RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/091025-22 RK nummer: 22/2366 Datum uitspraak: 28 juli 2022 UITSPRAAK op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 6 mei 2022 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 23 februari 2022 door de Vierde Afdeling van het Provinciaal Gerechtshof van Tarragona (Spanje) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] , geboren te [geboorteplaats] (Marokko) op [geboortedag] 1998, zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, gedetineerd in de [detentieplaats] , hierna te noemen de opgeëiste persoon. 1Procesgang Zitting 22 juni 2022 De vordering is behandeld op de openbare zitting van 22 juni 2022. Het onderzoek heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. K van der Schaft, en de raadsman van de opgeëiste persoon, mr. E. Boskma, advocaat te Alkmaar. De opgeëiste persoon heeft afstand gedaan van zijn recht om ter zitting aanwezig te zijn. De raadsman was niet gemachtigd om namens hem de verdediging te voeren. Op verzoek van de raadsman is de behandeling van de vordering aangehouden. Zitting 20 juli 2022 De behandeling van de vordering is voortgezet op de openbare zitting van 20 juli 2022. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. M. Diependaal. De opgeëiste persoon is bijgestaan door mr. E. Boskma en door een tolk in de Arabische (Marokkaanse) taal. Op grond van artikel 22, derde lid, OLW heeft de rechtbank de termijn waarbinnen zij op grond van het eerste lid van dit artikel uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen. 2Identiteit van de opgeëiste persoon De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Marokkaanse nationaliteit heeft. 3Grondslag en inhoud van het EAB In het EAB wordt melding gemaakt van een vonnis van 31 oktober 2019, bevestigd door de beslissing van het Hooggerechtshof van Justitie van Catalonië van 21 april 2020 en, nadat het cassatieberoep werd afgewezen, onherroepelijk en uitvoerbaar verklaard op 27 oktober 2020. De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van 4 jaar en 7 maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De opgeëiste persoon zat gedetineerd voor het uitzitten van zijn straf, maar is na een kort verlof niet teruggekeerd naar de penitentiaire inrichting. Vervolgens is hij in Nederland aangehouden. Van deze straf resteert volgens het EAB nog het overgebleven gedeelte van de vrijheidsstraf. Deze straf zou de opgeëiste persoon aanvankelijk tot 17 maart 2023 moeten uitzitten. Deze vonnissen betreffen de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.