Rechtbank amsterdam rechter-commissaris in strafzaken zittingsplaats Amsterdam parketnummer : 13.180179.22 datum : 21 juli 2022 Beslissing op een vordering tot machtiging voor een bevel tot verwijdering van personen en/of voorwerpen uit een woning, besloten lokaal of erf (artikel 551a Wetboek van Strafvordering) in de strafzaak tegen de verdachte: " " in het onderzoek naar het vermogen van de veroordeelde: " in de strafzaak tegen de verdachte: [verdachte] geboortedatum: niet bekendwoonplaats: [woonplaats] Procedure De officier van justitie heeft op xxx schriftelijk gevorderd dat de rechter-commissaris de bovengenoemde machtiging verleent. De vordering heeft betrekking op het verwijderen door een opsporingsambtenaar van personen en verwerpen die wederrechterlijk vertoeven in/op een woning, besloten lokaal of erf, te weten [adres] . Beoordeling De rechter-commissaris heeft op 21 juli 2022 gehoord mr. J. van Lunen, advocaat van de verdachte. Hiervan is een proces-verbaal opgemaakt. Aan het verweer van mr. Van Lunen dat de rechter-commissaris niet bevoegd is omdat hij normaliter is belast met de behandeling van burgerlijke zaken wordt voorbijgegaan. De rechter-commissaris is in dit geval bevoegd om kennis te nemen van de vordering van de officier van justitie, die ziet op de ontruiming van een gekraakt pand. Blijkens artikel 4 lid 1 van het bestuursreglement van de rechtbank stelt het bestuur een overzicht vast van welke categorieën zaken door elk van de afdelingen en teams wordt behandeld. Dit wordt gedaan door middel van een zogenoemde Publicatielijst. In lid 3 van dit artikel staat: “Teams kunnen, in afwijking van de gepubliceerde indeling, incidenteel onderscheidenlijk tijdelijk worden belast met de behandeling van een zaak of zaken uit een andere afdeling en/of ander team, indien dit als gevolg van bezettingsproblemen, om opleidingsredenen, vanwege bijzondere kennis, of om enige andere reden noodzakelijk en/of nuttig wordt geoordeeld. Afdelingsvoorzitters oefenen deze bevoegdheid uit met betrekking tot de indeling binnen hun afdeling. Het bestuur is in overige gevallen bevoegd en kan zijn bevoegdheid mandateren.”In dit geval is sprake van een bestuursbesluit op grond waarvan de voorzieningenrechters van de afdeling Privaatrecht vanwege hun bijzondere kennis zijn aangewezen als rechter-commissaris in strafzaken. Deze rechters zijn toegevoegd in de Publicatielijst aan het team van het Kabinet RC. Aan mr. Van Lunen is door de rechtbank tijdig het volledige dossier ter beschikking gesteld, afgezien kennelijk, zoals zij ter zitting heeft gezegd, van het verslag van de politieagent die de uitnodigingsbrief aan de verdachte heeft uitgereikt. Zij is hierdoor in staat gesteld namens de anonieme verdachte verweer te kunnen voeren. Aan de eis dat de krakers door de rechter-commissaris moeten worden gehoord is voldaan. Zij zijn immers opgeroepen te verschijnen op de zitting van 21 juli 2022 om 9.00 uur. Dat de oproep is gericht aan één persoon ( [verdachte] ) maakt dit niet anders. De vordering van de officier van justitie ziet immers op “alle personen die wederrechtelijk vertoeven” in het pand aan de [adres] . Dat de cliënte van mr. Van Lunen “door omstandigheden”, die overigens niet nader zijn gespecificeerd, niet op de zitting aanwezig kon zijn, maakt dit evenmin anders. Uit het dossier volgt genoegzaam dat de krakers wederrechtelijk, zonder toestemming van de eigenaren, in het pand verblijven. De strafbaarstelling heeft ten doel bescherming van het recht van de eigenaar en bescherming van de openbare orde. De eigenaren hebben aangifte gedaan bij de politie en zijn voornemens op korte termijn renovatiewerkzaamheden te laten uitvoeren, hetgeen blijkt uit in het geding gebrachte stukken van een aannemer. Van ontruiming voor langdurige leegstand is dan ook geen sprake. Ingevolge artikel 8 lid 1 EVRM komt de verdachte een huisrecht toe. Het in artikel 8 lid 2 EVRM besloten proportionaliteitsvereiste brengt mee dat, naast de vraag of sprake is van wederrechtelijkheid, getoetst moet worden of de in abstracto door de wetgever gegeven voorrang aan het belang van de openbare orde en de rechten van de eigenaren in de concrete omstandigheden van dit geval, gezien het beroep op het huisrecht, proportioneel is. Mr. Van Lunen heeft nagelaten het beroep op het huisrecht te concretiseren. Zij heeft niets aangevoerd over de persoonlijke omstandigheden van haar cliënte, anders dan dat het voor haar moeilijk is om op de huidige woningmarkt een woning te kunnen vinden. Het beroep op het huisrecht kan dan ook niet leiden tot afwijzing van de vordering van de officier van justitie. - De rechter-commissaris is van oordeel dat de vordering kan worden toegewezen op de gronden, op de wijze en onder de voorwaarden als in de vordering omschreven. Beslissing De rechter-commissaris: wijst de vordering toe; machtigt de officier van justitie overeenkomstig de vordering. Deze beslissing is op 21 juli 2022 genomen door mr. E.A. Messer, rechter-commissaris
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.