← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2022:7020

RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/148604-22 RK nummer: 22/3435 Datum uitspraak: 27 september 2022 UITSPRAAK op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 7 juli 2022 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 30 mei 2022 door de Judicial Court of the District of North Lisbon (Portugal) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] , geboren te [geboorteplaats] (Portugal) op [geboortedag] 1995, zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, gedetineerd in [detentieadres] , hierna te noemen de opgeëiste persoon. 1Procesgang De vordering is behandeld op de openbare zitting van 13 september 2022. Het onderzoek heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. M. Westerman. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman, mr. L.J.H. Kortz, advocaat te Utrecht en door een tolk in de Portugese taal. Op grond van artikel 22, derde lid, OLW heeft de rechtbank de termijn waarbinnen zij op grond van het eerste lid van dit artikel uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen. 2Identiteit van de opgeëiste persoon De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Portugese nationaliteit heeft. 3Grondslag en inhoud van het EAB In het EAB wordt melding gemaakt van een arrest warrant out of flagrante delicto, uitgevaardigd op 30 mei 2022 door de Judicial Court of the District of North Lisbon (referentie: Inquiry NUIPC 60/20.8PJLRS). De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Portugees recht strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in onderdeel

  1. e)van het EAB. 4Strafbaarheid Feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW Onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten 1 tot en met 3 waarvoor de overlevering wordt verzocht, moet achterwege blijven, nu de uitvaardigende justitiële autoriteit de strafbare feiten heeft aangeduid als feiten vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. Deze feiten vallen op deze lijst onder nummer 14, te weten: Moord en doodslag; zware mishandeling. Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van Portugal een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld. Feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de feiten 4, 5 en 6 niet aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder a 2°, OLW zijn neergelegd. De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan. De feiten leveren naar Nederlands recht op: Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III; Mishandeling; Overtreding van artikel 107, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994. 5Artikel 11: Portugese detentieomstandigheden Bij uitspraak van 6 april 2021heeft de rechtbank een algemeen reëel gevaar aangenomen dat personen die in Portugal in de detentie-instellingen van Lissabon, Caxias en Setúbal zijn gedetineerd, onmenselijk of vernederend worden behandeld. Bij brief van 24 augustus 2022 heeft de Director-general of the Prison services van het Portugese Ministerie van Justitie de volgende garantie afgegeven: As Director General of Reintegration and Prison Services, of the Portuguese Ministry of Justice, following the request made by a Netherlands Court, I declare that [opgeëiste persoon] , born on [geboortedag] 1995, defendant in Proc.2 no. 60/20.8PJJRS, of the Public Prosecutor's Office of the North Lisbon District - Criminal Investigation and Penal Action Department - Loures Section, after being surrendered to the Portuguese judicial authorities in relation to the European Arrest Warrant issued against him, he will not be held in the Prison facilities of Caxias, Lisbon or Setúbal. I would also like to inform you that after being handed over to the Portuguese authorities, the defendant will be admitted to the prison establishment of the Lisbon Judicial Police. De rechtbank merkt ten aanzien van deze garantie, onder verwijzing naar haar uitspraak van 17 augustus 2022, op dat de detentie-instelling waar de opgeëiste persoon zal worden gedetineerd niet de detentie-instelling in Lissabon is ten aanzien waarvan zij een algemeen gevaar heeft aangenomen. Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van een globale beoordeling, de hiervoor vermelde garantie voldoende en sluit deze garantie, in geval van overlevering, het geconstateerde algemene reële gevaar voor de opgeëiste persoon uit. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding om op grond van artikel 11 OLW geen gevolg aan het EAB te geven. 6Slotsom Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW, er ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan en er geen sprake is van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven, dient de overlevering te worden toegestaan. 7Toepasselijke wetsartikelen De artikelen 300 Wetboek van Strafrecht, 26 en 55 Wet wapens en munitie, 107 en 177 Wegenverkeerswet 1994 en 2, 5 en 7 OLW. 8Beslissing STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan de Judicial Court of the District of North Lisbon (Portugal) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel
  2. e)van het EAB. Aldus gedaan door mr. J.G. Vegter, voorzitter, mrs. J.A.A.G. de Vries en C.M. Delstra, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.M. Rus, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 27 september 2022. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. ECLI:NL:RBAMS:2021:1627. ECLI:NL:RBAMS:2022:5149.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.