vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel zaaknummer / rolnummer: C/13/722360 / KG ZA 22-772 HH/MB Vonnis in kort geding van 13 oktober 2022 in de zaak van 1 [eiser sub 1] , wonende te [woonplaats 1] , gemeente Leudal, 2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid DUTCH SOLAR SYSTEMS B.V., gevestigd te Goor, gemeente Hof van Twente, 3. [eiser sub 3], wonende te [woonplaats 2] , gemeente Meierijstad, 4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid MAMOMO ALLROUND SOLUTION B.V., gevestigd te Veghel, 5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid MAMOMO ALLROUND SOLUTION HOLDING B.V., gevestigd te Veghel, 6. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid MAMOMOSOLUTIONS B.V., gevestigd te Veghel, 7. [eiser sub 7], wonende te [woonplaats 3] , gemeente Hof van Twente 8. de naamloze vennootschap STRUKTON GROEP NV, gevestigd te Utrecht, eisers bij dagvaarding van 21 september 2022 en akte wijziging van eis, advocaat mr. G.M.M. van Tilborg te Sittard, tegen 1 [gedaagde sub 1] , wonende te [woonplaats 4] , 2. [gedaagde sub 2], werkzaam op het kantoor van Simmons & Simmons LLP, te Amsterdam, gedaagden, advocaat mr. P.L. Tjiam te Amsterdam. Eisers 1 en 2 worden afzonderlijk ook aangeduid als [eiser sub 1] en DSS, en gezamenlijk als [eisers sub 1 en 2] , eisers sub 3 tot en met 6 worden afzonderlijk ook [eiser sub 3] en MaMoMo (eiseressen sub 4 tot en met 6) genoemd en gezamenlijk [eisers sub 4 tot en met 6] , eiser sub 7 wordt afzonderlijk [eiser sub 7] genoemd en eiseres sub 8 Strukton. Gedaagden worden hierna afzonderlijk ook [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] genoemd en gezamenlijk [gedaagden 1 en 2] . 1De procedure Ter zitting van 29 september 2022 hebben eisers de vorderingen zoals omschreven in de dagvaarding en akte wijziging van eis toegelicht. [gedaagden 1 en 2] . hebben, mede aan de hand van een tevoren ingezonden conclusie van antwoord, verweer gevoerd en geconcludeerd tot afwijzing van de vorderingen, met veroordeling van eisers in de proceskosten, waaronder de volledige advocaatkosten van € 41.097,54 te vermeerderen met de wettelijke rente daarover. Beide partijen hebben – een enorme hoeveelheid aan – schriftelijke stukken en een pleitnota ingediend. Ter zitting waren aanwezig: - aan de kant van eisers: mr. Van Tilborg, mr. P.B.A. Acda, advocaat te Roermond, [naam 1] , adviseur; - aan de kant van gedaagden: mr. Tjiam en zijn kantoorgenoot mr. E.R. van der Velde. Eisers hebben hun aanvankelijk ingediende verzoek om de zaak met gesloten deuren te behandelen (om praktische redenen) ingetrokken. Vonnis is bepaald op heden. 2De feiten 2.1. [eiser sub 1] is een zakenman en bestuurder/enig aandeelhouder van DSS Beheer BV, die op haar beurt enig aandeelhouder en bestuurder is van DSS. De activiteiten van DSS bestaan onder meer uit de aan- en verkoop, im- en export van zonnecollectoren en zonneboilers. [eiser sub 1] is tevens eigenaar en bestuurder van onder meer Centric, een IT-leverancier met ongeveer 3700 werknemers en een jaaromzet van € 422 miljoen, en van Strukton, een bouwbedrijf met ongeveer 4300 werknemers en een omzet van 1,3 miljard. 2.2. [gedaagde sub 1] is de ex-partner van [eiser sub 1] , was werkzaam in loondienst bij Centric en als directeur van DSS in de periode van 2003 tot en met mei 2019. Ook was zij statutair bestuurder van DSS Beheer. [eiser sub 1] (althans Centric) heeft [gedaagde sub 1] in mei 2019 uit haar functies ontslagen. De kantonrechter oordeelde destijds dat werkgever en werknemer ernstig verwijtbaar hadden gehandeld. Bij beschikking van 1 maart 2021 heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Centric in hoger beroep veroordeeld tot betaling aan [gedaagde sub 1] van een billijke vergoeding van € 100.000,-. 2.3. [eiser sub 3] , zich in elk geval in het recente verleden onder meer presenterend als cyberdeskundige, is – sinds 2019 – de nieuwe vriendin van [eiser sub 1] . MaMoMo c.s. zijn vennootschappen van [eiser sub 3] . MaMoMo staat voor “Make More Money”. [eiser sub 7] was tot en met augustus 2021 de [functie] van Centric. 2.4. [eiser sub 1] verdenkt [gedaagde sub 1] ervan zich schuldig te hebben gemaakt aan fraude binnen zijn ondernemingen. Daarnaar is op initiatief van [eiser sub 1] onderzoek gedaan, waarin tot dusver geen onregelmatigheden zijn geconstateerd. 2.5. Partijen, althans [eiser sub 1] , [eiser sub 3] en [gedaagde sub 1] , zijn al jarenlang verwikkeld in tal van juridische procedures – inmiddels meer dan 30 – veelal betrekking hebbend op door [eiser sub 1] en/of [eiser sub 3] jegens [gedaagde sub 1] geuite beschuldigingen. Mr. Tjiam staat [gedaagde sub 1] in die zaken bij als advocaat. 2.6. [gedaagde sub 1] heeft, na daartoe verkregen verlof, op 21 december 2020 en 20 januari 2021 ten laste van [eiser sub 1] bewijsbeslagen (hierna ook: de [eiser sub 1] beslagen) gelegd op gegevensdragers (e-mails) van [eiser sub 1] . [gedaagde sub 1] had destijds ook verlof gevraagd om beslag te leggen te laste van [eiser sub 3] , maar dat is toen afgewezen. 2.7. Op 2 februari 2021 heeft [gedaagde sub 1] een dagvaarding uitgebracht, waarbij in vervolg op de [eiser sub 1] beslagen in kort geding op basis van artikel 843a van het wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv.) inzage en afschrift gevorderd van de onder het bewijsbeslag vallende e-mails van [eiser sub 1] . De zitting was bepaald op 3 maart 2021. 2.8. In het kader van een hoger beroep bij het gerechtshof Amsterdam heeft mr. H. Doeleman zich op 22 februari 2021 bereid verklaard op te treden als mediator tussen [eiser sub 1] en DSS, bijgestaan door mr. Acda, enerzijds en [gedaagde sub 1] , bijgestaan door mr. Tjiam, anderzijds. 2.9. In een e-mail van 23 februari 2021 hebben Acda en Tjiam aan de mediator meegedeeld dat het doel van de mediation tevens was: - een onafhankelijk onderzoek naar het (beweerdelijk) frauduleus handelen van [gedaagde sub 1] ; - een onafhankelijk onderzoek naar de mailbox van [eiser sub 1] , op basis van de [eiser sub 1] -beslagen. 2.10. Op 23 en 24 februari 2021 hebben [eiser sub 1] , [gedaagde sub 1] , Mr. Acda en mr. Tjiam een schriftelijke mediationovereenkomst ondertekend, waarin onder meer, onder het kopje “geheimhouding” het volgende staat: “4.1 De Mediators en de Partijen verplichten zich zonder enig voorbehoud tot geheimhouding zoals omschreven in het Reglement in artikel 7 (…), tenzij de Mediator en Partijen daarover schriftelijk andere afspraken maken (…) Deze geheimhouding geldt ten opzichte van elke derde, ook bijvoorbeeld ten opzichte van rechters of arbiters. (…) 4.3 Deze overeenkomst geldt in samenhang met het Reglement als een bewijsovereenkomst in de zin van de wet (…) 10.1 (..) Beëindiging van de Mediation laat de geheimhoudings- en betalingsverplichtingen van de Partijen onverlet.” 2.11. In artikel 12 van de mediationovereenkomst is een forumkeuzebeding opgenomen, waarbij deze rechtbank aangewezen is voor het beslechten van geschillen. 2.12. Artikel 7 van het MfN Mediation Reglement luidt, voor zover hier van belang, als volgt: “7.1 De partijen doen aan derden – onder wie begrepen rechters of arbiters – geen mededelingen omtrent het verloop van de mediation, de daar door de bij de mediation betrokken personen ingenomen standpunten, gedane voorstellen of de daarbij mondeling of schriftelijk, direct of indirect verstrekte informatie. 7.2 De partijen verbinden zich om geen stukken aan derden - onder wie begrepen rechters of arbiters – bekend te maken, te citeren, aan te halen, te parafraseren, of zich daarop anderszins te beroepen, indien deze stukken door een bij de mediation betrokkene tijdens of in verband met de mediation zijn geopenbaard, getoond, of anderszins bekend gemaakt,. Deze verplichting geldt niet voor zover de desbetreffende betrokkene onafhankelijk van de mediation reeds over deze informatie beschikte of had kunnen beschikken. (…) 7.4 De partijen doen hiermee afstand van het recht om, in rechte of anderszins, hetgeen tijdens de mediation is verstrekt en/of naar voren is gekomen als bewijs jegens elkaar aan te voeren (…). De partijen worden geacht daartoe een bewijsovereenkomst te hebben gesloten.” 2.13. Het onder 2.7 genoemde kort geding heeft [gedaagde sub 1] vóór de zitting van 3 maart 2021, ingetrokken. 2.14. [eisers sub 1 en 2] en [gedaagden 1 en 2] . hebben de e-mails uit de [eiser sub 1] -beslagen overgedragen aan de onderzoeker Fox-IT. Partijen hebben afgesproken dat de e-mails zouden worden gefilterd en klaargezet zouden worden in een digitale omgeving Zylab. De advocaten van beide partijen kregen toegang daartoe. Het ging om e-mails uit de periode van 1 april 2019 tot en met 20 januari 2021, waarin de woorden ‘ [naam 2] ’ of ‘ [gedaagde sub 1] ’ voorkwamen, waarbij e-mailcorrespondentie tussen (uitsluitend) [eiser sub 1] en (uitsluitend) zijn advocaat eruit gefilterd was, evenals bedrijfsvertrouwelijke informatie. 2.15. In een e-mail van 23 juli 2021 heeft Tjiam aan Acda onder meer het volgende meegedeeld: “Het doel van het onderzoek is om inzicht te verkrijgen wat de aard en omvang is van de beschuldigingen en schadelijke handelingen door [eiser sub 1] naar derden (…)” De advocaten hadden vanaf 23 juli 2021 allen via Zylab inzage in de e-mails uit de [eiser sub 1] -beslagen. Zij hebben toen een geheimhoudingsverklaring getekend met de volgende inhoud: “Ondergetekenden zullen de inhoud van Bedrijfsvertrouwelijke Informatie en Buiten Scope Informatie die in verband met het E-mailonderzoek bij (één van) hen bekend wordt aan geen enkele derde (onder wie begrepen [gedaagde sub 1] ) openbaar maken, (in of buiten rechte) gebruiken, verspreiden of delen.” Deze afspraak is in oktober 2021 herhaald. 2.16. Hangende de mediation hebben partijen een executie kort geding gevoerd bij de rechtbank Den Haag over de verschuldigdheid van dwangsommen. In deze procedure hebben [gedaagde sub 1] en [eiser sub 1] tientallen e-mails uit de [eiser sub 1] -beslagen gebruikt, om hun standpunt te onderbouwen. Bij vonnis van 25 november 2021 heeft de voorzieningenrechter overwogen dat [eiser sub 1] een bedrag van € 1.960.000,- aan dwangsommen had verbeurd, wegens uitlatingen over [gedaagde sub 1] . 2.17. [gedaagde sub 1] heeft de mediation beëindigd op 29 november 2021, omdat [eiser sub 1] de dwangsommen niet wilde voldoen. 2.18. Bij e-mail van 1 december 2021 heeft mr. Doeleman aan de advocaten van partijen geschreven dat (ook) wat hem betreft de mediation geëindigd was. In deze e-mail staat ook: “Ik wijs erop dat alles wat in de mediation (nieuw) gedeeld is vertrouwelijk blijft.” 2.19. Bij dagvaarding 15 december 2021 heeft [gedaagde sub 1] (onder anderen) [eisers sub 4 tot en met 6] en [eiser sub 7] gedagvaard in een bodemprocedure bij de rechtbank Overijssel, locatie Almelo, en in de hoofdzaak onder meer schadevergoeding (op te maken bij staat) gevorderd en een verbod voor [eisers sub 4 tot en met 6] om – onder meer per e-mail – beschuldigingen te uiten over [gedaagde sub 1] die haar goede naam en reputatie aantasten en om onderzoek te doen naar haar handelen. In de dagvaarding zijn tal van e-mails uit de [eiser sub 1] -beslagen geciteerd, veelal verzonden aan journalisten, ambtenaren, politici, en zakelijke relaties van [eiser sub 1] en [eiser sub 3] , met beschuldigingen aan het adres van [gedaagde sub 1] . Bij wijze van incidentele vordering heeft [gedaagde sub 1] gevorderd dat het [eiser sub 3] onmiddellijk wordt verboden om haar te beschuldigen van een aantal in de dagvaarding specifiek genoemde aantijgingen, waaronder de beschuldiging van fraude, het omkopen van journalisten en betrokkenheid bij (andere) (drugs)misdrijven. 2.20. Eind 2021 heeft [gedaagde sub 1] opnieuw verlof gevraagd om bewijsbeslag te leggen ten laste van [eiser sub 3] . Nadat daarvoor op 17 december 2021 verlof is verleend, heeft [gedaagde sub 1] op 21 december 2021 bewijsbeslag gelegd op de gegevensdragers van [eiser sub 3] . 2.21. [gedaagde sub 1] heeft [eiser sub 3] gedagvaard in een bodemprocedure en ex artikel 843a Rv inzage in de in beslag genomen bescheiden gevorderd. In deze procedure zal op 10 februari 2023 een mondelinge behandeling plaatsvinden. In verband met dezelfde kwestie heeft [gedaagde sub 1] een kort geding aangespannen bij de rechtbank Oost Brabant. Daarvan is de behandeling gepland op 1 november 2022. 2.22. In 2022 verschenen regelmatig artikelen met beschuldigingen aan het adres van [gedaagde sub 1] en mr. Tjiam op de website [naam website] . 2.23. In een e-mail van 1 april 2022 heeft Tjiam aan (onder anderen) Acda geschreven: “Hierbij wil ik u informeren dat wij maandag Fox-IT zullen vragen om Zylab te heropenen voor een periode van (ten minste) 1 maand. Indien u ten behoeve van de heer [eiser sub 1] eveneens toegang wenst, stel ik voor dat de kosten voor het heropenen van Zylab tussen partijen worden gedeeld. Indien [eiser sub 1] geen toegang wenst, zal [gedaagde sub 1] zelf de kosten dragen voor het heropenen van Zylab. Kunt u mij uiterlijk maandag 15.00 uur laten weten? Bij geen bericht ga ik ervan uit dat [eiser sub 1] geen toegang wenst. Op 4 april 2022 schreef Tjiam aan Acda: “Dank voor uw bericht. Ik zal Fox-IT berichten dat – voor nu - [gedaagde sub 1] toegang wenst tot Zylab en dat [eiser sub 1] – voor nu geen eigen toegang wenst tot Zylab. Akkoord?” waarop Acda in een e-mail van 5 april 2022 reageerde met: “Excuses dat ik niet eerder gereageerd heb maar ik benodigde nog een reactie van cliënt. De door u voorgestelde opzet is akkoord. Indien [eiser sub 1] toch nog toegang wenst, zullen wij u dit berichten.” Hierna kregen de advocaten van [gedaagde sub 1] weer toegang tot de (gefilterde) e-mails. 2.24. De voorzieningenrechter van de rechtbank Overijssel heeft bij vonnis van 28 juni 2022 in conventie de beheerder van de website [naam website] ( [naam beheerder website] ) veroordeeld tot het verwijderen van de onder 2.22 genoemde artikelen en [eiser sub 1] en [eiser sub 3] verboden om derden opdracht te geven negatieve artikelen over [gedaagde sub 1] te publiceren. De voorzieningenrechter overwoog onder meer: “3.3. Vanaf eind mei 2022 plaatst [naam beheerder website] bijna dagelijks artikelen en columns over [gedaagde sub 1] op zijn websites. Deze publicaties zien vooral op de vete/juridische strijd die in de afgelopen jaren tussen [gedaagde sub 1] en [eiser sub 1] (/ [eiser sub 3] ) is ontstaan. (…) 5.12 [gedaagde sub 1] heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat [eiser sub 1] en [eiser sub 3] de opdrachtgever van [naam beheerder website] zijn en dat zij hem met informatie en documenten hebben gevoed.” In ditzelfde vonnis is het [gedaagde sub 1] in reconventie verboden om te zeggen dat [eiser sub 3] haar beschuldigt van een moordaanslag en is [gedaagde sub 1] , bij wijze van ordemaatregel, verboden om [eiser sub 3] een “charlatan”, “cybercharlatan”, “notoire leugenaar”, “fantast” en “bedriegster” te noemen. 2.25. Bij vonnis van 3 augustus 2022, (vanwege een foute verwijzing verbeterd bij herstelvonnis van 26 augustus 2022) heeft de rechtbank Overijssel, locatie Almelo, in het onder 2.19 genoemde incident, de vordering van [gedaagde sub 1] toegewezen. Dit vonnis bevat onder meer de volgende overwegingen: “4.11 Vaststaat dat meerdere rechterlijke instanties (in eerste aanleg en in hoger beroep) [eiser sub 1] op straffe van verbeurte van dwangsommen hebben verboden om [gedaagde sub 1] (nog langer) te beschuldigen van fraude, diefstal, het veroorzaken van de FIOD-inval, het plaatsen van terabytes aan porno, betrokkenheid in de porno-industrie en het hacken van twitteraccounts om de boekpresentatie van [eiser sub 3] zwart te maken. In al die uitspraken hebben de rechterlijke instanties geoordeeld dat het recht van [gedaagde sub 1] op eerbiediging van haar goede naam en reputatie zwaarder weegt dan het recht van [eiser sub 1] om zijn mening vrij te uiten, mede en vooral ook omdat [eiser sub 1] (hoewel daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld) (tot op heden) geen bewijs heeft geleverd van de juistheid van deze ernstige beschuldigingen. 4.12. Niet in discussie tussen partijen is dat het in deze procedure feitelijk gaat over dezelfde e-mails. 4.13. Er zijn in deze procedure voorts geen (andere) feiten of omstandigheden gesteld of gebleken op grond waarvan - in het kader van de beoordeling van de onderhavige provisionele vordering - moet worden aangenomen dat de inhoud van de door [gedaagde sub 1] aangehaalde e-mails niet onrechtmatig is. 4.14. De rechtbank gaat voor de verdere beoordeling van dit geschil in het incident dan ook uit van de onrechtmatigheid van de door [gedaagde sub 1] in deze procedure aangehaalde e-mails. Dat dit leidt tot schade bij [gedaagde sub 1] ligt voor de hand. De uitlatingen in de e-mails leveren immers een grove schending op van de reputatie van [gedaagde sub 1] . (…) 4.16. Dat [eiser sub 1] strafrechtelijk is vrijgesproken van smaad en laster, dat er (nog) geen verboden liggen voor [eiser sub 3] , dat de e-mails die verzonden zijn niet alle in de openbaarheid zijn gebracht en dat nergens uit volgt dat alle e-mails zijn gelezen dan wel dat daarop is gereageerd, zoals [eiser sub 3] aanvoert, maakt het voorgaande niet anders. (…) E-mails niet afkomstig van [eiser sub 3] ? 4.18. [gedaagde sub 1] heeft naar het oordeel van de rechtbank – mede gelet op de summiere betwisting van [eiser sub 3] – vooralsnog voldoende aannemelijk gemaakt dat [eiser sub 3] de e-mails uit naam van en met instemming van [eiser sub 1] heeft geschreven en verstuurd en dat deze afkomstig zijn van haar IP-adres. Dat volgt naar het oordeel van de rechtbank uit de volgende feiten en omstandigheden waarnaar [gedaagde sub 1] onder overlegging van (de vele) producties verwijst en die [eiser sub 3] niet dan wel onvoldoende gemotiveerd heeft weersproken: (…) 4.20. Het verweer van [eiser sub 3] dat het enkele feit dat een e-mail afkomstig is van het IP-adres van [eiser sub 3] niet hoeft te betekenen dat [eiser sub 3] de inhoud van de e-mail bedacht, getypt en/of verzonden heeft is op zichzelf juist. Echter, de feiten en omstandigheden zoals hiervoor (…) genoemd en in onderlinge samenhang bezien, maakt dat vooralsnog voldoende aannemelijk is geworden dat (ook) [eiser sub 3] de door [gedaagde sub 1] gestelde beschuldigingen heeft geuit aan het adres van [gedaagde sub 1] dan wel heeft gefaciliteerd (voor [eiser sub 1] ). Gesteld noch gebleken is dat er sprake is van (andere) concrete feiten of omstandigheden op grond waarvan zou kunnen worden aangenomen dat een ander dan [eiser sub 3] (en [eiser sub 1] ) degene(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.