← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2022:4298

RECHTBANK AMSTERDAM VONNIS Parketnummer: 13/043772-22 Datum uitspraak: 3 juni 2022 Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1986, zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland. 1Onderzoek ter terechtzitting Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 3 juni

  1. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. G. Dankers en van wat verdachte en zijn raadsman mr. C.C.J. Tuip naar voren hebben gebracht. 2Tenlastelegging Aan verdachte is – kort samengevat – ten laste gelegd dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan
  2. het samen met iemand anders opzettelijk invoeren, verwerken, afleveren, verstrekken en/of vervoeren van 1500 gram cocaïne in de periode van 18 februari 2022 tot en met 19 februari 2022 in Nederland en België.
  3. het samen met iemand anders opzettelijk aanwezig hebben van 1500 gram cocaïne op 19 februari 2022 in Nederland. De tekst van de volledige tenlastelegging is opgenomen in een bijlage die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd. 3Vrijspraak 3.
  4. Standpunt van het Openbaar Ministerie De officier van justitie vindt dat verdachte van het onder 1 en 2 ten laste gelegde moet worden vrijgesproken, omdat niet kan worden bewezen dat verdachte wetenschap en beschikkingsmacht over de aangetroffen harddrugs heeft gehad. 3.
  5. Standpunt van de verdediging De raadsman vindt dat verdachte van beide feiten moet worden vrijgesproken. Het dossier bevat geen bewijs dat verdachte wetenschap en beschikkingsmacht over de aangetroffen rugtas met cocaïne heeft gehad. Bovendien heeft medeverdachte [medeverdachte] ter plaatse en ter zitting verklaard dat die rugtas met cocaïne van hem was. 3.
  6. Oordeel van de rechtbank Verdachte reed in zijn auto vanuit België richting Amsterdam. Hij had medeverdachte [medeverdachte] opgehaald in Antwerpen. [medeverdachte] had een rugtas bij zich, waarin later cocaïne is aangetroffen. Verdachte heeft ontkend dat hij iets wist van de inhoud van de tas. De rechtbank vindt – net zoals de officier van justitie en de raadsman – dat op basis van het dossier niet kan worden bewezen dat verdachte wetenschap en beschikkingsmacht over de aangetroffen 1500 gram cocaïne heeft gehad. Het onder 1 en 2 ten laste gelegde kan niet worden bewezen, zodat verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken. 4Beslissing De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing. Verklaart het onder 1 en 2 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij. Dit vonnis is gewezen door mr. M. Smit, voorzitter, mrs. N. Koene en N. Aandewiel, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.E. Niemeijer, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 3 juni
  7. [--]

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.