RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/140945-22 (EAB I) RK nummer: 22/3240 Datum uitspraak: 7 september 2022 TUSSEN UITSPRAAK op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 20 juni 2022 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 26 april 2022 door het Kantongerecht te Rychnov nad Kněžnou (Tsjechië) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [naam opgeëiste persoon], geboren te [geboorteplaats] (Tsjecho-Slowakije) op [geboorteplaats] 1976, ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres: [BRP-adres], hierna te noemen de opgeëiste persoon. 1Procesgang De vordering is behandeld op de openbare zitting van 24 augustus 2022. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. M. Diependaal. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman, mr. E. Boskma, advocaat te Alkmaar en door een tolk in de Tsjechische taal. Op grond van artikel 22, derde lid, OLW heeft de rechtbank de termijn waarbinnen zij op grond van het eerste lid van dit artikel uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen. 2Identiteit van de opgeëiste persoon De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Tsjechische nationaliteit heeft. 3Grondslag en inhoud van het EAB In het EAB wordt melding gemaakt van een vonnis van het Kantongerecht te Rychnov nad Kněžnou (Tsjechië) van 4 januari 2021, dossiernummer 2 T 13/2020, en het besluit van de Arrondissementsrechtbank te Hradec Králové (Tsjechië) van 23 februari 2021, dossiernummer 11 To 31/2021-232 (referentie: 2 T 13/2020). De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van 1 jaar, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis. Dit vonnis betreft het feit zoals dat is omschreven in onderdeel
- e)van het EAB. Tijdens het beraad in raadkamer is de rechtbank tot het oordeel gekomen dat sprake is van onduidelijkheid over de grondslag van het EAB. In Form A staat dat aan het EAB ten grondslag ligt (onderstreping door de rechtbank): “The a/m wanted person was sentenced on 04.01.2021 by the decision of the 2 T 13/2020 issued by District court in Rychnov nad Kneznou in connection with the decision ref.no. 11 To 31/2021-232 issued by Regional court in Hradeck Kralove on 23.02.2021.” In het EAB staat in onderdeel
- b)als grondslag (onderstreping door de rechtbank): “een vonnis van het Kantongerecht te Rychnov nad Kněžnou (Tsjechië) van 4 januari 2021, dossiernummer 2 T 13/2020, en het besluit van de Arrondissementsrechtbank te Hradec Králové (Tsjechië) van 23 februari 2021, dossiernummer 11 To 31/2021-232 (referentie: 2 T 13/2020).” De rechtbank is van oordeel dat het op dit moment onduidelijk is wat het besluit van de Regional Court in Hradec Králové van 23 februari 2021 inhoudt, waardoor onduidelijkheid over de grondslag van het EAB bestaat. De rechtbank verzoekt de officier van justitie daarom de volgende vragen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit voor te leggen met betrekking tot beide genoemde beslissingen van respectievelijk van 4 januari 2021 en dat van 23 februari 2021 in onderdeel
- b)van het EAB: Wat behelst het besluit van 23 februari 2021? indien het besluit van 23 februari 2021 een beslissing naar aanleiding van een ingesteld hoger beroep is waarin opnieuw ten gronde over de schuldvraag en/of de strafoplegging is geoordeeld, dan verzoekt de rechtbank de uitvaardigende justitiële autoriteit om rubriek
- d)in het EAB ten aanzien van de procedure in hoger beroep in te vullen. 4Slotsom Gelet op het vorenstaande, zal de rechtbank het onderzoek ter zitting heropenen en voor bepaalde tijd schorsen tot de zitting van 14 september 2022 om 11.00 uur om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen voornoemde vragen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit voor te leggen. 5Beslissing HEROPENT en SCHORST het onderzoek ter zitting voor bepaalde tijd tot de zitting van 14 september 2022 om 11.00 uur teneinde de officier van justitie in de gelegenheid te stellen de onder 3 genoemde vragen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit voor te leggen. BEVEELT de oproeping van de opgeëiste persoon tegen bovengenoemde zittingsdatum met tijdige kennisgeving aan zijn raadsman. BEVEELT de oproeping van een tolk in de Tsjechische taal tegen bovengenoemde zittingsdatum. Aldus gedaan door mr. C. Klomp voorzitter, mrs. A.J.R.M. Vermolen en J. van Zijl, rechters, in tegenwoordigheid van mr. V.D. Reinders griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 7 september 2022. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.