← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2022:4674

RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/751430-20 RK nummer: 20/2565 Datum uitspraak: 9 mei 2022 UITSPRAAK op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 18 mei 2020 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 4 oktober 2019 door de Regional Court of Toruń (Polen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] , geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1981, zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, hierna te noemen de opgeëiste persoon. 1Procesgang De vordering is behandeld op de openbare zitting van 10 mei

  1. Het onderzoek heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. C.L.E. McGivern. De opgeëiste persoon is niet verschenen. Zijn raadsman, mr. Th. Boumans, advocaat te Heerlen, was wel ter zitting aanwezig. De rechtbank stelt vast dat in deze zaak de termijn van 90 dagen waarbinnen de rechtbank ex artikel 22 OLW op het overleveringsverzoek moet beslissen, reeds is verstreken. Dat betekent dat de rechtbank de beslistermijn niet meer kan verlengen en dat als gevolg daarvan geen grondslag meer bestaat voor gevangenhouding. 2Identiteit van de opgeëiste persoon De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Poolse nationaliteit heeft. 3Grondslag en inhoud van het EAB In het EAB wordt melding gemaakt van een decision van 17 februari 2019 door de Regional Court in Toruń (Polen). De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van 365 dagen, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis. Dit vonnis betreft de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. 4Ontvankelijkheid officier van justitie Bij brief van 16 januari 2022 is door de uitvaardigende justitiële autoriteit het volgende medegedeeld: Referring to the European Arrest Warrant issued in case file reference number II Kop 48/19 towards [opgeëiste persoon] born on [geboortedag] 1981, the Regional Court in Toruń, informs that [opgeëiste persoon] was surrendered to Poland on 9th February 2022 and thus the entry in the Schegen Informative System (de rechtbank begrijpt: Shengen) relating thereto was deleted. De rechtbank is van oordeel dat uit het voorgaande volgt dat de officier van justitie niet-ontvankelijk is in de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB, nu de opgeëiste persoon reeds is overgeleverd aan de uitvaardigende justitiële autoriteit. 5Beslissing VERKLAART de officier van justitie NIET-ONTVANKELIJK in de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB. STELT VAST dat de overleveringsdetentie is beëindigd. Aldus gedaan door mr. C. Klomp, voorzitter, mrs. J.A.A.G. de Vries en A. Pahladsingh, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.M. Rus, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 10 mei
  2. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.