RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/172306-22 RK nummer: 22/3483 Datum uitspraak: 5 oktober 2022 UITSPRAAK op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 12 juli 2022 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 5 juli 2022 door het Amtsgericht Osnabrück (Duitsland) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag] 1969, ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres: [inschrijvingsadres], verblijvende op het adres: [verblijfsadres]; hierna te noemen de opgeëiste persoon. 1Procesgang De vordering is behandeld op de openbare zitting van 21 september
- Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. M. Diependaal. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. P.M. Breukink, waarnemend voor mr. E.J.M.J. Damen, beiden advocaat te Arnhem. De raadsvrouw heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Op grond van artikel 22, derde lid, OLW heeft de rechtbank de termijn waarbinnen zij op grond van het eerste lid van dit artikel uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen. Na sluiting van het onderzoek ter zitting op 21 september 2022, heeft de uitvaardigende justitiële autoriteit bij emailbericht van 30 september 2022 te kennen gegeven dat zij het EAB heeft ingetrokken. De officier van justitie heeft bij emailbericht van 4 oktober 2022 gevorderd niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering ex artikel 23 OLW. De rechtbank heeft op 5 oktober 2022 het onderzoek ter zitting heropend en direct uitspraak gedaan. 2Identiteit van de opgeëiste persoon De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft. 3Ontvankelijkheid van de officier van justitie Nu de uitvaardigende justitiële autoriteit te kennen heeft gegeven dat zij het EAB heeft ingetrokken, zal de rechtbank de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaren in de vordering ex artikel 23 OLW. 4Beslissing VERKLAART de officier van justitie NIET-ONTVANKELIJK in de vordering van 21 september 2022 tot het in behandeling nemen van het EAB; HEFT OP het - geschorste - bevel overleveringsdetentie. Aldus gedaan door mr. C. Klomp, voorzitter, mrs. M.M.L.A.T. Doll en L. Sanders, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.A. Dijk, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 5 oktober
- Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.