vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling Publiekrecht Teams Strafrecht Parketnummer: 13-730020-18 Datum uitspraak: 18 mei 2022 Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats 1] ( [land van herkomst] ) op [geboorteplaats 2] 1990, zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland. 1Het onderzoek ter terechtzitting Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 18 mei
- Verdachte en zijn raadsman, mr. V.A. van Biljouw, waren daarbij niet aanwezig. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. S.A. van de Vliet. 2De beschuldiging Verdachte wordt kort gezegd beschuldigd van het samen met een ander witwassen van € 269.040 op 27 februari 2018 te Hoofddorp en/of Den Haag. De tenlastelegging staat in de bijlage. 3Vrijspraak 3.
- Het standpunt van het Openbaar Ministerie De officier van justitie vindt dat het tenlastegelegde kan worden bewezen, omdat uit het dossier is af te leiden dat de bestuurder van de Opel [auto model] een bigshopper aan een persoon in de Ford heeft overgedragen. Verdachte zat op dat moment als bijrijder in de Opel [auto model] . In de Ford zat een verborgen ruimte waarin het geld is aangetroffen. Bovendien lag er een zelfde soort bigshopper, leeg, in de Ford. Verdachte is vaker waargenomen met medeverdachte [medeverdachte] en in de [auto model] . Vanuit de [auto model] worden vaker contacten met personen in andere auto’s waargenomen, waarbij ook tassen werden overgedragen. Deze omstandigheden samengenomen met het aantreffen van verborgen ruimtes in meerdere auto’s die zijn waargenomen, verdovende middelen in doorzochte woningen en de totaal ongeloofwaardige verklaring van verdachte maken dat moet worden geconcludeerd dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte] samen hebben gehandeld. 3.
- Het oordeel van de rechtbank De rechtbank vindt niet bewezen dat verdachte het bedrag in de tenlastelegging heeft witgewassen. Hij wordt daarvan vrijgesproken. Uit het dossier kan worden afgeleid dat verdachte op die dag als bijrijder in de Opel [auto model] zat. De bestuurder van de Opel [auto model] zou in de lezing van het Openbaar Ministerie vervolgens een gevulde bigshopper naar de Ford hebben gebracht, waarin het uiteindelijk in de Ford aangetroffen geldbedrag zou hebben gezeten. Van handelingen van verdachte met de bigshopper is niet gebleken. De rechtbank kan op basis van het dossier niet vaststellen dat verdachte wist dat er geld in de bigshopper zat en ook niet dat hij daarover heeft kunnen beschikken. De andere door de officier van justitie geschetste omstandigheden zijn weliswaar verdacht, maar leveren onvoldoende bewijs op voor een nauwe en bewuste samenwerking ten aanzien van (het witwassen van) dit specifieke bedrag tussen de bestuurder van de Opel [auto model] en verdachte. Ook de andere witwashandelingen kunnen niet worden bewezen. 4De beslissing De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing. Verklaart het tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij. [(...)]