vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht zaaknummer / rolnummer: C/13/698455 / HA ZA 21-231 Vonnis van 28 december 2022 in de zaak van MR. [curator], in haar hoedanigheid van curator in het faillissement van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [gefailleerde] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , eiseres, advocaat mr. J.H. Huybens te Dordrecht, tegen 1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid GRAAF FLORIS VASTGOED B.V., gevestigd te Amstelveen, 2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid HENEGOUWERPLEIN VASTGOED B.V., gevestigd te Amstelveen, gedaagden, advocaat mr. J.O. Berlage te Amsterdam. Eisers zal hierna [gefailleerde] genoemd worden. Gedaagden zullen Graaf Floris en Henegouwerplein en samen Graaf Floris c.s. genoemd worden. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: het tussenvonnis van 13 oktober 2021 het proces-verbaal van mondelinge behandeling van 1 maart 2022 en de daarin genoemde stukken, de brief van 25 maart 2022 namens [gefailleerde] met opmerkingen op het proces verbaal. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. Graaf Floris c.s. hebben in mei 2019 opdracht gegeven voor bouwwerkzaamheden aan Total Solution B.V. Deze vennootschap is op 7 augustus 2019 failliet verklaard. Bij wijze van doorstart zijn de hierna genoemde opdrachten aan [gefailleerde] verstrekt. 2.2. Graaf Floris heeft op 2 september 2019 aan [gefailleerde] (deze overeenkomst en de hierna genoemde zijn aangegaan op naam van Total Solution B.V. als aannemer, maar partijen gaan ervanuit dat ze gelden met [gefailleerde] als aannemer) opdracht gegeven voor de verbouw van een hotel aan de [adres 1] op basis van een inschrijfbegroting van € 1.060.000. De overeenkomst bepaalt dat [gefailleerde] zich verbindt om het werk op 3 april [2020] voor gebruik als hotel op te leveren. 2.3. Henegouwerplein heeft op 2 september 2019 aan [gefailleerde] opdracht gegeven voor de verbouw van een hotel aan het [adres 2] op basis van een inschrijfbegroting van € 900.000. De overeenkomst bepaalt dat [gefailleerde] zich verbindt om het werk op 28 februari 2020 voor gebruik als hotel op te leveren. 2.4. De merendeels gelijkluidende overeenkomsten bepalen in artikel 4 onder meer: “(…) De betaling van de termijnen zal plaats vinden binnen 30 dagen na de goedkeuring door de directie. Saldi van meer- en minderwerken kunnen als ze de €25.000 overschrijden en uitgevoerd zijn in rekening worden gebracht. Dit in gelijke termijnen van rond €25.000,- mits vooraf nader overeen is gekomen tussen partijen. (…) De betaling meer- en minderwerk zal binnen 30 dagen plaats vinden. (…)” Artikel 8 Werkzaamheden derden bepaalt onder meer: “De opdrachtgever draagt, tenzij anders overeengekomen, de nevenaannemers aan bij de aannemer voor het laten leveren en aanbrengen van de elektrotechnische installatie (…) De aannemer voert tot en met de bouwkundige oplevering de coördinatie over de werkzaamheden van de in dit artikel bedoelde onder- en nevenaannemers, tenzij aannemer en opdrachtgever schriftelijk anders zijn overeengekomen. (…)” Artikel 9 bepaalt dat [gefailleerde] een bankgarantie ter grootte van 5% van de aanneemsom moet verstrekken, bij gebreke waarvan Graaf Floris c.s. ieder een betalingstermijn ter grootte van dat bedrag mag inhouden. 2.5. Ten aanzien van de laatste twee termijnen, voor Graaf Floris betreft dat de 20ste en de 21ste termijn en voor Henegouwerplein de 17de en de 18de termijn, is in artikel 4 van de overeenkomsten bepaald dat de 20ste respectievelijk de 17de termijn na de vooroplevering in rekening dient te worden gebracht en de 21ste respectievelijk de 18de termijn na afloop van drie maanden na de eindoplevering. 2.6. In een e-mail van 8 januari 2020 heeft Graaf Floris c.s. aan [gefailleerde] geschreven dat zij zich beroept op haar recht om bij het ontbreken van de bankgaranties op beide werken een termijn als garantie in te houden. 2.7. In een e-mail van 30 september 2020 om 08:28 uur heeft [gefailleerde] aan Graaf Floris c.s. en [naam 1] (hierna: [naam 1] ), bouwbegeleider namens Graaf Floris c.s., een bouwstop aangekondigd. Zij heeft het volgende geschreven, voor zover van belang: “(…) Ondanks de vele inspanningen vanuit ons en onze onderaanneming worden wij na vele toezeggingen niet beloond door betalingen uwerzijds. U weet de urgentie van deze betalingen (…) Deze ochtend heb ik inmiddels diversen onderaan neming gesproken over deze kwestie en hen uitgelegd dat ik zonder betaling niet aan mijn verplichtingen kan voldoen. Ik heb hen dan ook gesommeerd om het materieel weg te halen tot deze kwestie is opgelost. (…) Deze kwestie gaat vandaag bij geen betaling voor 1200 uur naar onze advocaat. Deze kwestie resulteert zoals reeds besproken in een bouwstop vanuit onze kant op het werk vanaf heden.” 2.8. Op 30 september 2020 om 9:00 uur heeft [naam 1] hierop het volgende geantwoord: “Opdrachtgever heeft aan al zijn betalingsverplichtingen vanuit de aannemingsovereenkomst voldaan. Wij lopen zelfs ver op die verplichtingen voor. Ieder werk kent 1 termijn als bankgarantie, dan staat er nu nog maar 1 reguliere betalingstermijn (50.000) op Graaf Floris open. Terwijl het afronden van het werk zowel Henegouwerplein als Graaf Floris tenminste € 200.000 betreft. Meerwerken zijn op uw verzoek reeds betaald wat volgens de aannemingsovereenkomst pas na oplevering had gehoeven. Mocht u het werk verlaten dan wel stilleggen stelt opdrachtgever u bij deze aansprakelijk voor alle kosten en schaden (…)” 2.9. Op 30 september 2020 om 12:07 uur heeft [gefailleerde] aan Graaf Floris een betalingsherinnering gestuurd voor de volgende facturen: [nummer 1] 18-06-2020 € 60.500 [nummer 2] 24-07-2020 € 7.080 [nummer 3] 20-08-2020 € 60.500 Totaal € 128.080 en gelijktijdig aan Henegouwerplein voor de volgende facturen: [nummer 4] 15-08-2019 € 60.500 [nummer 5] 02-06-2020 € 60.500 [nummer 6] 02-06-2020 € 20.449,63 Totaal € 141.449,63 2.10. In een e-mail van 30 september 2020 om 14:08 uur heeft Marcon Totaalservice, één van de nevenaannemers op de werken, aan Graaf Floris c.s. het volgende geschreven: “Zoals zojuist aangegeven heeft [naam 2] van Totalsolutions (…) bij ons aangegeven dat hij vandaag de bouw op het [adres 2] gaat sluiten. Hij beroept zich hierbij op zijn retentierecht. Graaf Floris gaat hij naar eigen zeggen niet sluiten maar gaat hij ook niet verder met zijn werkzaamheden. (…)” 2.11. De advocaat van Graaf Floris c.s. heeft dezelfde dag telefonisch met [gefailleerde] gesproken en vervolgens per e-mail van 16:33 uur en per post de overeenkomsten met Graaf Floris c.s. met onmiddellijke ingang gedeeltelijk, voor het niet uitgevoerde deel, ontbonden. Graaf Floris c.s. heeft hierbij aangegeven dat zij alle verzonden en vervallen termijn heeft voldaan en niet in verzuim is, terwijl [gefailleerde] daarentegen wel in verzuim is met de tijdige oplevering van de werken en verder dat [gefailleerde] onrechtmatig handelt jegens Graaf Floris c.s. door zich zonder grondslag op het retentierecht te beroepen en nevenaannemers van het werk te sturen. 2.12. Bij e-mail van 12 oktober 2020 heeft [gefailleerde] zich jegens Henegouwerplein op haar retentierecht beroepen wegens het uitblijven van betaling. 2.13. Op 14 oktober 2020 heeft [gefailleerde] Graaf Floris c.s. gesommeerd tot betaling van openstaande facturen, ten aanzien van Graaf Floris tot een totaalbedrag van € 301.808,35 en Henegouwerplein € 312.172,77. 2.14. [gefailleerde] heeft onder ABNAMRO Bank N.V. conservatoir derdenbeslag gelegd. 3Het geschil 3.1. [gefailleerde] vordert na eiswijziging samengevat - veroordeling van 3.1.1. Graaf Floris tot betaling van € 331.580,23, vermeerderd met wettelijke (handels)rente daarover vanaf 30 september 2020, € 3.432,90 aan buitengerechtelijke kosten, proceskosten en rente en 3.1.2. Henegouwerplein tot betaling van € 312.172,77, vermeerderd met wettelijke (handels)rente daarover vanaf 30 september 2020. € 3.335,86 aan buitengerechtelijke kosten, proceskosten en rente. 3.2. [gefailleerde] legt aan haar vorderingen het volgende ten grondslag. Zij was niet in verzuim door het passeren van de overeengekomen opleverdata, omdat Graaf Floris c.s. ermee akkoord waren gegaan dat de werkzaamheden werden voortgezet, het verloop van de werkzaamheden besproken is bij bouwvergaderingen en de vertragingen ontstaan zijn door leveranciers en ingehuurde onderaannemers. Zij was bevoegd tot opschorting omdat een aantal facturen opeisbaar maar nog niet betaald was. Bovendien wisten Graaf Floris c.s. dat [gefailleerde] een doorstart was zonder vet op de botten die de geregelde betalingen nodig had om het werk te kunnen voortzetten. 3.3. Graaf Floris c.s. voert verweer. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling opschortingsbevoegd? 4.1. De eerste vraag die beantwoord dient te worden is of [gefailleerde] bevoegd was de uitvoering van haar werkzaamheden op te schorten op grond van verzuim aan de zijde van Graaf Floris c.s. 4.2. In de e-mails van 30 september 2020 heeft [gefailleerde] Graaf Floris c.s. aangemaand tot betaling van de facturen: ten aanzien van Graaf Floris: [nummer 1] van 18-06-2020 à € 60.500, [nummer 2] van 24-07-2020 à € 7.080, [nummer 3] van 20-08-2020 à € 60.500, in totaal € 128.080 en ten aanzien van Henegouwerplein: [nummer 4] van 15-08-2019 à € 60.500, [nummer 5] van 02-06-2020 à € 60.500, [nummer 6] van 02-06-2020 à € 20.449,63, in totaal € 141.449,63. 4.3. De opschorting is eveneens op 30 september 2020 ingeroepen, zodat het er op lijkt dat deze zes facturen aan die opschorting ten grondslag liggen. 4.4. In haar akte vermeerdering eis geeft [gefailleerde] echter een uitgebreidere opsomming van openstaande facturen, te weten: Graaf Floris [nummer 1] à € 60.500, de 20ste termijn, d.d. 18 juni 2020 [nummer 2] à € 7.080, meerwerk brandwerende kleding, d.d. 24 juli 2020 [nummer 3] à € 60.500, de 21ste en laatste termijn, d.d. 20 augustus 2020 [nummer 7] à € 59.459,76, meerwerk metselwerk voorgevel, d.d. 16 september 2020 [nummer 8] à € 114.268,59, bouwplaatskosten, d.d. 17 september 2020 [nummer 9] à € 29.771,88, meerwerk 00422, d.d. 1 oktober 2020 Henegouwerplein [nummer 4] à € 60.500, eerste termijn, 15 augustus 2019 [nummer 5] à € 60.500, derde termijn meerwerk, d.d. 2 juni 2020 [nummer 6] à € 20.449,63, vierde termijn meerwerk, 2 juni 2020 [nummer 10] € 104.148,27, bouwplaatskosten, d.d. 17 september 2020 [nummer 11] € 66.574,87, divers meerwerk september, d.d. 30 september 2020 4.5. [gefailleerde] hanteert in haar facturen een betalingstermijn van 14 dagen. In de overeenkomsten met Graaf Floris c.s. is echter een betalingstermijn overeengekomen van 30 dagen, zowel ten aanzien van de reguliere termijnen als het meerwerk. Graaf Floris c.s. beroept zich op deze betalingstermijn. 4.6. Gesteld noch gebleken is dat partijen een van de overeenkomsten afwijkende afspraak hebben gemaakt ten aanzien van de betalingstermijn. Dit betekent dat de facturen die niet in het overzicht van 30 september 2020 vermeld stonden en dateren van na 15 september 2020, te weten [nummer 7] , [nummer 8] , [nummer 9] , [nummer 10] en [nummer 11] , nog niet opeisbaar waren op 30 september 2020. Voor zover Graaf Floris c.s. deze facturen verschuldigd is, geldt dat zij met de betaling daarvan nog niet in verzuim was, omdat de betaaltermijn van 30 dagen nog niet was verstreken. Deze facturen kunnen dan ook geen rechtvaardiging zijn geweest voor de opschorting van het werk. 4.7. Resteren de zes facturen zoals die ook staan vermeld in het overzicht van 30 september 2020. Ten aanzien van de drie meerwerkfacturen beroept Graaf Floris c.s. zich op artikel 4 van de aannemingsovereenkomst. Zij stelt dat het uitgangspunt is dat meerwerk bij oplevering wordt verrekend; slechts bij wijze van uitzondering kan het meerwerk boven € 25.000 al eerder in rekening worden gebracht (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.