vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht zaaknummer: 9556666 \ CV EXPL 21-16707 vonnis van: 14 juni 2022 fno.: 52128 vonnis van de kantonrechter I n z a k e de stichting Woningstichting Eigen Haard gevestigd te Amsterdam eiseres, nader te noemen: verhuurster gemachtigde: mr. T.W. Jaburg t e g e n 1. [gedaagde 1] wonende te [woonplaats 1] nader te noemen: [gedaagde 1] 2. [gedaagde 2] wonende te [woonplaats 2] nader te noemen: [gedaagde 2] gedaagden, nader te noemen: huurders gemachtigde: mr. M. Westerveld VERLOOP VAN DE PROCEDURE De kantonrechter gaat uit van de volgende processtukken en proceshandelingen: - de dagvaarding van 15 november 2021 met producties 1 tot en met 9; - de conclusie van antwoord van 25 januari 2022 met producties 1 tot en met 3;- de dagbepaling mondelinge behandeling; - producties 4 tot en met 8 van de kant van huurders, ontvangen op 2 mei 2022; - producties 10 en 11, en de spreekaantekeningen voor de mondelinge behandeling met daarin een voorwaardelijke vermeerdering van eis van de kant van verhuurster, ontvangen op 6 mei 2022. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 12 mei 2022. Voor verhuurster zijn verschenen de heer [naam 1] (teamcoördinator Woonfraude bij verhuurster) en mevrouw [naam 2] (senior medewerker Woonfraude bij verhuurster), vergezeld door mr. Jaburg. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] zijn beiden verschenen, vergezeld door mr. Westerveld, die het standpunt van huurders heeft toegelicht aan de hand van spreekaantekeningen. Partijen zijn gehoord en hebben vragen van de kantonrechter beantwoord. Ten slotte is vonnis gevraagd en is een datum voor vonnis bepaald. GRONDEN VAN DE BESLISSING Feiten 1. Als gesteld en niet (voldoende) weersproken staat het volgende vast: 1.1. De woning aan het [adres 1] (hierna: de woning) is destijds door verhuurster per advertentie te huur aangeboden, onder vermelding van – voor zover relevant voor deze zaak – het volgende: “Toewijzing: De woning verhuren wij aan huishoudens met een bruto jaarinkomen van minimaal € 38.035,- en maximaal € 57.857,-. (…)” 1.2. Huurders hebben de woning bezichtigd. Daarna hebben zij een e-mail (hierna: de e-mail uit 2019) aan verhuurster gestuurd waarin staat: “Hierbij willen graag reageren op de woning aan de [adres 1] . Wij hebben de woning bezichtigd en zijn zeer geïnteresseerd. Hierbij lever ik de volgende documenten aan: Uittreksel Basisregistratie Personen [gedaagde 1] Uittreksel Basisregistratie Personen [gedaagde 2] Kopie uittreksel van de Kamer van Koophandel [gedaagde 1] Kopie Winst- en verliesrekening 2018 [gedaagde 1] Aangiften inkomstenbelasting 2018 [gedaagde 1] Kopie van de prognose van het huidige jaar [gedaagde 1] Kopie laatste 3 loonstroken/salarisspecificaties [gedaagde 2] Werkgeversverklaring [gedaagde 2] Kopie definitieve aanslag inkomstenbelasting van het afgelopen jaar [gedaagde 2] . Kopie definitieve aanslag inkomstenbelasting van het afgelopen jaar [gedaagde 1] . Tijdens de bezichtiging hebben wij een kort gesprek met u gehad over de documenten die aangeleverd moeten worden en die van belang zijn. Ik heb van de boekhouder toch nog een winst- en verliesrekening ontvangen, deze staat in de bijlagen. Verder was het van belang dat wij in de mail aangeven dat wij huurders zijn van Eigen Haard en een sociale huurwoning achterlaten, bij deze. Ons adres is [adres 2] . Graag wil ik nog toelichten dat de inkomensgegevens van jaar 2017 veel lager is dan ons huidige inkomen. Dit komt omdat wij beiden nog in ons afstudeerjaar zaten en nog bezig waren met onze studie. Hierbij hoop ik u voldoende te hebben geïnformeerd en hopen wij dat de woning aan ons wordt toegewezen. Met vriendelijke groet, [gedaagde 1] & [gedaagde 2]” 1.3. Op 14 maart 2019 hebben partijen een huurovereenkomst gesloten met betrekking tot de woning (hierna: de huurovereenkomst). 1.4. In 2021 heeft een strafrechtelijk onderzoek plaatsgevonden tegen de heer [naam 3] (hierna: [naam 3] ) omdat hij ervan werd verdacht vervalste documenten op te maken voor derden, die vervolgens werden gebruikt om woonruimten te huren. In maart 2021 heeft de heer [naam 4] , inspecteur van de politie (hierna: de inspecteur), verhuurster geïnformeerd dat op de computer van [naam 3] ten behoeve van [gedaagde 2] valselijk opgemaakte documenten zijn aangetroffen. [naam 3] is strafrechtelijk veroordeeld in verband met vervalsingen. 1.5. De inspecteur heeft op 12 augustus 2021 een proces-verbaal van bevindingen opgesteld, waarin hij onder meer heeft verklaard: “(…) Uit verder onderzoek is gebleken dat er een drietal woningen werden gehuurd door de betrokkene [kantonrechter: [gedaagde 2] ]. Dit zijn de woningen met de volgende adressen: 1. [adres 3] 2. [adres 4] 3. [adres 5] Uit onderzoek is gebleken dat betrokkene [gedaagde 2] deze woningen (tegelijkertijd) heeft gehuurd in de periode (begin) 2019 tot aan begin 2021. (…) Uit ons onderzoek is gebleken dat de documenten op de computer van [naam 3] met persoonsgegevens van [gedaagde 2] zijn gebruikt bij de verhuur van de woning [adres 3] . (…) Ook de op de computer aangetroffen (werkgevers)gegevens met betrekking tot het arbeidsverleden van [gedaagde 2] (BICM Interimmanagement en Unique Software Solutions B.V.) zijn valselijk opgemaakt nu uit ons onderzoek is gebleken dat [gedaagde 2] geen geregistreerd arbeidsverleden heeft. Ook deze gegevens omtrent het arbeidsverleden van [gedaagde 2] zijn bij de verhuur van de woning [adres 3] gebruikt. (…) Naar aanleiding van onze bevindingen heeft VB&T voor het adres [adres 4] onderzoek uitgevoerd naar de ingeleverde stukken. Bij benadering bleken deze ook niet correct. (…) Met verwijzing naar vorenstaande feiten kan ik niet anders concluderen dat ten behoeve van de huur van de [adres 5] gebruik is gemaakt van valse dan wel vervalste documenten. Vaststaat in ieder geval dat [gedaagde 2] geen arbeidsverleden ten tijde van de huur van [adres 5] kende. Er was geen sprake van een dienstverband waaruit inkomen uit loondienst werd ontvangen in de genoemde periodes. Dit geldt voornamelijk voor de periode 2018 en 2019. Ook de aanvullende documenten die worden vereist bij het aangaan van de verhuur zoals werkgeversverklaringen, loonstrookjes, BRP-aktes blijken in deze gevallen niet op waarheid te berusten. Gezien de bovenstaande bevindingen is er samen met Eigen Haard en de Gemeente Amsterdam op 1 april 2021 (om 18:40 uur) een controle uitgevoerd op het adres [adres 5] ” 1.6. Bij de controle op 1 april 2021 is afgesproken dat huurders aan verhuurster de stukken opsturen die zij bij het verkrijgen van de woning hebben aangeleverd. Toen verhuurster die stukken op 6 april 2021 nog niet had ontvangen, heeft zij op diezelfde datum per e-mail een herinnering gestuurd aan [gedaagde 1] . In reactie daarop heeft [gedaagde 1] een e-mail gestuurd met precies dezelfde inhoud als de e-mail uit 2019, maar zonder onderliggende stukken. Verhuurster heeft deze nogmaals opgevraagd bij huurders bij brief van 21 april 2021. [gedaagde 1] heeft vervolgens stukken met betrekking tot haar eigen inkomenssituatie aan verhuurster gestuurd, maar niets van of met betrekking tot [gedaagde 2] . 1.7. Bij brief van 15 juni 2021 is namens verhuurster de vernietiging van de huurovereenkomst ingeroepen op grond van dwaling en/of bedrog. Het geschil 2. Verhuurster vordert primair een verklaring voor recht dat de huurovereenkomst per 15 juni 2021 buitengerechtelijk is vernietigd op grond van dwaling en/of bedrog en subsidiair om de huurovereenkomst op diezelfde grond te vernietigen. Daarnaast vordert zij ontruiming van de woning en veroordeling van huurders in de kosten van deze procedure. Ten slotte vordert verhuurster bij vermeerdering van eis voorwaardelijk om huurders te veroordelen afschriften te verstrekken van de bescheiden voor [gedaagde 2] waarnaar wordt verwezen in de e-mail uit 2019. 3. Samengevat legt verhuurster hieraan ten grondslag dat huurders, al dan niet opzettelijk, onjuiste inlichtingen over het arbeidsverleden en de inkomenssituatie van [gedaagde 2] aan haar hebben verstrekt. De betreffende stukken waar verhuurster zich op beroept zijn niet langer in haar bezit. Zij heeft deze namelijk in overeenstemming met de Algemene Verordening Gegevensbescherming moeten vernietigen. Daardoor komt zij in bewijsnood te verkeren en beroept zij zich er voor zover nodig op dat er op huurders in het kader van hun verweer een verzwaarde stel- of motiveringsplicht rust. Op grond daarvan is het aan huurders om de eerder door hen voor [gedaagde 2] aangeleverde gegevens opnieuw te verstrekken. 4. Gedaagden voeren kort gezegd aan dat zij geen valse of onjuiste gegevens met betrekking tot het arbeidsverleden en de inkomsten van [gedaagde 2] hebben verstrekt. Daarnaast was verhuurster de huurovereenkomst volgens hen ook aangegaan op basis van alleen de inkomensgegevens van [gedaagde 1] . Zij beschikken nog wel over de e-mail uit 2019, maar de destijds daarbij verstuurde bijlagen zitten daar niet meer bij, aldus huurders. Zij weten dan ook niet meer óf en zo ja wat voor stukken zij voor [gedaagde 2] hebben gestuurd. Het ligt echter bij verhuurster om te stellen en zo nodig te bewijzen dat er destijds stukken voor [gedaagde 2] zijn overgelegd en dat deze vals of onjuist zijn. Nu zij hierin niet is geslaagd moet hun vordering worden afgewezen, aldus huurders. Subsidiair verzoeken zij de kantonrechter om – voor het geval bedrog wordt aangenomen – over te gaan tot partiële vernietiging in die zin dat alleen de huurovereenkomst tussen verhuurster en [gedaagde 2] wordt vernietigd, maar die tussen verhuurster en [gedaagde 1] in stand blijft. Meer subsidiair vorderen zij afwijzing van de vordering tot ontruiming ten opzichte van [gedaagde 1] en de baby en nog meer subsidiair om de ontruimingstermijn op een jaar vast te stellen, een en ander met compensatie van de proceskosten tussen partijen. De beoordeling 5. In deze procedure gaat het om de vraag of verhuurster de tussen partijen gesloten huurovereenkomst rechtsgeldig heeft vernietigd op grond van dwaling en/of bedrog, dan wel of de rechter de huurovereenkomst op die grond moet vernietigen. Dwaling 6. Op grond van de wet is een overeenkomst die tot stand is gekomen onder invloed van dwaling en bij een juiste voorstelling van zaken niet zou zijn gesloten, onder andere vernietigbaar als de dwaling te wijten is aan een inlichting van de wederpartij, tenzij deze mocht aannemen dat de overeenkomst ook zonder deze inlichting zou worden gesloten. In dit geval is verhuurster “de dwalende” en zijn huurders “de wederpartij”. De “inlichting” waar het hier om gaat, betreft de informatie die huurders volgens verhuurster aan haar hebben verstrekt over het arbeidsverleden en de inkomsten van [gedaagde 2] . 7. Tussen partijen is in geschil óf en zo ja welke stukken huurders voorafgaand aan het sluiten van de huurovereenkomst hebben aangeleverd met betrekking tot het arbeidsverleden en de inkomsten van [gedaagde 2] . Volgens verhuurster moet ervan uit worden gegaan dat huurders voor [gedaagde 2] stukken omtrent zijn arbeidssituatie, genoemd in de e-mail uit 2019, hebben aangeleverd. Ter onderbouwing wijst zij er kort gezegd op dat
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.