RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/122367-22 RK nummer: 22/2762 Datum uitspraak: 9 augustus 2022 UITSPRAAK op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 24 mei 2022 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 21 maart 2022 door the Chamber for Criminal Matters at the National Court (Spanje) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] geboren te [geboorteplaats] (Nigeria) op [geboortedag] 1974, zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, gedetineerd in [detentieadres], hierna te noemen de opgeëiste persoon. 1Procesgang Zitting 7 juli 2022 De vordering is behandeld op de openbare zitting van 7 juli 2022. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. M. Westerman. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. R.W. van der Zanden, advocaat te Hoofddorp, en door een tolk in de Engelse taal. De rechtbank heeft de behandeling van de zaak aangehouden om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen een vertaling van een binnengekomen Spaanstalig stuk te verzorgen en om een vraag te stellen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit. Zitting 26 juli 2022 De behandeling van de vordering is met toestemming van de officier van justitie en de opgeëiste persoon op 26 juli 2022 hervat in de stand van het onderzoek waarin deze zich bevond ten tijde van de schorsing op 7 juli 2022. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. M. Diependaal. De opgeëiste persoon is wederom bijgestaan door zijn raadsvrouw en door een tolk in de Engelse taal. Op grond van artikel 22, derde lid, OLW heeft de rechtbank de termijn waarbinnen zij op grond van het eerste lid van dit artikel uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd, omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen. 2Identiteit van de opgeëiste persoon De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Britse, Spaanse en Nigeriaanse nationaliteit heeft. 3Grondslag en inhoud van het EAB In het EAB wordt melding gemaakt van een jugdment van 14 juni 2011 van the 4th Division of the Chamber for Criminal Matters at the National Court, confirmed by the Spanish Supreme Court op 23 februari 2012, onherroepelijk op 9 maart 2012. De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van tien jaren en vijf maanden (3800 dagen), door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Van deze straf resteren volgens het EAB nog 3645 dagen. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis. Dit vonnis betreft het feit zoals dat is omschreven in onderdeel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.