← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2022:7537

RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/752071-21 RK-nummer: 22/2069 Datum uitspraak: 22 juni 2022 UITSPRAAK op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 15 april 2022 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 10 augustus 2021 door the District Court in Zielona Gora (Polen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1988 ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres [adres] hierna te noemen de opgeëiste persoon. 1Procesgang De vordering is behandeld op de openbare zitting van 8 juni

  1. Het onderzoek heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. K. van der Schaft. De opgeëiste persoon en zijn raadsman zijn niet ter zitting verschenen. 2Identiteit van de opgeëiste persoon De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft. 3Ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie De officier van justitie deelt mede dat het Openbaar Ministerie op 7 juni 2022 de vordering tot behandeling van het EAB ex artikel 23 OLW heeft ingetrokken aangezien de Poolse autoriteiten hebben laten weten dat zij het EAB niet wensen te handhaven. Er is geen ruimte voor de rechtbank om het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering nu deze is ingetrokken. De rechtbank zal de officier van justitie niet-ontvankelijk in de behandeling van de vordering verklaren aangezien de vordering slechts één dag voor de zitting is ingetrokken. Hierdoor gaat de voorbereidingstijd die de rechtbank aan deze zaak heft besteed verloren en kan er geen nieuwe zaak voor in de plaats komen. In toekomstige gevallen zal de rechtbank in beginsel de regel hanteren dat de vordering uiterlijk één week voor de behandeling van de zaak kan worden ingetrokken door het Openbaar Ministerie. 4Beslissing VERKLAART het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in zijn vordering tot het in behandeling nemen van het EAB. Aldus gedaan door mr. A.J.R.M. Vermolen, voorzitter, mrs. M. van Mourik en S.E. Bauduin, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.L. van Loon, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 22 juni
  2. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.