RECHTBANK AMSTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: AMS 22/3176 uitspraak van de voorzieningenrechter van 22 juli 2022 in de zaak tussen [verzoeker] , verzoeker (gemachtigde: mr. R.A. van Heijningen), en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, verweerder (gemachtigde: mr. M. Kaygisiz). Procesverloop Met het besluit van 22 juni 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker om een bijstandsuitkering afgewezen. Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit bezwaar gemaakt. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen in de zin dat het bestreden besluit wordt geschorst en aan hem een voorschot op een bijstandsuitkering wordt verleend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 juli 2022. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door de gemachtigde. De voorzieningenrechter het onderzoek op de zitting gesloten. Overwegingen Waar gaat deze zaak over? 1.1 Verzoeker heeft op 10 mei 2022 een bijstandsuitkering aangevraagd. In zijn aanvraag heeft verzoeker opgegeven dat hij bij [persoon] een kamer huurt. Als adres heeft hij opgegeven [adres] te Amsterdam. Op dat adres staat verzoeker op dat moment ook ingeschreven in de Basisregistratie persoonsgegevens (Brp). 1.2 Op 25 mei 2022 heeft verzoeker een briefadres aangevraagd en zich uit de Brp uitgeschreven. Ook heeft hij in een gesprek op 25 mei 2022 bij de gemeente aangegeven dat hij sinds 1 mei 2022 dakloos is en sindsdien in zijn auto, een grijze [merk] met [kenteken] , slaapt. Hij heeft gezegd zijn auto op twee plaatsen te parkeren, namelijk bij de [adres 2] en bij de [adres 3] . Ook op het formulier verblijflocatie(
- s)dak- en thuisloze heeft hij deze adressen ingevuld en gezegd dat hij daar om 23:00 uur aankomt en om 05:00 uur weggaat. Op 22 juni 2022 heeft een medewerker van verweerder telefonisch contact opgenomen met verzoeker. Verzoeker heeft toen desgevraagd laten weten dat hij tussen 23:00 en 24:00 uur bij de genoemde adressen zijn auto parkeert en daar tussen 04:00 en 05:00 uur weer vertrekt. De medewerker heeft daarna aan verzoeker gevraagd waar hij na 04:00/05:00 uur verblijft, waarop verzoeker heeft geantwoord dat hij soms naar de [locatie] gaat. Toen de medewerker van verweerder heeft doorgevraagd op waar verzoeker heengaat als hij niet naar de [locatie] gaat, zijn irritaties ontstaan en is deze vraag onbeantwoord gebleven. 2. Verweerder heeft de aanvraag van verzoeker afgewezen, omdat hij niet alle gevraagde informatie heeft verstrekt. Verzoeker heeft alleen verblijfsadressen tussen 24:00 uur en 04:00 uur doorgegeven, maar op die tijden werken de toezichthouders van verweerder niet. Verzoeker heeft desgevraagd geen duidelijkheid gegeven over waar hij na 04:00 uur verblijft. 3. Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit aangevoerd dat hij alle informatie heeft verstrekt waarover hij redelijkerwijs kon beschikken. Hij heeft geen inkomen, geen vaste woon- of verblijfsplaats en slaapt vaak noodgedwongen in zijn auto. Deze informatie heeft hij bij de gemeente ook kenbaar gemaakt. Op de zitting heeft verzoeker toegelicht dat hij vaak tussen 04:00 en 05:00 uur zijn opgegeven verblijfplaatsen moet verlaten omdat hij vanwege medische redenen naar een toilet op zoek moet. Hij gaat dan vaak naar een benzinepomp in de buurt. Oordeel van de voorzieningenrechter 4. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet. 5. De voorzieningenrechter overweegt dat volgens vaste rechtspraak een aanvrager in het algemeen de feiten en omstandigheden aannemelijk moet maken waaruit de noodzaak voor het inwilliging van die aanvraag blijkt. Hierbij moet de aanvrager de nodige duidelijkheid verschaffen, onder meer over zijn woon- en verblijfplaats. Ook van iemand die stelt dak- of thuisloos te zijn mag namelijk worden gevraagd controleerbare gegevens te verstrekken over zijn feitelijke verblijfplaats. Vervolgens is het aan het bijstandverlenend orgaan om deze inlichtingen op juistheid en volledigheid te controleren. Indien de aanvrager niet aan de wettelijke inlichtingen- of medewerkingsverplichting voldoet, is dit een grond voor weigering van de bijstand indien als gevolg daarvan het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld. 6. De voorzieningenrechter is van oordeel dat verweerder zorgvuldiger onderzoek had moeten doen naar de verblijfplaats(
- en)van verzoeker. Verzoeker heeft desgevraagd zijn verblijfplaatsen doorgegeven en gezegd op welke tijdstippen hij daar te vinden is. Het is een keuze van verweerder om niet op deze tijdstippen te controleren. Een medewerker van verweerder heeft verzoeker eenmaal gebeld en gevraagd waar hij na 04:00/05:00 uur verblijft en heeft daar geen duidelijk antwoord op gekregen. Verweerder is toen direct tot afwijzing van de bijstandsaanvraag overgegaan. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter had verweerder in de voorbereiding van het bestreden besluit zorgvuldiger onderzoek moeten doen naar de reden dat verzoeker de opgegeven adressen na 04:00/05:00 uur verlaat en waar hij dan heengaat. Tijdens de zitting is gebleken dat verzoeker een goede reden heeft waarom hij na 04:00/05:00 uur de opgegeven verblijfplaatsen verlaat; hij is namelijk vanwege medische redenen dan aangewezen op een toilet. Ook heeft hij op de zitting duidelijk laten weten waar hij zich na dat tijdstip bevindt, een benzinepomp in de buurt. Daarbij is in te zien dat verzoeker in het telefonisch gesprek van 22 juni 2022 de medewerker geen goed antwoord gaf op de vraag waar hij na 04:00/05:00 uur verbleef, omdat hij zich voor zijn medische situatie geneert. De voorzieningenrechter geeft verweerder daarom de suggestie mee dat hij, voordat hij een beslissing op bezwaar neemt, nogmaals navraag doet waar verzoeker na 04:00/05:00 uur verblijft, dat controleert en ermee rekening houdt dat verzoeker op het toilet kan zijn. 7. Hoewel de voorzieningenrechter dus van oordeel is dat het bestreden besluit niet zorgvuldig genoeg is voorbereid, is dit onvoldoende reden om de gevraagde voorlopige voorziening toe te wijzen. De voorzieningenrechter heeft namelijk onvoldoende objectieve aanknopingspunten om tot de conclusie te komen dat verzoeker daadwerkelijk in Amsterdam verblijft en recht heeft op een bijstandsuitkering. Door aan verzoeker een voorschot op een uitkering te verlenen zonder aanknopingspunten dat hij ook echt recht heeft op die uitkering, kan verzoeker juist verder in de problemen worden gebracht. 8. De voorzieningenrechter zal het verzoek om een voorlopige voorziening dus afwijzen. 9. Voor een proceskostenveroordeling of vergoeding van het griffierecht bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. E.J. Otten, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E. van der Zweep, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 22 juli 2022. griffier voorzieningenrechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 13 januari 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:15.