← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2022:4508

beschikking RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht zaaknummer / rekestnummer: C/13/717406 / FA RK 22/2906 Beschikking van 21 juni 2022 in de zaak van: [de vader] , wonende te [woonplaats 1] , hierna te noemen de vader, advocaat mr. J.W.E. Groot te Amsterdam tegen [de moeder] , wonende te [woonplaats 2] , hierna te noemen de moeder, advocaat mr. A. el Aqde te Amsterdam. 1

  1. Het verloop van de procedure 1.
  2. De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder: - het verzoekschrift met bijlagen van de vader ingekomen bij de griffie op 11 mei 2022; - de nagekomen stukken van de vader, ingekomen op 11 mei
  3. 1.
  4. De hierna te noemen kinderen hebben in een gesprek met de rechter op 13 juni 2022 hun mening kenbaar gemaakt. 1.
  5. De zaak is vervolgens mondeling behandeld ter terechtzitting met gesloten deuren van 21 juni
  6. Verschenen en gehoord zijn: - Partijen, bijgestaan door hun advocaten en ieder bijgestaan door een tolk Arabisch. 2De feiten 2.
  7. Partijen zijn de ouders van de minderjarige kinderen: [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] 2010 te [geboorteplaats] (Syrië), hierna te noemen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] 2011 te [geboorteplaats] (Syrië), hierna te noemen [minderjarige 2] , hierna gezamenlijk te noemen: de kinderen. 2.
  8. De ouders oefenen gezamenlijk het gezag over de kinderen uit. 2.
  9. Bij beschikking van 18 december 2019 van de rechtbank Noord-Holland is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken. In het ouderschapsplan, dat onderdeel uitmaakt van de echtscheidingsbeschikking, zijn partijen overeengekomen dat de kinderen hun hoofdverblijfplaats bij de moeder hebben en dat de kinderen iedere zaterdag van 10.00 tot 20.00 uur bij de vader verblijven, waarbij de vader de kinderen ophaalt en thuisbrengt. 3De beoordeling 3.
  10. De vader heeft, samengevat, (zoals gewijzigd ter zitting) verzocht om hervatting van het contact tussen hem en de kinderen, op een wijze die voor de kinderen passend is. De vader wil graag meewerken aan een traject dat gericht is op het herstellen van contact tussen hem en de kinderen. 3.
  11. De moeder heeft aangegeven mee te willen werken aan een traject dat gericht is op contactherstel tussen de vader en de kinderen. 3.
  12. De rechtbank, zal conform hetgeen partijen daarover ter zitting hebben aangegeven, de beslissing met betrekking tot de zorgregeling aanhouden, teneinde partijen en/of hun minderjarige kinderen in de gelegenheid te stellen deel te nemen aan een traject: BEGELEIDE OMGANG / HUMANITAS in de gemeente [gemeente] . De rechtbank heeft partijen in een proces-verbaal van doorverwijzing verwezen naar dit hulpverleningstraject. De rechtbank verzoekt voorts deze instantie om uiterlijk op de na te melden pro forma datum, of zoveel eerder als mogelijk is, bij de rechtbank de eindrapportage over het verloop van dit traject in te dienen. De rechtbank zal binnen twee weken na ontvangst deze eindrapportage doorzenden aan de advocaten van partijen en hen in de gelegenheid stellen daarop binnen een termijn van twee weken te reageren en daarbij aan te geven of zij een nadere zitting noodzakelijk achten. Indien het traject niet heeft geleid tot een positief resultaat kan de rechtbank de eindrapportage doorzenden naar de Raad voor de Kinderbescherming regio Amsterdam. Aan de hand van de eindrapportage zal de Raad bezien of er een onderzoek van de Raad noodzakelijk is. De Raad wordt verzocht binnen twee weken na ontvangst van de eindrapportage de rechtbank hierover te informeren en, indien de Raad onderzoek noodzakelijk acht, dit te verrichten en daarover bij de rechtbank een rapport in te dienen. De rechtbank zal binnen twee weken na ontvangst voornoemde informatie van de Raad doorzenden aan de advocaten van partijen. De onderhavige beschikking geldt reeds als opdracht aan de Raad om een onderzoek te verrichten naar de zorgregeling indien het traject niet positief wordt afgesloten én de Raad dat onderzoek noodzakelijk acht. Daarom beslist de rechtbank het volgende. 4De beslissing De rechtbank: verzoekt de hulpverlenende instantie uiterlijk op de pro forma datum van 23 januari 2023, of zoveel eerder als mogelijk, de eindrapportage over het verloop van het traject aan de rechtbank over te leggen; stelt partijen in de gelegenheid om uiterlijk op de pro forma datum van 20 februari 2023, of zoveel eerder als mogelijk te reageren op deze eindrapportage en daarbij aan te geven of zij een nadere zitting noodzakelijk achten; verzoekt de Raad bij een niet positief verlopen traject te bezien of raadsonderzoek noodzakelijk is en de rechtbank daarover binnen twee weken te informeren, en, indien dat het geval is, een onderzoek te verrichten naar de zorgregeling en daarover bij de rechtbank een rapport in te dienen. houdt iedere verdere beslissing aan; Deze beschikking is gegeven door mr. M. van der Kaay, rechter, tevens kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. G. Veldman, griffier, op 21 juni
  13. Voor zover tegen de beschikking hoger beroep openstaat kan dit via een advocaat worden ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam (IJdok 20 / Postbus 1312, 1000 BH).Het beroep moet worden ingesteld:- door de verzoeker en door de verschenen wederpartij binnen drie maanden na dagtekening van de beschikking;- door de niet-verschenen wederpartij binnen drie maanden na de betekening van de beschikking in persoon of binnen drie maanden nadat deze beschikking op andere wijze is betekend en overeenkomstig art. 820, lid 2 Rv openlijk bekend is gemaakt.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.