RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht zaaknummer: 10031863 EA VERZ 22-464 beschikking van: 16 december 2022 func.: 33806 beschikking van de kantonrechter I n z a k e [verzoeker] wonende te [woonplaats] verzoeker nader te noemen: [verzoeker] gemachtigde: mr. J.F. Overes t e g e n 1. de publiekrechtelijke rechtspersoon De Gemeente Amsterdam 2. de naamloze vennootschap N.V. Verzekeringsbedrijf Groot Amsterdam (VGA) zetelend en gevestigd te Amsterdam verweerders hierna te noemen: de gemeente, en: VGA, tezamen nader te noemen: verweerders gemachtigde: mr. S. Schauwaert. VERLOOP VAN DE PROCEDURE [verzoeker] heeft op 29 juli 2022 ingediend een verzoekschrift tot het beslissen over een deelgeschil ex artikel 1019w Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), met producties, waaronder een usb-stick met camerabeelden. Verweerders hebben een verweerschrift met producties ingediend. Het verzoek is mondeling behandeld op 18 november 2022. [verzoeker] is verschenen, vergezeld door de gemachtigde. Verweerders zijn vertegenwoordigd door [naam] (letselschadebehandelaar bij VGA), vergezeld door de gemachtigde. [verzoeker] heeft voorafgaand aan de mondelinge behandeling nadere producties ingediend, waaronder nog een usb-stick met camerabeelden. Partijen hebben hun standpunt, de gemachtigde van [verzoeker] aan de hand van een pleitnota, toegelicht en vragen van de kantonrechter beantwoord. Na verder debat is beschikking gevraagd en is een datum voor beschikking bepaald. GRONDEN VAN DE BESLISSING Feiten 1. Als gesteld en niet (voldoende) weersproken staat het volgende vast. 1.1. Op 9 juni 2022 is [verzoeker] ten val gekomen toen hij omstreeks 22:45 uur (het was reeds donker) met zijn snorfiets van een stenen trap op het [locatie] reed. Als gevolg van deze val heeft [verzoeker] een gebroken sleutelbeen en meerdere kneuzingen opgelopen. 1.2. Bij e-mailbericht van 22 juni 2022 heeft [verzoeker] de gemeente als wegbeheerder aansprakelijk gesteld voor alle materiële en immateriële schade als gevolg van het letsel. 1.3. In een e-mailbericht van 30 juni 2022 heeft VGA in haar hoedanigheid van verzekeraar van de gemeente meegedeeld dat de gemeente als wegbeheerder niet aansprakelijk kan worden gehouden. Verzoek en verweer 2. [verzoeker] verzoekt bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren beschikking:a. voor recht te verklaren dat verweerders hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de gevolgen van het [verzoeker] overkomen ongeval op het [locatie] en dat zij gehouden zijn de door [verzoeker] geleden schade en/of nog te lijden (im)materiële schade te vergoeden, zodanig dat de één betalende de ander zal zijn bevrijd; b. vast te stellen dat de kosten van deze procedure voor vergoeding in aanmerking komen op de voet van artikel 1019aa Rv juncto artikel 6:96 Burgerlijk Wetboek (BW), begroot op een bedrag van € 3.326,90 inclusief btw, zodanig dat de één betalende de ander zal zijn bevrijd; c. VGA te veroordelen om alle uitkeringen die zij onder de bij haar gesloten aansprakelijkheidsverzekering verricht rechtstreeks aan [verzoeker] over te maken; d. verweerders te veroordelen in de kosten van deze deelgeschilprocedure, zodanig dat de één betalende de ander zal zijn bevrijd. 3. [verzoeker] heeft tijdens de mondelinge behandeling verzocht om het verzoek onder 2.a. gewijzigd te lezen, in die zin dat geen verklaring voor recht wordt verzocht over de aansprakelijkheid van VGA, omdat het verzoek ten aanzien van VGA alleen betrekking kan hebben op de verschuldigdheid van een uitkering. Tevens is verzocht om de verzoeken onder 2.b. en 2.d. gewijzigd te lezen, omdat in die verzoeken hetzelfde wordt verzocht. 4. [verzoeker] heeft ter onderbouwing van het verzoek onder 2.a. gesteld dat de gemeente op grond van artikel 6:174 BW aansprakelijk is omdat sprake is van een gebrekkige weginrichting. De gemeente heeft geen duidelijk waarschuwingsbord geplaatst, waarop staat aangegeven dat het voor snorfietsen verboden is verder te rijden en dat men na het bruggetje op het [locatie] een steile trap nadert. De gemeente had een duidelijk waarschuwingsbord bij de trap moeten zetten of een hekje moeten plaatsen, waardoor een fietser of snorfietser moet afstappen om zijn weg te kunnen vervolgen. Nu dit niet is gebeurd is de kans groot dat snorfietsers op deze plek niet de vereiste voorzichtigheid en oplettendheid in acht nemen en zodoende de trap niet op tijd gadeslaan. 5. Verweerders voeren als verweer dat de gemeente niet aansprakelijk is, primair omdat het [locatie] een voetpad is en duidelijk is dat daar niet met een snorfiets mag worden gereden, subsidiair omdat (daarom) geen sprake is van een gebrekkige weginrichting. Meer subsidiair voeren verweerders aan dat sprake is van eigen schuld van [verzoeker] (artikel 6:101 BW). Ten aanzien van de verzochte kostenvergoeding betwisten verweerders dat de uren die in juni 2022 zijn gemaakt betrekking hebben op de deelgeschilprocedure Beoordeling De gemeente is niet aansprakelijk 6. Indien een persoon een ander aansprakelijk houdt voor schade die hij lijdt door dood of letsel kan op grond van artikel 1019w lid 1 Rv de rechter worden verzocht te beslissen over een geschil omtrent of in verband met een deel van hetgeen ter zake tussen hen rechtens geldt en waarvan de beëindiging kan bijdragen aan de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst. 7. Wat partijen verdeeld houdt is de vraag of de gemeente aansprakelijk is voor de schade ten gevolge van het [verzoeker] overkomen ongeval en of VGA op grond hiervan schadevergoeding aan [verzoeker] moet betalen. Beantwoording van deze vragen kan naar het oordeel van de rechtbank bijdragen aan de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst. Daarmee komt het verzoek van [verzoeker] voor behandeling in een deelgeschilprocedure in aanmerking. 8. Artikel 6:174 lid 1 BW stelt de bezitter van een opstal aansprakelijk voor schade veroorzaakt doordat de opstal niet voldoet aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mag stellen. Voor aansprakelijkheid op de voet van art. 6:174 lid 1 BW is in beginsel vereist dat de eiser stelt en, bij voldoende gemotiveerde tegenspraak, bewijst (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.