beschikking RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht zaaknummer / rekestnummer: C/13/714750 / FA RK 22/1421 Beschikking van 14 juli 2022 betreffende verzoek inzake het gezag en de zorgregeling in de zaak van: [de vader] , wonende te [woonplaats] , hierna te noemen de vader, advocaat mr. S. Rahimzadeh te Amsterdam tegen [de moeder] , wonende te [woonplaats] , hierna te noemen de moeder, advocaat mr. E.M. Zeeuw van der Laan te Hilversum. 1De procedure 1.
- De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder: het verzoekschrift van de vader, ingekomen bij de griffie op 3 maart 2022; de nagekomen stukken van de vader, ingekomen bij de griffie op 29 maart 2022; het verweerschrift, tevens zelfstandig verzoek van de moeder, ingekomen bij de griffie op 20 april
- het verweerschrift op het zelfstandig verzoek van de vader, ingekomen bij de griffie op 12 juli
- 1.
- De zaak is vervolgens mondeling behandeld ter zitting met gesloten deuren van 14 juli
- Verschenen zijn: de vader, bijgestaan door zijn advocaat; de moeder, bijgestaan door mr. F.J. Sol namens haar advocaat. 2De feiten 2.
- Partijen hebben een relatie met elkaar gehad. Uit deze relatie zijn geboren: [minderjarige 1] , geboren te [geboorteplaats] (Suriname) op [geboortedag] 2010, hierna te noemen [minderjarige 1] ; [minderjarige 2] , geboren te [geboorteplaats] , district [district] (Suriname) op [geboortedag] 2011, hierna te noemen [minderjarige 2] en [minderjarige 3] , geboren te [geboorteplaats] , district [district] (Suriname) op [geboortedag] 2014, hierna te noemen [minderjarige 3] , hierna gezamenlijk te noemen: de kinderen. 2.
- De kinderen zijn erkend door de vader. De moeder is van rechtswege belast met de uitoefening van het gezag. De kinderen wonen bij de vader. 3Het verzoek van de vader De vader heeft verzocht gezamenlijk met de moeder met het gezag over de kinderen te worden belast. Het aanvankelijk als primair ingediende verzoek van de vader tot eenhoofdig gezag, heeft hij bij de mondelinge behandeling ingetrokken. 4Het zelfstandige verzoek van de moeder De moeder heeft verzocht een zorgregeling tussen haar en de kinderen te bepalen, zoals weergegeven in haar verweerschrift. 5De beoordeling 5.
- Het gezag De rechtbank overweegt het volgende. Uitgangspunt is dat ouders van kinderen gezamenlijk met het gezag over hen zijn belast. Op grond van artikel 1:253c, eerste lid van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan – voor zover hier van belang – de tot het gezag bevoegde vader die nimmer het gezag gezamenlijk met de moeder heeft uitgeoefend, de rechter verzoeken hem gezamenlijk met de moeder met het gezag over de kinderen te belasten. Nu niet gesteld of anderszins is gebleken dat sprake is van gronden voor afwijzing van het verzoek tot gezamenlijk gezag, nu de moeder instemt met het verzoek en nu de rechtbank van oordeel is dat het in het belang van de kinderen is dat de ouders gezamenlijk het gezag over hen dragen, zal zij het verzoek daartoe toewijzen. 5.
- De zorgregeling De ouders zijn het eens geworden over een voorlopige zorgregeling. De ouders doen hun best om in het belang van de kinderen met elkaar te communiceren en dat gaat steeds beter. Om de communicatie tussen de ouders nog verder te verbeteren, hebben zij zich aangemeld bij Altra voor het traject Ouderschap Blijft. De intake is doorlopen en de ouders staan op de wachtlijst voor het begin van het traject. Partijen hebben de rechtbank daarom verzocht in afwachting van het traject de door hen overeengekomen voorlopige zorgregeling vast te leggen in deze beschikking en de overige beslissingen aan te houden. Omdat de rechtbank de door de ouders overeengekomen zorgregeling in het belang van de kinderen acht, zal zij aldus beslissen. Daarom beslist de rechtbank het volgende. 6De beslissing De rechtbank: bepaalt dat de ouders: [de vader] , geboren te [geboorteplaats] (Suriname) op [geboortedag] 1967, wonende te [woonplaats] en [de moeder] , geboren te [geboorteplaats] (Suriname) op [geboortedag] 1991, wonende te [woonplaats] , gezamenlijk met de uitoefening van het gezag over [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] worden belast, voor zover de bevoegdheid daartoe niet door een eerdere rechterlijke beslissing is uitgesloten; - draagt de griffier op aantekening van deze gezagsbeslissing te laten opnemen in het gezagsregister; - verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad; - bepaalt als voorlopige zorgregeling dat de moeder de kinderen bij zich zal hebben iedere week op zaterdag van tussen 10.00 en 11.00 uur tot zondag 18.00 uur, waarbij de moeder de kinderen haalt en brengt en waarbij partijen in onderling overleg de genoemde tijdstippen kunnen verruimen; - bepaalt dat het resterende deel van het verzoek tot het bepalen van een definitieve zorgregeling, in afwachting van het traject Ouderschap Blijft bij Altra, pro forma zal worden voortgezet op 23 januari 2023 en verzoekt partijen uiterlijk tien dagen vóór die datum een schriftelijke update van de stand van zaken door te geven, indien gewenst met informatie van Altra, en de door hen gewenste volgende stap in de procedure kenbaar te maken; - houdt iedere verdere beslissing aan. Deze beschikking is mondeling gegeven door de rechter mr. E. Dinjens, tevens kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. G. Veldman, griffier, op 14 juli
- De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 19 juli
- Voor zover tegen de beschikking hoger beroep openstaat kan dit via een advocaat worden ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam (IJdok 20 / Postbus 1312, 1000 BH).Het beroep moet worden ingesteld:- door de verzoeker en degene aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;- door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.