RECHTBANK AMSTERDAM VONNIS Parketnummer: 13/016011-21 Datum uitspraak: 10 augustus 2022 Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [geboortedag] 1997 te [geboorteplaats] , ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres: [adres] . 1Het onderzoek ter terechtzitting Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 27 juli
- De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr R. Leuven, en van wat verdachte en zijn raadsvrouw, mr. M.M. Altena-Staalenhoef, naar voren hebben gebracht. 2Tenlastelegging Verdachte wordt, kort gezegd, verweten dat hij zich op of omstreeks 24 juni 2020 te Amsterdam ten aanzien van [persoon] schuldig heeft gemaakt aan (primair) verkrachting of (subsidiair) aan handelingen die bestonden uit het seksueel binnendringen van haar lichaam, terwijl hij wist dat zij in een staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde. De volledige tekst van de tenlastelegging is opgenomen in een bijlage van dit vonnis. De inhoud daarvan geldt als hier ingevoegd. 3Vrijspraak Inleiding De rechtbank stelt op basis van de verklaringen van verdachte en [persoon] vast dat tussen hen in de nacht van 23 op 24 juni 2020 in het trappenhuis van het [naam hotel] seksuele handelingen hebben plaatsgevonden. Uit de verklaringen van hen beiden volgt dat verdachte door [persoon] oraal is bevredigd en dat zij van achteren (op z’n hondjes) vaginale seks hebben gehad. Op 24 juni 2020 heeft [persoon] tijdens een informatief gesprek tegenover de politie verklaard wat er volgens haar is voorgevallen. Zij heeft verklaard dat verdachte haar meenam naar het trappenhuis, haar op de trap duwde, zijn penis in haar mond duwde, haar hoofd vastpakte en haar hoofd heen en weer bewoog, haar broekrokje uittrok, haar omdraaide en haar vervolgens van achteren vaginaal penetreerde. Verdachte ontkent dat sprake is geweest van enige vorm van dwang. Hij heeft verklaard dat [persoon] zelf de deur van het trappenhuis openmaakte, dat zij zelf haar broekje uittrok, dat de seksuele handelingen tussen hem en [persoon] geheel vrijwillig hebben plaatsgevonden en dat zij nadien telefoonnummers hebben uitgewisseld. Op 5 februari 2021 heeft [persoon] haar verklaring op verschillende onderdelen genuanceerd en aangevuld. Zij heeft aangegeven dat zij zelf haar broekje uitdeed en dat zij heeft gefilmd tijdens de seks, maar daarna het filmpje heeft gewist. Ook [persoon] heeft verklaard dat zij en verdachte nog telefoonnummers hebben uitgewisseld na de seks. [persoon] heeft geen aangifte gedaan tegen verdachte. Op de zitting van 27 juli 2022 heeft de rechtbank de korte video bekeken die door verdachte tijdens de seks is opgenomen met zijn telefoon. Volgens het proces-verbaal van bevindingen van 26 maart 2021 zou op deze video (aan het eind) te horen zijn dat [persoon] zegt dat ze weg wil. De rechtbank heeft dit tijdens het afspelen en beluisteren van de video op de zitting niet gehoord. Standpunten De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van verkrachting. Hij heeft betoogd dat uit de verklaringen van [persoon] volgt dat sprake is geweest van dwang en dat haar verklaringen steun vinden in de verklaringen van getuigen, die kort na de gebeurtenis hebben waargenomen dat zij emotioneel was. De raadsvrouw heeft bepleit dat verdachte integraal moet worden vrijgesproken. Oordeel van de rechtbank Op basis van de verklaringen van [persoon] , met name haar nadere verklaring van 5 februari 2021, kan de rechtbank niet vaststellen dat sprake is geweest van dwang of andere feitelijkheden, die tot de conclusie kunnen leiden dat sprake is geweest van verkrachting. Het feit dat [persoon] na de seks volgens getuigen emotioneel was, maakt dit niet anders. Verdachte zal daarom van de primair tenlastegelegde verkrachting worden vrijgesproken. Ook komt de rechtbank tot een vrijspraak van het subsidiair tenlastegelegde, omdat noch uit de verklaringen van [persoon] zelf, noch uit de overige stukken in het dossier blijkt dat [persoon] in een zodanige toestand van verminderd bewustzijn of in een staat van bewusteloosheid of lichamelijke onmacht verkeerde, dat zij haar wil niet heeft kunnen bepalen. 4Beslissing De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing. Verklaart het ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij. Heft op het – geschorste – bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte. Dit vonnis is gewezen door mr. E.G.C. Groenendaal, voorzitter, mrs. E. Akkermans en M.J.M. Marseille, rechters, in tegenwoordigheid van mr. K.P.M. Smeets en D.F. Aukes, griffiers, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 10 augustus
- [...]