RECHTBANK AMSTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: AMS 19/5429 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , te Amsterdam, eiser, (gemachtigde: mr. F.M. Meis), en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder. Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: [werkgever] , werkgever van eiser. Procesverloop De rechtbank heeft op 11 oktober 2019 een beroepschrift ontvangen gericht tegen het besluit van verweerder van 25 september 2019 (het bestreden besluit). Het beroep is behandeld ter zitting van 10 augustus 2020. Partijen zijn niet verschenen. De rechtbank heeft het vooronderzoek heropend. Op 6 oktober 2021 en 24 mei 2022 heeft eiser het beroep ingetrokken en verzocht om verweerder te veroordelen in de proceskosten. Verweerder heeft op 8 oktober 2021 een verweerschrift ingediend. Overwegingen 1. Eiser heeft bij de intrekking van het beroep verzocht om vergoeding van de proceskosten, bestaande uit de forfaitaire vergoeding in beroep en een bedrag van € 2.510,75 (incl. btw) voor de kosten van het in de beroepsfase opgemaakte deskundigenrapport van het Expertise Instituut.Eiser heeft de kosten met stukken aangetoond. De rechtbank sluit het onderzoek en zal uitspraak doen buiten zitting. Het verzoek is voor een deel gegrond en voor een deel ongegrond. Forfaitaire kosten 2.1 De rechtbank stelt vast dat eiser het beroep heeft ingetrokken omdat verweerder aan eiser is tegemoetgekomen. Verweerder heeft de in verband met de intrekking van het beroep gemaakte aanspraak op de forfaitaire proceskostenvergoeding niet bestreden. De rechtbank ziet dan ook aanleiding om verweerder te veroordelen in de kosten die eiser in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De hoogte wordt forfaitair vastgesteld op € 748,- als kosten van verleende rechtsbijstand. Kosten deskundigenonderzoek – welk tarief is van toepassing? 2.2.1 Het onderzoek is verricht door [verzekeringsarts] , en [arbeidsdeskundige] . Het deskundigenrapport is gedateerd op 20 februari 2020. Hoewel het feitelijke onderzoek, waarbij eiser bij de deskundige (verzekeringsarts) is verschenen, heeft plaatsgevonden in 2020, is de nota gedateerd op 10 december 2019 en is daarin het uurtarief van € 126,47 gehanteerd en is vermeld dat de uren in 2019 zijn geschreven. Dat betekent dat in dit geval het uurtarief in 2019 van toepassing is. 2.2.2 Een veroordeling in de kosten van een deskundigenverslag moet worden vastgesteld met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij en krachtens de Wet tarieven in strafzaken. Volgens het Besluit tarieven in strafzaken 2003 (het Besluit) is een tarief van ten hoogste € 126,47 per uur vastgesteld (tarief in 2019). In artikel 15 van het Besluit is bepaald dat de bedragen, genoemd in het Besluit, worden verhoogd met de omzetbelasting die daarover is verschuldigd. 2.2.3 De kosten van de medische rapportage komen voor vergoeding in aanmerking voor zover de kosten het voor 2019 vastgestelde uurtarief van € 126,47 niet overschrijden niet overschrijden. Uit de nota van 10 december 2019 blijkt dat de deskundigen in totaal 13 uren aan het onderzoek hebben besteed. Dat aantal uren acht de rechtbank redelijk. Dat betekent dat in totaal een bedrag van € 1.644,11 (13 x € 126,47) voor vergoeding in aanmerking komt. Kosten deskundigenonderzoek – administratiekosten 2.3 In de nota van 10 december 2019 zijn administratiekosten van € 430,89 in rekening gebracht. De administratiekosten van € 430,89 komen niet voor vergoeding in aanmerking. De gevraagde kostenvergoeding van administratiekosten komt niet voor in de limitatieve opsomming in het Bpb. De gevraagde kostenvergoeding wordt in zoverre afgewezen. Kosten deskundigenonderzoek – moet verweerder btw vergoeden? 2.4.1 Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat eisers gemachtigde de btw mogelijk als voorbelasting kan aftrekken bij de Belastingdienst. Als eiser de btw kan aftrekken dient eiser niet voor vergoeding van de btw in aanmerking te komen. Eiser heeft verweerders standpunt in zijn brief van 24 mei 2022 bevestigd. 2.4.2 Hetgeen verweerder heeft aangevoerd is van toepassing indien (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.