RECHTBANK AMSTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: AMS 22/1573 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 augustus 2022 in de zaak tussen [eiser] , te Amsterdam, eiser (gemachtigde: mr. N.G.A. Voorbach), en de heffingsambtenaar van Amsterdam, verweerder, ( [gemachtigde 1] en [gemachtigde 2] ). Procesverloop Op 21 september 2021 heeft de heffingsambtenaar aan eiser een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd. Bij besluit van 21 februari 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 augustus
- Eiser en zijn gemachtigde zijn, zonder bericht, niet verschenen. De heffingsambtenaar heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden. Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen
- De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.
- Tussen partijen is in geschil of sprake is van parkeren. Op de plek waar eiser met zijn auto stond, moet voor parkeren betaald worden. Het stilstaan, ook zonder de auto te verlaten, moet in beginsel als parkeren worden aangemerkt. Van parkeren is alleen geen sprake wanneer onmiddellijk personen in- en uitstappen of onmiddellijk zaken geladen of gelost worden. De bewijslast dat sprake was van onmiddellijk laden of lossen ligt op degene die zich op deze uitzondering beroept. Dat betekent dat het in dit geval op de weg van eiser ligt om aannemelijk te maken dat sprake was van onmiddellijk laden of lossen van zaken aan de [adres] .
- Op de scanfoto’s is niets te zien dat duidt op het onmiddellijk laden of lossen van zaken. De auto staat stil op een parkeerplek, de deuren zijn dicht, de knipperlichten lijken uit te staan en er zijn geen personen te zien in of rondom de auto. Eiser heeft met de overgelegde getuigenverklaring niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van onmiddellijk laden en lossen. Uit de getuigenverklaring blijkt niet door wie de verklaring is opgesteld en ondertekend. Ook is onbekend of deze persoon op het moment van de controle ter plaatse aanwezig was. Eiser heeft verder ook geen verklaring overgelegd van de bewoner van de [adres] ter onderbouwing van zijn standpunt en daarnaast is het onbekend gebleven waarom de overgelegde factuur is geadresseerd aan de [adres 2] terwijl hij heeft verklaard spullen te lossen aan de [adres] . De rechtbank is dan ook van oordeel dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van onmiddellijk laden en lossen. Dit betekent dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd.
- Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling of vergoeding van het griffierecht bestaat geen aanleiding. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.E.J.M. Gielen, rechter, in aanwezigheid van mr. N.J.A. van Eck, griffier, op 9 augustus
- griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kunt u binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.