← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2022:7698

RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/751179-20 RK nummer: 20/2568 Datum uitspraak: 6 december 2022 UITSPRAAK op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 18 mei 2020 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 13 december 2019 door the Regional Court in Piotrków Trybunalski (Polen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] , geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1979, adres: [adres] , hierna te noemen de opgeëiste persoon. 1Procesgang De vordering is behandeld op de openbare zitting van 6 december

  1. Het onderzoek heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. N.R. Bakkenes. De opgeëiste persoon is niet verschenen. Zijn raadsman, mr. R. El Bellaj, advocaat te Tilburg, is ook niet verschenen. De rechtbank stelt vast dat in deze zaak de termijn van 90 dagen waarbinnen de rechtbank ex artikel 22 OLW op het overleveringsverzoek moet beslissen, reeds is verstreken. Dat betekent dat de rechtbank de beslistermijn niet meer kan verlengen en dat als gevolg daarvan geen grondslag meer bestaat voor gevangenhouding. 2Identiteit van de opgeëiste persoon De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Poolse nationaliteit heeft. 3Ontvankelijkheid van de officier van justitie Uit een e-mail van het Openbaar Ministerie, afdeling Internationaal Rechtshulp Centrum (IRC), van 5 december 2022 blijkt dat het voorliggende EAB door de uitvaardigende justitiële autoriteit is ingetrokken. Op de zitting van 6 december 2022 heeft de officier van justitie aangevuld dat de opgeëiste persoon in 2020 is gearresteerd in Polen en dat de beslissing tot het intrekken van het EAB is genomen op 27 augustus
  2. Gelet op het bovenstaande verklaart de rechtbank de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB. 4Beslissing VERKLAART de officier van justitie NIET-ONTVANKELIJK in de vordering van 18 mei 2020 tot het in behandeling nemen van het EAB. STELT VAST dat de geschorste overleveringsdetentie is geëindigd. Aldus gedaan door mr. J.A.A.G. de Vries, voorzitter, mrs. G.M. Beunk en D. Hein, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.J.F. Ceelie, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 6 december
  3. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.