← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2022:812

RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/752290-21 (EAB I) RK nummer: 21/6476 Datum uitspraak: 26 januari 2022 UITSPRAAK op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 30 november 2021 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 18 maart 2013 door Sąd Okręgowy w Zamościu II Wydział Karny (Polen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon], geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1980, ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres: [adres], [plaats], hierna te noemen de opgeëiste persoon. 1Procesgang De vordering is behandeld op de openbare zitting van 12 januari 2022. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. N.R. Bakkenes. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman, mr. M.P.M. Balemans, advocaat te Amsterdam, en door een tolk in de Poolse taal. Op grond van artikel 22, derde lid, OLW heeft de rechtbank de termijn waarbinnen zij op grond van het eerste lid van dit artikel uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen. 2Identiteit van de opgeëiste persoon De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft. 3Grondslag en inhoud van het EAB In het EAB wordt melding gemaakt van een legally valid sentence of Regional Court in Hrubieszów of 21 March 2012, which became legally valid on 28 June 2012 (II K 138/12). De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van één jaar, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis. Dit vonnis betreft het feit zoals dat is omschreven in onderdeel

  1. e)van het EAB. 4Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW In de aanvullende informatie van 21 december 2021 van de uitvaardigende justitiële autoriteit is – voor zover hier relevant – het volgende te lezen: The judgement of Sąd Rejonowy [District Court] in Hrubieszów of 21 March 2012 made in case Court File Ref. No II K 138/12 was appealed by [opgeëiste persoon]. The convict lodged an appeal against this judgment on 18 April 2012. In the ruling on the appeal lodged by [opgeëiste persoon], Sąd Okręgowy [District Court] in Zamość issued the verdict of 28 June 2012 in case Court File Ref. No II Ka 437/12 in which it upheld the appealed judgement as to the guilt and the penalty. The verdict was announced in the absence of [opgeëiste persoon] because in spite of the fact that the convict had been notified of the date of the appeal hearing which took place on 28 June 2012, he failed appear at the hearing and did not justify his absence. [opgeëiste persoon] was notified of the date of the appeal hearing in person (orally by the judge). Gelet op voorgaande informatie, concludeert de rechtbank dat de opgeëiste persoon weliswaar tijdig en officieel in kennis is gesteld van de datum en de plaats van het proces, maar dat niet kan worden vastgesteld dat de opgeëiste persoon ook ervan in kennis is gesteld dat een beslissing kan worden genomen wanneer hij niet op het proces verschijnt. De rechtbank is van oordeel dat zich dus geen omstandigheid als bedoeld in artikel 12, sub a, OLW heeft voorgedaan. Tevens heeft zich geen van de in artikel 12, sub b tot en met d, OLW genoemde omstandigheden voorgedaan. Gelet daarop kan de overlevering op grond van artikel 12 OLW worden geweigerd. De rechtbank ziet echter aanleiding om af te zien van haar bevoegdheid om de overlevering te weigeren. Zij vindt daarbij het volgende van belang. Uit het dossier volgt dat de opgeëiste persoon aanwezig was bij het proces in eerste aanleg. Vervolgens heeft de opgeëiste persoon zelf hoger beroep ingesteld en is hij door de rechter gewezen op de datum van het proces in hoger beroep. Naar het oordeel van de rechtbank maken deze omstandigheden dat het toestaan van de overlevering geen schending van de verdedigingsrechten van de opgeëiste persoon oplevert. De opgeëiste persoon was op de hoogte van (de datum van) het proces en heeft kennelijk uit eigen beweging (stilzwijgend) afstand gedaan van zijn recht om in persoon te verschijnen bij dat proces. 5Strafbaarheid; feit waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft het feit niet aangeduid als een feit waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de kaderbesluitconform uitgelegde eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW juncto artikel 7, eerste lid, onder a 2°, OLW zijn neergelegd. De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan. Het feit levert naar Nederlands recht op: overtreding van artikel 8, tweede lid, onderdeel b van de Wegenverkeerswet 1994; overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994. 6Slotsom Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW, er ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan en er geen sprake is van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven, dient de overlevering te worden toegestaan. 7Toepasselijke wetsbepalingen De artikelen 8, 9 en 176 Wegenverkeerswet 1994 en 2, 5, 7 en 12 OLW. 8Beslissing STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan Sąd Okręgowy w Zamościu II Wydział Karny (Polen) voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel
  2. e)van het EAB. Aldus gedaan door mr. P. van Kesteren, voorzitter, mrs. M. van Mourik en E.G.M.M. van Gessel, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.W. van der Hoek, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 26 januari 2022. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.