RECHTBANK AMSTERDAM VONNIS Parketnummers: 13/029383-22 (A) en 13/118408-22 (B) (Promis) Datum uitspraak: 19 augustus 2022 Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [geboortedag] 2003 te [geboorteplaats] , ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres: [adres] , [woonplaats] , gedetineerd in de [naam PI] . 1Onderzoek ter terechtzitting Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 5 augustus 2022. De rechtbank heeft de zaken, die bij afzonderlijke dagvaardingen onder de bovenvermelde parketnummers zijn aangebracht, gevoegd. Deze zaken worden hierna als respectievelijk zaak A en zaak B aangeduid. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. H. Hoekstra, en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. A.W.J. van Galen, naar voren hebben gebracht. De zaken zijn tegelijk op de zitting behandeld met de zaak tegen medeverdachten [medeverdachte 1] (13/029343-22) en [medeverdachte 2] (13/029248-22). De rechtbank doet vandaag in de zaken van de drie verdachten uitspraak. 2Inleiding en tenlastelegging 2.1. Onderzoek Racuda (zaak A) Op 1 februari 2022, rond middernacht, zijn de inzittenden van een witte Mazda met kenteken [kenteken] (hierna: de auto) op de parkeerplaats Meerzicht in Amstelveen gecontroleerd. In deze auto bevonden zich verdachte als bijrijder, medeverdachte [medeverdachte 1] als bestuurder en medeverdachte [medeverdachte 2] op de achterbank. Terwijl een verbalisant wachtte op assistentie van collega’s is medeverdachte [medeverdachte 2] weggerend richting de bosschages naast de parkeerplaats, waar hij na een korte achtervolging te voet werd aangehouden. De auto reed ondertussen weg en werd korte tijd later, zonder inzittenden, aangetroffen op de parkeerplaats Berkenhoek, gelegen in het Amsterdamse Bos aan de Nieuwe Meerlaan. Aldaar werd medeverdachte [medeverdachte 1] in de bosschages aangetroffen en aangehouden. Nabij de plekken waar de medeverdachten zijn aangehouden zijn geladen vuurwapens en munitie aangetroffen. In zaak A wordt verdachte er – kort gezegd - van beschuldigd dat hij zich op of omstreeks 2 februari 2022 in Amsterdam in vereniging heeft schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van vuurwapens met (bijbehorende) munitie. 2.2. Onderzoek Barbuda (zaak B) In juli 2021 is er een video van (fragmenten van) een zogenaamde drillrapvideo op Instagram en YouTube aangetroffen. Dit heeft ertoe geleid dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] worden verdacht van het plegen van verschillende strafbare feiten. In zaak B wordt verdachte ervan beschuldigd dat hij zich in de periode van 1 juni 2021 tot en met 4 augustus 2021 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, samen met anderen, heeft schuldig gemaakt aan: het voorhanden hebben van vuurwapens; het verheerlijken van geweld, wapengebruik en wapenbezit en het oproepen tot geweldgebruik jegens een/de tegenpartij (oftewel: opruiing); het zich voordoen als een politieambtenaar; heling van een politie-uniform. De volledige tekst van de tenlastelegging is opgenomen in bijlage I van dit vonnis. De inhoud daarvan geldt als hier ingevoegd. 3Waardering van het bewijs 3.1. Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft in zaak A gerekwireerd tot bewezenverklaring van het medeplegen van het voorhanden hebben van geladen vuurwapens met bijbehorende munitie. De officier van justitie heeft betoogd dat alle aangetroffen vuurwapens en munitie afkomstig waren uit de auto waarin de verdachten werden gecontroleerd. Uit de omstandigheid dat de verdachten vluchtten voor de politie kan worden afgeleid dat iedere verdachte afzonderlijk wist van de aanwezigheid van de vuurwapens en munitie in de auto, die vervolgens zijn aangetroffen nabij de plekken waar de medeverdachten zijn aangehouden. De verklaring van verdachte, dat hij alleen wetenschap had van het automatische aanvalsgeweer waarop zijn DNA is aangetroffen, is niet geloofwaardig. In zaak B heeft de officier van justitie gerekwireerd tot bewezenverklaring van alle tenlastegelegde feiten. De tenlastegelegde periodes kunnen steeds worden bewezen, omdat verondersteld kan worden dat de verdachten de drillrapvideo kort voor het moment van het plaatsen van de video op sociale mediakanalen hebben opgenomen en daartoe vuurwapens en een politie-uniform voorhanden hebben gehad en hebben gedragen. Verdachte moet gedeeltelijk worden vrijgesproken van feit 1 in zaak B, omdat niet kan worden vastgesteld dat de vuurwapens die onder het vijfde en zesde gedachtestreepje staan genoemd, echte vuurwapens betreffen. 3.2. Standpunt van de verdediging De raadsman heeft zich in zaak A op het standpunt gesteld dat kan worden bewezen dat verdachte een automatisch aanvalsgeweer met bijbehorende munitie voorhanden heeft gehad, omdat verdachte hierover een bekennende verklaring heeft afgelegd. Verdachte ontkent dat hij wetenschap had van de andere aangetroffen vuurwapens en munitie, zodat verdachte daarvan moet worden vrijgesproken. In zaak B heeft de raadsman, primair, betoogd dat verdachte van alle tenlastegelegde feiten moet worden vrijgesproken. Niet kan worden bewezen dat verdachte één van de personen is die op de zogenaamde drillrapvideo te zien is. Daarnaast kan verdachte niet worden gekoppeld aan de naam ‘ [naam 1] ’, die door de verbalisanten aan verdachte wordt toegeschreven en met deze video in verband wordt gebracht. Subsidiair, indien wordt bewezenverklaard dat verdachte kan worden gekoppeld aan de naam ‘ [naam 1] ’, heeft de raadsman het volgende aangevoerd. Niet kan worden vastgesteld dat de genoemde wapens onder het derde tot en met het zesde gedachtestreepje van feit 1 echte wapens betreffen, zodat verdachte van deze tenlastegelegde onderdelen moet worden vrijgesproken. Feit 2 kan niet worden bewezen, omdat niet is voldaan aan de wettelijke vereisten die tot een veroordeling voor opruiing zouden kunnen leiden. Voor feiten 3 en 4 geldt dat sprake is van eendaadse samenloop. 3.3. Oordeel van de rechtbank 3.3.1. Zaak A (onderzoek Racuda) Feiten en omstandigheden Verdachte heeft verklaard dat hij op 1 februari 2022, omstreeks 23:50 uur, in een auto zat op de parkeerplaats Meerzicht in Amstelveen. Tussen zijn benen stond een zwarte sporttas met daarin een automatisch vuurwapen AK met bijbehorende munitie. Deze sporttas is korte tijd later door een gecertificeerde diensthond aangetroffen in het Amsterdamse Bos aan de Bosbaan te Amstelveen. Op basis van onderzoek aan het wapen is vastgesteld dat het een automatisch aanvalsgeweer betrof van het type AK47, merk Izhmash, model AKM, kaliber 7,62 x 39mm (met serienummer [nummer] ). Dit aanvalsgeweer is een vuurwapen van categorie II onder 2 van de Wet wapens en munitie (hierna: Wwm) en bleek geschikt om automatisch te vuren. In het patroonmagazijn zaten 34 patronen en in twee losse sealbags in de tas zaten respectievelijk 30 en 35 patronen. Het bleek te gaan om bijbehorende munitie. Het vuurwapen was geladen, maar niet doorgeladen. Op verschillende plekken op het wapen is DNA aangetroffen. Uit onderzoek is gebleken dat dit DNA afkomstig is van verdachte. Bewezenverklaring en gedeeltelijke vrijspraken De rechtbank vindt op basis van voornoemde feiten en omstandigheden bewezen dat verdachte een automatisch aanvalsgeweer met bijbehorende munitie voorhanden heeft gehad. De rechtbank kan niet vaststellen dat verdachte van zijn medeverdachten wist dat ook zij vuurwapens en munitie bij zich droegen. De andere vuurwapens en munitie zijn immers aangetroffen in een schoudertas of jaszak of lagen niet in het zicht in het voertuig waarin de verdachten samen zaten. Verdachte zal daarom worden vrijgesproken van het voorhanden hebben van de overige vuurwapens en munitie. 3.3.2. Zaak B (onderzoek Barbuda) Feiten en omstandigheden Op 28 juli 2021 is op de profielpagina van het Instagramaccount ‘ [naam 1] ’ een video aangetroffen van 35 seconden. In deze video zijn onder andere de volgende Instagramgebruikers getagd: ‘ [naam 2] ’, ‘ [naam 3] ’ en ‘ [naam 4] ’. Op 4 augustus 2021 is via het account ‘ [naam 3] ’ een video van 2 minuten en 42 seconden geplaatst op het sociale mediakanaal YouTube met de naam ‘ [naam video] . [naam video] ’ (hierna: de video). In de kortdurende video op het genoemde Instagramaccount bleken fragmenten zichtbaar van deze video op YouTube. Op het Instagramprofiel van ‘ [naam 2] ’ wordt in een bericht onder een foto met vuurwapens gerefereerd naar de titel van de video met de vraag: ‘wanneer moeten we deze droppen’. In dit bericht zijn de Instagramaccounts ‘ [naam 1] ’ en ‘ [naam 4] ’ getagd en er wordt verwezen naar een link van een YouTube kanaal. In de video zijn verschillende personen zichtbaar met (in totaal zeven) vuurwapens, waaronder het automatische aanvalsgeweer dat verdachte en het pistool van het merk Grand Power dat medeverdachte [medeverdachte 1] , ieder afzonderlijk, in onderzoek Racuda voorhanden hadden. Aan het begin van de video wordt geschoten met een automatisch vuurwapen. Verder is te zien dat de personen in de video hun vuurwapens richten naar de camera. Ook wordt een snijdende beweging met de hand langs de keel gemaakt. Eén van de verdachten draagt in de video een officieel politie-uniform. De rappers in de video zingen/rappen in de Nederlandse taal, de Engelse taal en in zogenaamde straattaal en er is een versie van de video beschikbaar waarin een Engelse ondertiteling wordt weergegeven. In de video zijn onder andere de volgende teksten te horen en/of te lezen: En pas als die man een pek is, is die kanker missie voltooid (Only when he is in a pack is that mission complete); Spin die wip heb me op gescand (Spin that whip I spotted a opp); Time to glide we komen intens (Time to glide we come intense); Al die ballas gaan door je heen (All the bullets go through you); Trat (fon) op mijn naam en je wordt geshot (Keep talking shit on my name you will get shot); Lak vier ik ben stijf voor die nieuwe glock (Pay 4 for that new glock); We spleie (fon) die kanker pijp in de hood (We sell all them gunst to the hood); Breng die pijp in die fucking hood (Bring the guns to the hood). Uit onderzoek naar de identiteit van de rappers is naar voren gekomen dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] als de vermoedelijke rappers in de video kunnen worden aangemerkt. Verdachte (‘ [naam 1] ) Verdachte heeft zichzelf herkend op twee foto’s die zichtbaar zijn op het Instagramprofiel van ‘ [naam 1] ’. In november 2018 heeft verdachte tijdens een politieverhoor een telefoonnummer opgegeven, welk telefoonnummer op een inbeslaggenomen telefoon in een ander onderzoek is opgeslagen onder de naam ‘ [naam 1] ’. Op camerabeelden die in oktober 2021 zijn opgenomen bij de centrale toegangsdeur van de woning van verdachte is een persoon te zien die gelijkenissen vertoont met verdachte. In de video draagt ‘ [naam 1] ’ soortgelijke kleding en schoenen als diegene die op de camerabeelden bij de woning van verdachte te zien is. Medeverdachte [medeverdachte 1] (‘ [naam 4] ’) In de video is een aantal keer een stuk huid met een tatoeage zichtbaar op de pols van rapper ‘ [naam 4] ’. Deze tatoeage komt overeen met de tatoeage op de linker pols van medeverdachte [medeverdachte 1] . Op het Instagramprofiel van ‘ [naam 4] ’ staat een foto van een persoon met dezelfde tatoeage. Bewezenverklaring feit 2 en gedeeltelijke vrijspraak periode Op basis van de feiten en omstandigheden die naar voren zijn gekomen in het onderzoek naar de identiteit van de rappers, in combinatie met het gegeven dat de twee vuurwapens die deze rappers in de video aan het publiek tonen identiek zijn aan de vuurwapens die verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] (ieder afzonderlijk) voorhanden hadden in onderzoek Racuda, vindt de rechtbank bewezen dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] in de video te zien zijn. Verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] zijn derhalve betrokken geweest bij de opname van de video. Gelet op het bericht onder de foto met vuurwapens op het Instagramprofiel van ‘ [naam 2] ’ kan worden vastgesteld dat zij verantwoordelijk zijn voor het (laten) plaatsen en delen van (fragmenten van) de video op sociale mediakanalen. Daarnaast is verdachte diegene die het Instagramprofiel ‘ [naam 1] ’ heeft beheerd. Gelet op de inhoud van de teksten die worden gezongen/gerapt, het schieten met een automatisch aanvalsgeweer en de gebaren die worden gemaakt – te weten het richten van vuurwapens naar de camera en de snijdende beweging langs de keel – kan worden bewezen dat verdachte zich, samen met anderen, heeft schuldig gemaakt aan opruiing in de periode van 28 juli 2021 tot en met 4 augustus 2021. De rechtbank overweegt daartoe als volgt. Met het plaatsen van een video met de geuite woorden, handelingen en gebaren op een openbaar Instagram-account en YouTube-kanaal, worden naar het oordeel van de rechtbank geweldgebruik, wapengebruik en wapenbezit verheerlijkt en wordt (impliciet) opgeroepen tot strafbare feiten, waaronder het plegen van levensdelicten, jegens een tegenpartij. Uit de bewoordingen ‘Spin that whip I spotted a opp’ volgt naar het oordeel van de rechtbank dat de verdachten met ‘opp’ een andere rivaliserende drillrapgroep bedoelen. Dat niet expliciet is benoemd tegen welke andere drillrapgroep de tekst zich richt en welke personen/groep personen door deze video zouden moeten worden opgeruid, doet aan het opruiende karakter van de video niet af. In de video zijn twee echte vuurwapens te zien en in het begin van de video wordt daadwerkelijk met een automatisch aanvalsgeweer geschoten. De rechtbank neemt in aanmerking dat met name in grote steden zoals Amsterdam het aantal geweldsincidenten (onder jongeren) met vuurwapens nu en in het verleden maatschappelijke onrust hebben veroorzaakt. Door in videoclips vuurwapens te tonen en daarmee te schieten, wordt het bezit en het gebruik van vuurwapens als het ware genormaliseerd. Bovendien worden in de video dusdanig provocatieve en gewelddadige uitingen gedaan dat daarvan naar het oordeel van de rechtbank een inherent gevaar voor escalatie van geweld van uitgaat. De rechtbank ziet het als een groot risico dat de video die verdachte en medeverdachte hebben opgenomen en op sociale media hebben verspreid met name jongeren ertoe beweegt een eigen vuurwapen aan te schaffen en te gebruiken. Ook verdachte moet zich hiervan bewust zijn geweest. Door de betreffende videoclip ondanks die wetenschap via publiek toegankelijke sociale mediakanalen te verspreiden, heeft verdachte die kans kennelijk ook aanvaard. De rechtbank zal verdachte vrijspreken van een deel van de onder feit 2 tenlastegelegde periode, namelijk van 1 juni 2021 tot en met 27 juli 2021, omdat de video pas op 28 juli 2021 op het Instagramprofiel ‘ [naam 1] ’ is verschenen. Vrijspraken feiten 1, 3 en 4 Hoewel is vastgesteld dat fragmenten van de bewuste video op 28 juli 2021 op het Instagramaccount ‘ [naam 1] ’ te zien zijn geweest, kan niet worden vastgesteld dat de video ook daadwerkelijk is opgenomen in de tenlastegelegde periode van 1 juni tot en met 4 augustus 2021. In mei 2021 zijn in het Amsterdamse Bos kogelhulzen aangetroffen, waarvan is vastgesteld dat deze zijn verschoten met het in de video zichtbare automatische aanvalsgeweer (AKM) dat is aangetroffen in onderzoek Racuda (3.3.1). De politie heeft beschreven dat het aantreffen van de hulzen in het Amsterdamse Bos een aanwijzing vormt voor de stelling dat de openingsscène van de video op deze locatie is opgenomen. Deze aanwijzing kan echter niet als onderbouwing voor de tenlastegelegde periode worden gebruikt. Immers vormt het aantreffen van de hulzen in mei 2021 eerder een aanwijzing voor de stelling dat de hulzen vóór juni 2021 – en dus vóór de tenlastegelegde periode – zijn verschoten. De rechtbank kan in ieder geval niet vaststellen dat de video na 1 juni 2021 is opgenomen en verdachte en de medeverdachte de goederen van de feiten 1, 3 en 4 in die periode tussen 1 juni 2021 en 4 augustus 2021 voorhanden moeten hebben gehad. Nu van de feiten 1, 3 en 4, de tenlastegelegde periode niet kan worden bewezen zal verdachte van deze feiten worden vrijgesproken. 4Bewezenverklaring De rechtbank acht op grond van de in bijlage II vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte: Zaak A: omstreeks 2 februari 2022 in Nederland, één wapen van de categorie II onder 2 van de Wet wapens en munitie te weten: - een automatisch aanvalsgeweer, van het type AK47, merk Izhmash, model AKM, serienummer [nummer] , kaliber 7,62 x 39mm, zijnde een vuurwapen geschikt om automatisch te vuren en bijbehorende munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten: - 99 patronen van het kaliber 7,62 x 39mm voorhanden heeft gehad; Zaak B: Feit 2 in de periode van 28 juli 2021 tot en met 4 augustus 2021 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, in het openbaar mondeling en door middel van een video tot enig strafbaar feit heeft opgeruid door: - het (laten) beheren van (een) social media-account(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.