RECHTBANK AMSTERDAM Familie- en Jeugdrecht Zaaknummer: C/13/724932 / JE RK 22-751 Datum uitspraak: 2 december 2022 Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling in de zaak van Jeugdbescherming Regio Amsterdam, gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen: JBRA, betreffende [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2006 te [geboorteplaats 1] , hierna te noemen: [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2008 te [geboorteplaats 2] , hierna te noemen: [minderjarige 2] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [naam moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende te Amstelveen, advocaat: mr. M.C. Rosier, te Amsterdam, [naam vader] , hierna te noemen: de vader, wonende te Almere. Het procesverloop Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoek met bijlagen van JBRA van 4 november 2022; Op 2 december 2022 heeft de kinderrechter de zaak tijdens de mondelinge behandeling met gesloten deuren behandeld. Verschenen zijn: de moeder, bijgestaan door haar advocaat, mr. M.C. Rosier, en de heer [naam] namens JBRA. De vader heeft zich voor de zitting afgemeld. De feiten Het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] wordt uitgevoerd door de ouders. Bij beschikking van 27 december 2021 is de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verlengd tot 30 december 2022. [minderjarige 1] woont bij de vader en [minderjarige 2] woont bij de moeder. Het verzoek JBRA heeft verzocht de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te verlengen met zes maanden en heeft daartoe het volgende aangevoerd. De doelen van de ondertoezichtstelling zijn niet behaald. De voornaamste doelen waren het inzetten van hulp voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] om de scheiding van hun ouders te verwerken en het bieden van ondersteuning bij het verbeteren en versterken van de onderlinge contacten in dit gezin. Om zicht te krijgen op [minderjarige 2] diende een gesprek plaats te vinden waarbij de toenmalige gezinsmanager ingezet heeft op het organiseren van een gesprek met [minderjarige 2] . Dit gesprek heeft plaatsgevonden op 24 februari 2022. Binnen dit gesprek is naar voren gekomen dat [minderjarige 2] liever geen gesprekken met Jeugdzorg heeft, omdat het volgens [minderjarige 2] goed met haar gaat. Daarnaast heeft zij al hulpverleningstrajecten doorlopen en afgesloten (kinderpsycholoog en Qpido). In een gesprek met de vader is gebleken dat [minderjarige 2] sinds kerst 2021 geen omgang meer met de vader heeft en bijna geen contact meer heeft met haar broer [minderjarige 1] . [minderjarige 1] heeft al een tijd geen contact met de moeder. De moeder heeft bij JBRA aangegeven bereid te zijn een stap terug te doen in het contact met [minderjarige 1] met de boodschap dat hij altijd welkom is en de hoop heeft dat hij naar eigen wens weer in contact zou treden. Het hulpverleningstraject dat hierna door JBRA is ingezet, is – hoewel de ouders, [minderjarige 1] en [minderjarige 2] gemotiveerd waren om mee te werken – niet van de grond gekomen. De vaste gezinsmanager is in april 2022 uitgevallen, waarna vanuit JBRA geen actie meer is ondernomen in dit gezin. Van school heeft JBRA begrepen dat het op school goed gaat met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . JBRA heeft naar voren gebracht dat JBRA onvoldoende in staat is om een gedegen evaluatie te bieden over het verloop binnen de opvoedsituaties in het afgelopen jaar. JBRA is zich er van bewust dat sinds het uitvallen van de gezinsmanager onvoldoende regie is gevoerd. Door de problemen in de Jeugdzorg heeft JBRA haar taak in dit gezin onvoldoende kunnen uitvoeren. JBRA constateert dat geen escalaties zijn geweest, maar ziet tegelijk dat de afstand tussen de gezinsleden groter is geworden, aangezien [minderjarige 2] nu ook geen contact meer heeft met vader en [minderjarige 1] . Het lukt de ouders zonder hulp onvoldoende om deze ontwikkelingsbedreiging voor hun kinderen weg te nemen. De komende periode wil JBRA gebruiken om ervoor te zorgen dat het gezin een zorgtraject aangaat gericht op contactherstel. Daarnaast wil JBRA zicht krijgen op de vraag of in de ondersteuningsbehoefte van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] wordt voorzien. De standpunten van de ouders De vader heeft per mailbericht van 24 november jl. onder meer laten weten dat hij al een tijd geen contact meer heeft met [minderjarige 2] en dat hij dit contact graag weer wil herstellen. Daarnaast blijkt uit dit mailbericht dat [minderjarige 1] inmiddels niet meer openstaat voor hulpverlening omdat hij het gevoel heeft dat JBRA hen heeft laten zitten. Ondanks het feit dat JBRA hun regiefunctie onvoldoende heeft uitgeoefend, is de vader niet tegen een verlenging van de ondertoezichtstelling. De (gemachtigde van
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.