RECHTBANK AMSTERDAM Civiel recht Kantonrechter Zaaknummer: 10020415 \ CV EXPL 22-9898 Vonnis van 28 oktober 2022 in de zaak van VERENIGING VAN EIGENAARS [eiser], te [vestigingsplaats] , eisende partij, hierna te noemen: de VvE, gemachtigde: KVN-gerechtsdeurwaarders en juristen (KVN), tegen [gedaagde] , te [woonplaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , procederend in persoon. 1De procedure 1.
- In het dossier van de kantonrechter zitten de volgende stukken: - de dagvaarding van 15 juli 2022, met producties, - het proces-verbaal van beginnend mondeling antwoord van 5 augustus 2022, - het tussenvonnis van 16 september 2022, waarbij de mondelinge behandeling is bepaald. Op 24 oktober 2022 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. Daarbij zijn voor de VvE verschenen: de heer [naam 1] (KVN), [naam 2] en [naam 3] . [gedaagde] is niet verschenen. De aantekeningen die de griffier heeft gemaakt van de mondelinge behandeling zitten in het dossier. 1.
- De kantonrechter heeft bepaald dat vandaag vonnis wordt gegeven. 2De feiten 2.
- [gedaagde] is eigenaar van het appartementsrecht aan de [adres] en lid van de VvE. [gedaagde] is als lid van de VvE een eigen bijdrage verschuldigd. 3Het geschil 3.
- De VvE vordert dat de kantonrechter [gedaagde] zal veroordelen om aan haar te betalen: a. € 5.000,- aan hoofdsom,b. rente over de hoofdsom vanaf 5 april 2022,c. € 756,25 aan buitengerechtelijke kosten, d. de proceskosten. De VvE vordert dat de kantonrechter daarbij bepaalt dat het vonnis ook moet worden uitgevoerd als hoger beroep wordt ingesteld (uitvoerbaar bij voorraad). 3.
- De VvE stelt dat [gedaagde] als lid van de VvE verplicht is om bij te dragen in de algemene onderhoudskosten. [gedaagde] moet daarom maandelijks een eigen bijdrage betalen. Hij heeft sinds 2018 niet (volledig) voldaan aan deze betalingsverplichting. Er is daardoor een betalingsachterstand ontstaan van in totaal € 5.000,-. Bij brief van 25 maart 2022 heeft de VvE [gedaagde] aangemaand om dit bedrag te betalen. Dat heeft [gedaagde] niet gedaan. Ook op de sommatie die KVN namens de VvE heeft gestuurd is geen reactie gekomen. [gedaagde] dient het bedrag van € 5.000,- alsnog te betalen plus rente. Verder heeft de VvE kosten gemaakt om het bedrag met behulp van KVN geïncasseerd te krijgen vóór het starten van de rechtszaak. Zij vordert daarom een vergoeding van deze buitengerechtelijke incassokosten. 3.
- [gedaagde] voert verweer tegen de vordering. Hij voert aan dat hij al € 5.000,- heeft betaald. De vordering moet daarom afgewezen worden. 3.
- Onder het kopje ‘de beoordeling’ gaat de kantonrechter in op wat partijen verder hebben aangevoerd, voor zover dat nodig is. 4De beoordeling 4.
- [gedaagde] betwist niet dat hij een achterstand heeft opgelopen in de betaling van de eigen bijdrage aan de VvE. Volgens hem heeft hij de achterstand echter al ingelopen doordat hij € 5.000,- heeft betaald aan een incassobureau in Hilversum. Volgens de VvE is dat niet zo; zij vermoedt dat [gedaagde] doelt op de ruim € 3.800 die [gedaagde] ter uitvoering van een eerdere veroordeling tot betaling van de achterstallige bijdragen over de jaren 2015-2017 aan een deurwaarderskantoor in Hilversum heeft gedaan. 4.
- Deze zaak gaat dus om de vraag of [gedaagde] het gevorderde bedrag al heeft betaald of niet. [gedaagde] moet stellen, en zo nodig bewijzen, dat hij € 5.000,- heeft betaald. Als dat zo is, dan zou hij immers al aan zijn betalingsverplichting hebben voldaan. Omdat de VvE betwist dat zij een betaling heeft ontvangen van € 5.000,-, moet [gedaagde] onderbouwen dat hij de achterstand daadwerkelijk heeft betaald. De kantonrechter heeft [gedaagde] de kans gegeven om schriftelijk een toelichting te geven en stukken in te dienen. Dat heeft hij echter niet gedaan. [gedaagde] is ook niet op de mondelinge behandeling verschenen om een toelichting te geven. De kantonrechter gaat er daarom van uit dat [gedaagde] de achterstand nog niet heeft betaald. Hij moet daarom alsnog € 5.000,- betalen aan de VvE. [gedaagde] moet ook de over de hoofdsom gevorderde wettelijke rente betalen. De kantonrechter wijst de vordering op deze punten dus toe. 4.
- De VvE maakt aanspraak op een vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten. De VvE heeft genoeg gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn gedaan. [gedaagde] moet daarom deze kosten betalen. Voor vergoeding van de kosten die daarbij zijn gemaakt gelden vaste tarieven afhankelijk van de hoogte van de vordering. Deze tarieven zijn bepaald bij Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten. Het bedrag dat de VvE heeft gevorderd komt overeen met het in het Besluit bepaalde tarief. De kantonrechter wijst de vordering op dit punt ook toe. 4.
- [gedaagde] krijgt dus ongelijk. Hij moet daarom de proceskosten van de VvE betalen. De kantonrechter stelt de proceskosten die de VvE tot aan het vonnis heeft gemaakt vast op: - kosten van de dagvaarding € 127,43 - griffierecht € 514,00 - salaris gemachtigde € 622,00 (2,00 punten × € 311,00) Totaal € 1.263,43 4.
- De kantonrechter veroordeelt [gedaagde] ook in de kosten die de VvE na dit vonnis nog moet maken. De nakosten worden vastgesteld op € 124,-. 5De beslissing De kantonrechter 5.
- veroordeelt [gedaagde] om € 5.000,- (vijfduizend euro) aan de VvE te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag vanaf 5 april 2022 tot de dag van volledige betaling, 5.
- veroordeelt [gedaagde] om € 756,25 aan buitengerechtelijke incassokosten te betalen aan de VvE; 5.
- veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de kant van de VvE tot op heden vastgesteld op € 1.263,43 inclusief eventueel verschuldigde btw, 5.
- veroordeelt [gedaagde] in de na dit vonnis ontstane kosten van de VvE van € 124,- aan salaris gemachtigde inclusief eventueel verschuldigde btw, 5.
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door T.H. van Voorst Vader, rechter, bijgestaan door mr. D.K.W. Collins, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 28 oktober 2022.