← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2022:5437

RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER BEVEL VERLENGING AANHOUDING EX ARTIKEL 37 OLW Parketnummer: 13/751160-22 Op 9 september 2022 heeft de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam de verlenging van het bevel tot aanhouding gevorderd van de opgeëiste persoon: [opgeëiste persoon] , geboren op [geboortedag] 1982 te [geboorteplaats] , ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres: [BRP-adres] , gedetineerd in het [penitentiaire inrichting] . De justitiële autoriteiten van België hebben een aanhoudingsbevel met betrekking tot bovengenoemde persoon toegezonden. Bij uitspraak van 7 september 2022 heeft de rechtbank de overlevering toegestaan. Op 7 september 2022 heeft de officier van justitie een bevel tot aanhouding van de opgeëiste persoon voor de duur van drie dagen gelast en vervolgens het bevel tot aanhouding met een termijn van maximaal drie dagen verlengd, overeenkomstig artikel 37 Overleveringswet. Dit bevel is van kracht tot 13 september 2022 om 12.35 uur. In raadkamer van deze rechtbank van 9 september 2022 zijn gehoord de officier van justitie, alsmede de opgeëiste persoon en (telefonisch) diens raadsman. De officier van justitie heeft toegelicht dat de opgeëiste persoon op 7 september 2022 met zijn koffer was verschenen bij de uitspraak van de rechtbank waarin zijn overlevering aan België werd toegestaan. Aangezien de beslistermijn van 90 dagen was verlopen, is er in zijn zaak geen bevel gevangenhouding met schorsing tot de uitspraak verleend. De opgeëiste persoon is na de uitspraak aangehouden op grond van artikel 37 van de Overleveringswet. De feitelijke overlevering van de opgeëiste persoon aan de Belgische uitvaardigende autoriteit staat thans gepland op donderdag 15 september

  1. De communicatie met de Belgische (Franstalige) autoriteit verliep deze keer helaas uitermate stroef. Daarbij speelde een rol dat er aankomende week bijzonder veel opgeëiste personen aan België zullen worden overgedragen. Een en ander maakte dat de feitelijke overlevering niet eerder dan op 15 september a.s. kon worden gepland. Gelet op het feit dat de overlevering van de opgeëiste persoon op 7 september 2022 is toegestaan, maar de feitelijke overlevering door bijzondere omstandigheden niet binnen de termijn van de aanhouding van zes dagen kon plaatsvinden, is een verlenging noodzakelijk. Daarom wordt de verlenging van het bevel aanhouding voor de duur van tien dagen gevorderd, aldus de officier van justitie. De rechtbank overweegt als volgt. Artikel 37, derde lid, OLW bepaalt dat een verlenging van de - door de officier van justitie reeds verlengde - aanhouding alleen kan geschieden wanneer de feitelijke overlevering door bijzondere omstandigheden niet binnen de termijn van zes dagen heeft kunnen plaatshebben. De vraag die voorligt, is of de omstandigheden die de officier van justitie heeft aangedragen als bijzonder in de zin van artikel 37, derde lid, OLW kunnen worden aangemerkt. Daartoe dient genoemd artikel(lid) te worden uitgelegd en wel conform het Kaderbesluit 2002/584 van de Raad van de Europese Unie betreffende het Europees aanhoudingsbevel en de procedures van overlevering tussen de lidstaten van de Europese Unie (hierna: het Kaderbesluit). Artikel 23 van het Kaderbesluit bepaalt dat de feitelijke overlevering van de opgeëiste persoon uiterlijk tien dagen na de definitieve beslissing betreffende de tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel moet plaatsvinden. Als gevolg van de genoemde moeizame communicatie met de (Franstalige) Belgische uitvaardigende autoriteit heeft de feitelijke overlevering weliswaar niet binnen de (verlengde) termijn van aanhouding van zes dagen kunnen plaatsvinden, maar met de thans geplande feitelijke overdracht op 15 september 2022, wordt in elk geval binnen de termijn van artikel 23 van het Kaderbesluit gebleven. Deze termijn loopt immers tot en met 17 september
  2. Tegen deze achtergrond acht de rechtbank een verlenging van de aanhouding wegens bijzondere omstandigheden gerechtvaardigd, zij het tot en met 17 september
  3. Het mondelinge verzoek tot schorsing zal worden afgewezen. Indien, zoals in de onderhavige zaak, de overlevering reeds is toegestaan, kan alleen in uitzonderlijke gevallen tot schorsing worden beslist, zoals het geval dat voortzetting van de detentie zou leiden tot een (flagrante) schending van de rechten neergelegd in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Dat zich in deze zaak een dergelijk uitzonderlijk geval voordoet, is niet gebleken. BESLISSING: Verlengt de aanhouding op grond van artikel 3, eerste lid, Uitvoeringswet jo. artikel 37 OLW van [opgeëiste persoon] voornoemd tot en met 17 september 2022; Wijst af het verzoek tot schorsing. Aldus gedaan op 9 september 2022 door: mr. A.J. Scheijde, rechter, in tegenwoordigheid van G.M. Vernooij-Tol griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.