RECHTBANK AMSTERDAM Strafrecht Parketnummer : 96-286770-22 Raadkamernummer : 22-025329 Beschikking van de enkelvoudige raadkamer op het beklag op grond van artikel 164, achtste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW1994) van: [de klager], geboren op [geboortedag] 1992 te [geboorteplaats], wonende op het adres [adres], [plaats], hierna te noemen: de klager. Procedure Het klaagschrift is op 8 november 2022 ter griffie van deze rechtbank ontvangen. De rechtbank heeft op 1 december 2022 de klager en de officier van justitie in openbare raadkamer gehoord. De inhoud van het klaagschrift Het beklag strekt tot teruggave van het rijbewijs van de klager dat is ingevorderd en dat de officier van justitie onder zich houdt. Klager heeft er spijt van dat hij op 4 november 2022 veel te hard met de auto heeft gereden en hij beseft dat aan dit rijgedrag consequenties zijn verbonden. Voor het uitvoeren van zijn werkzaamheden als Register Taxateur is het van belang dat klager kan beschikken over zijn rijbewijs. Het is voor hem lastig om zijn werkzaamheden te verrichten als hij zich moet verplaatsen met het openbaar vervoer, omdat hij daarvoor op verschillende locaties binnen Nederland moet zijn. Het standpunt van het Openbaar Ministerie De officier van justitie heeft verklaard zich niet te verzetten tegen teruggave van het rijbewijs met ingang van 19 december
- Beoordeling Tegen de klager is proces-verbaal opgemaakt ter zake van verdenking van overtreding van artikel 62 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990, gepleegd op de rijbaan van de A9, ter hoogte van hectometerpaal 7.0, Amsterdam op 4 november
- Het proces-verbaal houdt in dat de klager de maximumsnelheid, na wettelijke correctie, met 68 kilometer per uur heeft overschreden. Op 4 november 2022 is op grond van het bovenstaande het rijbewijs van de klager ingevorderd. De officier van justitie heeft vervolgens binnen tien dagen beslist het rijbewijs onder zich te houden voor een periode van 5 maanden; tot uiterlijk 3 april
- Uit het uittreksel Justitiële Documentatie betreffende klager van 14 november 2022 blijkt dat hij op 15 februari 2021 een strafbeschikking heeft gehad voor een snelheidsovertreding, gepleegd op 1 januari 2021 te Hilversum, te weten een geldboete van EUR
- Deze beslissing is onherroepelijk. Het is nog onbekend wanneer de OM-hoorzitting tegen klager zal plaatsvinden. De rechtbank acht de inhouding van het rijbewijs op grond van artikel 164 lid 4 WVW 1994 rechtmatig, nu het vermoeden bestaat dat klager de maximumsnelheid met 50 kilometer per uur of meer heeft overschreden en niet is gebleken dat de officier van justitie niet in redelijkheid van deze bevoegdheid gebruik heeft gemaakt. Gelet op de ernst van het feit waarvan klager wordt verdacht, zijn strafblad en ondanks zijn persoonlijke omstandigheden, moet ernstig rekening worden gehouden met de mogelijkheid dat in geval van een OM-hoorzitting een ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen zal worden opgelegd. Het betreft immers een verdenking van een forse snelheidsovertreding en klager was, gelet op de strafbeschikking uit 2021, een gewaarschuwd mens. De rechtbank overweegt verder dat echter niet kan worden uitgesloten dat de officier van justitie te zijner tijd ruimte ziet een inhouding van het rijbewijs voor een kortere duur te compenseren met een (hogere) geldboete, zodat klager zijn rijbewijs terug dient te krijgen met ingang van 5 december
- Het beklag zal gegrond verklaard worden, voor zover het rijbewijs van klager wordt ingehouden na 5 december
- Beslissing De rechtbank verklaart het beklag gegrond, voor zover de inhouding van het rijbewijs van klager voortduurt tot na 5 december
- De rechtbank gelast de teruggave van het rijbewijs aan klager, met ingang van 5 december
- Deze beslissing is gegeven door Mr. K. Duker, rechter, in tegenwoordigheid van E.J.M. Veerman, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 1 december
- Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor het Openbaar Ministerie beroep in cassatie bij de Hoge Raad open, in te stellen bij de griffie van deze rechtbank, binnen veertien
(14)dagen na de dagtekening van deze beslissing.