RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/060376-22 RK nummer: 22/2273 Datum uitspraak: 1 september 2022 UITSPRAAK op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 29 april 2022 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 5 maart 2022 door de Procureur de la République près le Tribunal Judiciaire de Paris (Frankrijk) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] geboren te [geboorteplaats] (Turkije) op [geboortedag] 1977, zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, uit anderen hoofde gedetineerd in [detentieadres], hierna te noemen de opgeëiste persoon. 1Procesgang De vordering is behandeld op de openbare zitting van 1 september 2022. Het onderzoek heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. K. van der Schaft. De opgeëiste persoon heeft afstand gedaan van zijn recht om ter zitting te worden gehoord en is vertegenwoordigd door zijn gemachtigd raadsman, mr. S. Yaprak, advocaat te Enschede. 2Identiteit van de opgeëiste persoon De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Turkse nationaliteit heeft. 3Referte De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. 4Grondslag en inhoud van het EAB In het EAB wordt melding gemaakt van een arrestatiebevel van 25 februari 2022 van le Tribunal Judiciaire de Paris (referentienummer: 19268000370). De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Frans recht strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in onderdeel
- e)van het EAB. 5Strafbaarheid: feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW Onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, moet achterwege blijven, nu de uitvaardigende justitiële autoriteit de strafbare feiten heeft aangeduid als feiten vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. Deze feiten vallen op deze lijst onder nummers 1 en 9, te weten: deelneming aan een criminele organisatie; witwassen van opbrengsten van misdrijven Uit het EAB en de aanvullende informatie van de uitvaardigende justitiële autoriteit van 18 augustus 2022 volgt dat op deze feiten naar het recht van Frankrijk een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld. 6Toestemming voor verdere overlevering In het dossier bevindt zich een beslissing van het Office fédéral de la justice Bern (Zwitserland) van 21 juli 2022, met onder meer de volgende inhoud: Aan de Turkse staatsburger [opgeëiste persoon], geboren op [geboortedag] 1977, heden in Nederland gedetineerd (hierna: betrokkene). (…) Op deze gronden verleent het OFFICE FEDERAL DE LA JUSTICE toestemming tot de doorlevering van betrokkene van Nederland aan Frankrijk wegens de feiten die staan vermeld in het formele verzoek om toestemming tot doorlevering van het Nederlands ministerie van justitie d.d. 14 juli 2022. Uit deze beslissing van 21 juli 2022 van het Office fédéral de la justice blijkt dat de Zwitserse uitvoerende justitiële autoriteit (die de opgeëiste persoon eerder aan Nederland heeft overgeleverd) toestemming heeft verleend voor de verdere overlevering van de opgeëiste persoon. De opgeëiste persoon heeft op 26 augustus 2022 schriftelijk afstand gedaan van zijn recht om beroep tegen voormelde beslissing in te stellen. Een kopie van die afstandsverklaring bevindt zich eveneens in het dossier. 7Detentieomstandigheden in Frankrijk De rechtbank heeft in eerdere uitspraken (onder andere ECLI:NL:RBAMS:2017:3763) geoordeeld dat op dit moment ten aanzien van de detentie-instelling in Nîmes een algemeen reëel gevaar bestaat dat personen die in deze detentie-instelling zijn gedetineerd, onmenselijk of vernederend worden behandeld in de zin van artikel 4 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (hierna: Handvest). Bij e-mail van 29 juli 2022 heeft de Deputy Public Prosecutor in Parijs de garantie gegeven dat de opgeëiste persoon niet in de detentie-instelling in Nîmes wordt gedetineerd. Aldus is de rechtbank van oordeel dat de opgeëiste persoon na overlevering aan Frankrijk niet het gevaar loopt aan een behandeling in strijd met artikel 4 Handvest te worden onderworpen. 8Slotsom Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW, er ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan en er geen sprake is van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven, dient de overlevering te worden toegestaan. 9Toepasselijke wetsartikelen De artikelen 2, 5 en 7 van de Overleveringswet. 10Beslissing STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan de Procureur la République près le Tribunal Judiciaire de Paris (Frankrijk) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel
- e)van het EAB. Aldus gedaan door mr. M.E.M. James-Pater, voorzitter, mrs. M. van Mourik en M. Snijders Blok - Nijensteen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. F.A. Potters, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 1 september 2022. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.