beschikking RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht zaaknummer / rekestnummer: C/13/714484 / FA RK 22/1288 Beschikking van 14 juli 2022 betreffende verzoek inzake het gezag en de zorgregeling in de zaak van: [de vader] , wonende te [woonplaats] , hierna te noemen de vader, advocaat mr. A.M. Buitenhuis te Nieuw-Vennep tegen [de moeder] , wonende te [woonplaats] , hierna te noemen de moeder, advocaat mr. M.M. de Boer te Amsterdam. 1De procedure 1.
- De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder: het verzoekschrift van de vader, ingekomen bij de griffie op 17 februari 2022; de nagekomen stukken van de vader, ingekomen bij de griffie op 14 maart 2022; het verweerschrift van de moeder, ingekomen bij de griffie op 7 juli 2022; de reactie op verweerschrift van de vader, ingekomen bij de griffie op 11 juli
- 1.
- De zaak is vervolgens mondeling behandeld ter zitting met gesloten deuren van 14 juli
- Verschenen zijn: partijen, bijgestaan door hun advocaten; mw. [naam] als vertegenwoordigster van de Raad. 2De feiten 2.
- Partijen hebben een relatie met elkaar gehad. Uit deze relatie is geboren: [minderjarige 1] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 2021, hierna te noemen [minderjarige 1] of het kind. 2.
- [minderjarige 1] is erkend door de vader. De moeder is van rechtswege belast met de uitoefening van het gezag. [minderjarige 1] woont bij de moeder. 2.
- De moeder was ten tijde van de indiening van het verzoekschrift in verwachting van een ongeboren vrucht, waarvan beide ouders denken dat de vader de vader is. Volgens informatie van partijen is op [geboortedag 2] 2022 [minderjarige 2] geboren. 3Het verzoek van de vader De vader heeft primair verzocht gezamenlijk met de moeder te worden belast met het gezag over [minderjarige 1] , [minderjarige 2] te mogen erkennen en ook over [minderjarige 2] gezamenlijk met de moeder te worden belast met het gezag. Daarnaast heeft de vader verzocht om een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken te bepalen, zoals weergegeven in zijn verzoekschrift. Verder heeft de vader verzocht de Raad voor de Kinderbescherming te benoemen, om onderzoek te doen of erkenning, gezag en omgang in het belang van de kinderen is. Ten slotte heeft de vader gevraagd een informatieverplichting te bepalen, zoals weergegeven in zijn verzoekschrift. 4Het verweer van de moeder De moeder heeft zich niet verweerd tegen het verzoek tot erkenning van [minderjarige 2] . De moeder heeft zich wel verweerd tegen het verzoek van de vader tot gezamenlijk gezag en om afwijzing daarvan gevraagd. De moeder heeft zich ook verweerd tegen de door de vader verzochte zorgregeling. De moeder kan zich vinden in een informatieverplichting, zoals die bij de mondelinge behandeling is besproken. 5Het advies van de Raad De Raad heeft geadviseerd de verzoeken wat betreft het gezag en het bepalen van een zorgregeling aan te houden, in afwachting van de in te zetten hulpverlening. Daarbij kan worden gedacht aan Altra, vermoedelijk Ouderschap Blijft, maar ook aan Unalzorg, een traject gericht op contactherstel. De ouders vinden het allebei van belang dat er contact is tussen de vader en de kinderen, maar het lukt hen nog onvoldoende om dat zelfstandig vorm te geven. In afwachting van het op te starten hulpverleningstraject, adviseert de Raad een begeleide omgangsregeling vast te leggen in de beschikking zoals die bij de mondelinge behandeling is besproken. De Raad ziet momenteel geen aanleiding tot het doen van onderzoek. 6De beoordeling 6.
- De rechtbank overweegt het volgende. De moeder heeft geen verweer gevoerd tegen de erkenning van [minderjarige 2] door de vader. Nu partijen het hierover eens zijn en zij dit zelf kunnen regelen, hoeft de rechtbank op dit punt geen beslissing meer te nemen. 6.
- De moeder heeft aangegeven dat zij partijen, via het consultatiebureau, heeft aangemeld bij Altra voor hulp en begeleiding bij het uitvoeren van de zorgregeling en de verbetering van de communicatie. De vader heeft aangegeven dat hij openstaat voor dit traject. 6.
- Vast staat dat de communicatie tussen partijen niet goed is en dat die onlangs opnieuw is verslechterd. Dat heeft mede tot gevolg gehad dat de vader geen contact meer heeft met de kinderen. Het lukt de ouders niet het belang van de kinderen voorop te zetten en in hun belang samen te werken aan het uitoefenen van een zorgregeling. Partijen zullen daar professionele hulp en begeleiding bij nodig hebben, ook om van de hervatting van het contact tussen de vader en de kinderen een succes te maken. Het is niet in het belang van de kinderen dat het contact wordt hervat en vervolgens weer wordt gestaakt, zoals tot dusver het geval is geweest. Daarom zal de rechtbank de behandeling van de verzoeken wat betreft het gezag en de zorg- of omgangsregeling aanhouden, in afwachting van het in te zetten hulpverleningstraject bij Altra of Unalzorg. 6.
- Omdat het in het belang van de kinderen is dat het contact met de vader zo snel mogelijk wordt hervat, zal de rechtbank hierna de voorlopige omgangsregeling bepalen die door partijen bij de mondelinge behandeling is overeengekomen. Datzelfde geldt voor de informatieregeling zoals partijen die bij de mondelinge behandeling hebben afgesproken. Daarom beslist de rechtbank het volgende. 7De beslissing De rechtbank: - bepaalt als voorlopige informatieregeling dat de moeder wekelijks op woensdag een e-mail aan de vader stuurt (met een kopie aan de advocaten) over het wel en wee van de kinderen, hoe de afgelopen week is verlopen, eventueel met foto’s van de kinderen en waarbij de moeder een neutrale plek voorstelt waar de vader die week contact met de kinderen kan hebben op de vrijdag. De vader reageert vervolgens op donderdag, uitsluitend per e-mail en uitsluitend met een reactie op de voorgestelde neutrale plek en zal verder geen contact met de moeder opnemen; - bepaalt als voorlopige omgangsregeling dat de vader wekelijks op vrijdag van 16.00 tot 18.00 uur contact met de kinderen zal hebben op een neutrale plek, in aanwezigheid van de vader van de moeder, maar waarbij de vader van de moeder zich verder afzijdig zal houden; - bepaalt dat het resterende deel van de verzoeken tot gezamenlijk gezag en het bepalen van een definitieve zorg- of omgangsregeling, in afwachting van een in te zetten hulpverleningstraject, zoals het traject Ouderschap Blijft bij Altra en/of een traject bij Unalzorg, en/of een ander hulpverleningstraject, pro forma zal worden voortgezet op 23 januari 2023; - draagt partijen op zich voor zover nodig zo snel mogelijk aan te melden voor een dergelijk traject en verzoekt partijen uiterlijk tien dagen vóór de pro forma datum een schriftelijke update van de stand van zaken door te geven, indien gewenst met informatie van Altra en/of Unalzorg en/of een andere hulpverlenende instantie, en de door hen gewenste volgende stap in de procedure kenbaar te maken; - houdt iedere verdere beslissing aan. Deze beschikking is gegeven door de rechter mr. E. Dinjens, tevens kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. G. Veldman, griffier, op 14 juli
- De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 19 juli
- Voor zover tegen de beschikking hoger beroep openstaat kan dit via een advocaat worden ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam (IJdok 20 / Postbus 1312, 1000 BH).Het beroep moet worden ingesteld:- door de verzoeker en degene aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;- door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.