← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2022:6736

RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/165187-22 RK nummer: 22/3481 Datum uitspraak: 15 september 2022 UITSPRAAK op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 12 juli 2022 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 25 juli 2019 door het Amtsgericht Hamburg (Duitsland) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] geboren te [geboorteplaats] (Marokko) op [geboortedag 1] 1999 alias (onder meer) [alias opgeëiste persoon] geboren te ‘onbekend’ op [geboortedag 2] 1991, zonder vaste woon- of verblijfsplaats in Nederland, gedetineerd in [detentieadres], hierna te noemen de opgeëiste persoon. 1Procesgang De vordering is behandeld op de openbare zitting van 15 september

  1. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. P. Sholeh. De opgeëiste persoon is bijgestaan door een tolk in de Arabische taal. De raadsman van de opgeëiste persoon, mr. P. van Baaren, advocaat te Rotterdam, is niet verschenen. De raadsman heeft telefonisch laten weten de opgeëiste persoon niet langer bij te zullen staan. De opgeëiste persoon heeft ter zitting laten weten dat hij niet langer door een advocaat wil worden vertegenwoordigd. De rechtbank heeft de opgeëiste persoon geïnformeerd over zijn recht om zich door een advocaat te laten bijstaan. De opgeëiste persoon heeft desgevraagd expliciet en meermalen laten weten geen gebruik te willen maken van zijn recht op een advocaat. Na een korte onderbreking voor beraad is het verhoor zonder bijstand van een advocaat voortgezet. Op grond van artikel 22, derde lid, OLW heeft de rechtbank de termijn waarbinnen zij op grond van het eerste lid van dit artikel uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen. 2Identiteit van de opgeëiste persoon De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. Ter terechtzitting heeft de rechtbank vastgesteld dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Marokkaanse nationaliteit heeft. 3Grondslag en inhoud van het EAB In het EAB wordt melding gemaakt van een aanhoudingsbevel ten behoeve van de voorlopige hechtenis van 28 december 2017 van het Amtsgericht Hamburg in combinatie met een besluit van het Amtsgericht Hamburg van 29 mei 2018, dossiernummer 117h Gs 172/17 jug. De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar Duits recht strafbaar feit. Dit feit is omschreven in onderdeel e) van het EAB. 4Strafbaarheid: feit waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft het feit niet aangeduid als een feit waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder a 2°, OLW zijn neergelegd. De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan. Het feit levert naar Nederlands recht op: diefstal, vergezeld van geweld, gepleegd tegen personen met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken 5Onschuldverweer De opgeëiste persoon heeft verklaard niet schuldig te zijn aan het feit. Hij heeft dit echter tijdens het verhoor ter zitting niet aangetoond. De onschuldbewering kan reeds om die reden niet leiden tot weigering van de overlevering. 6Slotsom Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW, er ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan en er geen sprake is van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven, dient de overlevering te worden toegestaan. 7Toepasselijke wetsartikelen De artikelen 312 van het Wetboek van Strafrecht en 2, 5 en 7 van de Overleveringswet. 8Beslissing STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] alias [alias opgeëiste persoon] aan het Amtsgericht Hamburg (Duitsland) voor het feit zoals is omschreven in onderdeel e) van het EAB. Aldus gedaan door mr. M.M.L.A.T Doll, voorzitter, mrs. A.K. Glerum en R.J Bartels, rechters, in tegenwoordigheid van mr. F.A. Potters, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 15 september
  2. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.