeft een verweerschrift en de stukken ingediend. Eiser heeft gereageerd op het verweerschrift. Overwegingen

  1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
  2. Tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan beroep worden ingesteld.Het beroepschrift kan worden ingediend als het bestuursorgaan niet tijdig een besluit heeft genomen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.
  3. Eiser stelt dat hij voor het belastingjaar 2021 geen beschikking heeft ontvangen zoals bedoeld in artikel 22, eerste lid, van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: WOZ). Met de brief van 3 februari 2022 heeft eiser verweerder in gebreke gesteld.
  4. Op grond van artikel 22, eerste lid, van de WOZ stelt de heffingsambtenaar de waarde van de onroerende zaak vast bij een bezwaar vatbare beschikking. In artikel 24, eerste lid, van de WOZ is bepaald dat de beschikking wordt vastgesteld binnen acht weken na het begin van het kalenderjaar waarvoor de waarde geldt. De genoemde termijn is een instructienorm die uitsluitend gericht is tot de gemeente. Het niet voldoen aan de in artikel 24, eerste lid, van de WOZ gestelde termijn voor het vaststellen van de beschikking brengt geen rechtsgevolgen voor wat betreft de geldigheid van de beschikking met zich mee. Dit betekent dat de genoemde beslistermijn niet een afdwingbaar karakter heeft. Verder is de dwangsomregeling niet van toepassing.
  5. Dit betekent dat de ingebrekestelling van 3 februari 2022 prematuur is. Omdat de ingebrekestelling prematuur is, is niet voldaan aan de voorwaarden voor het instellen van beroep tegen een fictieve weigering.
  6. Het beroep is om die reden kennelijk niet-ontvankelijk.
  7. Voor een proceskostenveroordeling of een schadevergoeding wegens het overschrijden van de redelijke termijn is geen aanleiding.
  8. De rechtbank overweegt ten overvloede dat eiser, naar het de rechtbank voorkomt, na het verstrijken van de in artikel 24, eerste lid, van de WOZ genoemde termijn verweerder op grond van artikel 28, eerste lid, van de WOZ kan verzoeken om een WOZ-beschikking te nemen. Eiser kan, voor zover hij dit al niet heeft gedaan, een dergelijke aanvraag alsnog bij verweerder indienen. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Greebe, rechter, in aanwezigheid van mr. N. van der Kroft, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden ingesteld bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord. Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, in samenhang met artikel 7:1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Awb. Artikel 6:12, tweede lid, van de Awb Zie de uitspraak van 28 juli 2011van Gerechtshof Amsterdam, ECLI:NL:GHAMS:2011:BR468, r.o. 5.
  9. Zie de uitspraak van Gerechtshof Den Haag van 6 oktober 2021, ECLI:NL:GHDHA:2021:2113, r.o. 3.2 en 5.2.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.