← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2022:7666

RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/254857-22 RK nummer: 22/4561 Datum uitspraak: 15 december 2022 UITSPRAAK op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 11 oktober 2022 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 13 september 2022 door la Audiencia Provincial de Bizkaia, Sección Primera (Spanje) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1987, van Algerijnse nationaliteit, alias [alias opgeëiste persoon] geboren op [geboortedag] 1994, van Palestijnse nationaliteit, zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, uit anderen hoofde gedetineerd in [detentieplaats] , hierna te noemen de opgeëiste persoon. 1Procesgang De vordering is behandeld op de openbare zitting van 1 december

  1. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. M. Diependaal. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman, mr. J. Zaim, advocaat te Utrecht, en door een tolk in de Arabische taal. Op grond van artikel 22, derde lid, OLW heeft de rechtbank de termijn waarbinnen zij op grond van het eerste lid van dit artikel uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen. 2Identiteit van de opgeëiste persoon De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat hij is [alias opgeëiste persoon] , geboren op [geboortedag] 1994, van Palestijnse nationaliteit. De raadsman heeft aangevoerd dat de opgeëiste persoon, gelet op zijn standpunt over zijn identiteit, dus niet de persoon is die in het EAB wordt bedoeld. De overlevering moet daarom worden geweigerd. De rechtbank is met de officier van justitie van oordeel dat dit verweer niet kan slagen. In het dossier bevinden zich – naast een Nederlandse politiestaat met foto onder de naam van [alias opgeëiste persoon] - drie foto’s, genomen door de Spaanse politie van de persoon die zij zoeken. De persoon die voor de rechtbank is verschenen, heeft zichzelf, nadat de rechtbank hem die foto’s toonde, herkend op één van deze drie foto’s. Daarmee heeft hij zichzelf dus herkend als [opgeëiste persoon] , de door de Spaanse politie gezochte persoon. Uit de stukken blijkt verder dat er via biometrie een match is gevonden tussen de persoon in de zittingszaal en de door de Spaanse autoriteiten gezochte persoon. Nadat de persoon in de zittingszaal zijn vingerafdrukken heeft afgestaan ten behoeve van een asielprocedure in Nederland leverde dat een match op met de vingerafdrukken van de gezochte persoon in de signalering. Bij de rechtbank bestaat daarom geen twijfel dat de persoon in de zittingszaal de persoon is die in het EAB wordt bedoeld en dus de door Spanje gezochte persoon [opgeëiste persoon] is. 3Grondslag en inhoud van het EAB In het EAB wordt melding gemaakt van “een rechterlijk besluit om een aanhouding en uitlevering bevel uit te geven. RPO 2/21 – 1ste Sectie Provinciaal Audientie van Bizkaia”. In de aanvullende informatie van 11 november 2022 staat dat dit rechterlijk besluit op 13 september 2022 is uitgevaardigd. De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar Spaans recht strafbaar feit. Dit feit is omschreven in onderdeel e) van het EAB. 4Strafbaarheid; feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW Onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van het feit waarvoor de overlevering wordt verzocht, moet achterwege blijven, nu de uitvaardigende justitiële autoriteit het strafbare feit heeft aangeduid als een feit vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. Het feit valt op deze lijst onder nummer 27, te weten: verkrachting. Uit het EAB volgt dat op dit feit naar het recht van Spanje een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld. 5Slotsom Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW, er ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan en er geen sprake is van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven, dient de overlevering te worden toegestaan. 6Toepasselijke wetsartikelen De artikelen 2, 5 en 7 OLW. 7Beslissing STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] alias [alias opgeëiste persoon] aan la Audiencia Provincial de Bizkaia, Sección Primera (Spanje) voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB. Aldus gedaan door mr. A.J. Scheijde, voorzitter, mrs. A.J.R.M. Vermolen en J.A.A.G. de Vries, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.W. van der Hoek, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 15 december
  2. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.