← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2022:8120

RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/148507-22 RK nummer: 22/3368 Datum uitspraak: 20 september 2022 UITSPRAAK op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 1 juli 2022 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 27 mei 2022 door het Amtsgericht Münster (Duitsland) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] geboren te [geboorteplaats] (Syrië) op [geboortedag] 1977, zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande, gedetineerd in [detentieplaats] , hierna te noemen de opgeëiste persoon. 1Procesgang De vordering is behandeld op de openbare zitting van 6 september

  1. Het onderzoek heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. K. van der Schaft en de gemachtigde raadsman van de opgeëiste persoon, mr. L.J. Woltring, advocaat te Haarlem. De opgeëiste persoon heeft bij zijn verklaring van 29 augustus 2022 afstand gedaan van zijn aanwezigheidsrecht en was derhalve niet op de zitting aanwezig. Op grond van artikel 22, derde lid, OLW heeft de rechtbank de termijn waarbinnen zij op grond van het eerste lid van dit artikel uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen. 2Identiteit van de opgeëiste persoon De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Syrische nationaliteit heeft. 3Referte De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat er geen weigeringsgronden aan de overlevering van de opgeëiste persoon in de weg staan. 4Grondslag en inhoud van het EAB In het EAB wordt melding gemaakt van een aanhoudingsbevel van het Amtsgericht Münster (Duitsland) van 26 mei 2022, met referentie 200 Gs 103/
  2. De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar Duits recht strafbaar feit. Dit feit is omschreven in onderdeel e) van het EAB. 5Strafbaarheid Feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW Onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van het feit waarvoor de overlevering wordt verzocht, moet achterwege blijven, nu de uitvaardigende justitiële autoriteit het strafbare feit heeft aangeduid als een feit vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. Het feit valt op deze lijst onder nummer 14, te weten: moord en doodslag, zware mishandeling Uit het EAB volgt dat op dit feit naar het recht van Duitsland een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld. 6Slotsom Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW, er ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan en er geen sprake is van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven, dient de overlevering te worden toegestaan. 7Toepasselijke wetsartikelen De artikelen 2, 5 en 7 OLW. 8Beslissing STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan het Amtsgericht Münster (Duitsland) voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB. Aldus gedaan door mr. J.G. Vegter, voorzitter, mrs. J.A.A.G. de Vries en D.P. Hein, rechters, in tegenwoordigheid van H.L. van Loon, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 20 september
  3. Mr. D.P. Hein is buiten staat deze uitspraak mede te ondertekenen. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.