RECHTBANK AMSTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: AMS 22/2547 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiseres] , te Amsterdam, eiseres, (gemachtigde: [Gem. eiseres] ), en de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam, verweerder. Procesverloop De rechtbank heeft op 16 mei 2022 een beroepschrift ontvangen dat is gericht tegen verweerders uitspraak op bezwaar van 13 mei 2022 (de bestreden uitspraak). Op 28 september 2022 heeft eiseres het beroep ingetrokken en verzocht om verweerder te veroordelen in de proceskosten. Verweerder heeft op 12 oktober 2022 op het verzoek gereageerd. Overwegingen
- Eiseres heeft bij de intrekking van het beroep verzocht om vergoeding van de proceskosten, bestaande uit de forfaitaire vergoeding in bezwaar en beroep. De rechtbank sluit het onderzoek en zal uitspraak doen buiten zitting. Het verzoek is gegrond.
- De rechtbank stelt vast dat eiseres het beroep heeft ingetrokken omdat verweerder aan eiseres is tegemoetgekomen. Verweerder heeft de in verband met de intrekking van het beroep gemaakte aanspraak op proceskosten niet bestreden. De rechtbank ziet dan ook aanleiding om verweerder te veroordelen in de kosten die eiseres in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De hoogte wordt forfaitair vastgesteld op € 379,50 als kosten van verleende rechtsbijstand. De rechtbank stelt de wegingsfactor op 0,5 omdat het beroep is gericht tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting of tegen een wielklembeschikking. Er is voorts reden om factor 0,5 te hanteren omdat verweerder in de beroepsfase op een formeel gebrek in de bestreden uitspraak is teruggekomen.
- De rechtbank ziet eveneens aanleiding verweerder te veroordelen in het vergoeden van de proceskosten in bezwaar van € 134,50 als kosten van verleende rechtsbijstand. De rechtbank stelt de wegingsfactor op 0,5 omdat het bezwaar is gericht tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting of tegen een wielklembeschikking.
- Verweerder dient aan eiseres het betaalde griffierecht van € 50,- te vergoeden. Beslissing De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 514,-. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.W. Vriethoff, rechter, in aanwezigheid van M.P. Osinga Sanders, de griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 8 december 2022 griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Bent u het niet eens met deze uitspraak, dan kunt u een verzetschrift opsturen naar deze rechtbank. U kunt een verzetschrift opsturen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. In het verzetschrift kunt u vragen om te worden gehoord. In dat geval vindt alsnog een zitting plaats. Coll: M.P.O. D: C onder toepassing van de artikelen 7:15, tweede lid, en 8:75a, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) onder toepassing van artikel 8:57, eerste lid, Awb op grond van artikel 8:75a, derde lid, Awb onder toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) als volgt berekend: 1 punt voor het beroepschrift x factor 0,5 x € 759,- volgens het Richtsnoer proceskosten, gepubliceerd in ECLI:NL:GHSHE:2021:3315, rechtsoverweging 4.21, ECLI:NL:GHDHA:2021:2131 en ECLI:NL:2021:10307 onder toepassing van de artikelen 8:75 en 7:15, tweede lid, Awb en het Bpb als volgt berekend: 1 punt voor het bezwaarschrift x factor 0,5 x € 269,- volgens het Richtsnoer proceskosten, gepubliceerd in ECLI:NL:GHSHE:2021:3315, rechtsoverweging 4.21, ECLI:NL:GHDHA:2021:2131 en ECLI:NL:2021:10307 ingevolge artikel 8:41, zevende lid, van de Awb