← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2022:8097

RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/751157-22 RK nummer: 22/2530 Datum uitspraak: 20 juli 2022 UITSPRAAK op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 13 mei 2022 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 2 november 2021 door het Amtsgericht Hof (Duitsland) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1998, ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres: [adres], [plaats] nu gedetineerd in de [detentieadres], hierna te noemen de opgeëiste persoon. 1Procesgang De vordering is behandeld op de openbare zitting van 6 juli 2022. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. M. Diependaal. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. T.E. Korff, advocaat te Amsterdam. Op grond van artikel 22, derde lid, OLW heeft de rechtbank de termijn waarbinnen zij op grond van het eerste lid van dit artikel uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen. 2Identiteit van de opgeëiste persoon De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij uitsluitend de Turkse nationaliteit heeft. 3Grondslag en inhoud van het EAB In het EAB wordt melding gemaakt van een op 25 oktober 2021 door het Amtsgericht Hof uitgevaardigd arrestatiebevel met dossiernummer 1a Gs 2839/21. De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar Duits recht strafbaar feit. Dit feit is omschreven in onderdeel

  1. e)van het EAB. 4Strafbaarheid Feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW Onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van het feit waarvoor de overlevering wordt verzocht, moet achterwege blijven, nu de uitvaardigende justitiële autoriteit het strafbare feit heeft aangeduid als feit vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. Het feit valt op deze lijst onder nummer 18, te weten: georganiseerde of gewapende diefstal. Uit het EAB volgt dat op dit feit naar het recht van Duitsland een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld. 5Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 13 OLW De raadsvrouw stelt zich op het standpunt dat de overlevering dient te worden geweigerd omdat de weigeringsgrond van artikel 13 OLW van toepassing. Zij voert aan dat de opgeëiste persoon kort voor de plofkraak een auto heeft gehuurd, met die auto vanuit Nederland naar Duitsland is gereden, die auto vervolgens als vluchtauto heeft gebruikt voor de plofkraak in Duitsland en daarna weer met die auto naar Nederland is gereden. De officier van justitie verzoekt de rechtbank af te zien van de weigeringsgrond van artikel 13 OLW. De rechtbank is van oordeel dat zich onvoldoende aanknopingspunten in het dossier bevinden waaruit volgt dat het feit deels in Nederland is gepleegd. De in het EAB vermelde plofkraak is immers in Duitsland gepleegd en in het EAB staat uitsluitend Selb (Duitsland) als pleegplaats van het misdrijf vermeld. Verder werd de betrokken huurauto met een Duits kenteken (mede) door de opgeëiste persoon in Duitsland gehuurd. De enkele omstandigheid dat de auto op enig moment ook in Nederland is geweest, maakt niet dat het feit geacht moet worden gedeeltelijk in Nederland te zijn gepleegd. De weigeringsgrond van artikel 13 OLW is dan ook niet van toepassing. 6Slotsom Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW, er ook verder geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan en geen sprake is van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven, dient de overlevering te worden toegestaan. 7Toepasselijke wetsartikelen De artikelen 2, 5 en 7 OLW. 8Beslissing STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan het Amtsgericht Hof (Duitsland) voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel
  2. e)van het EAB. Aldus gedaan door mr. M.E.M. James-Pater, voorzitter, mrs. R. Godthelp en W.B. van Bockel, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.L. van Loon, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 20 juli 2022. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.