vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel zaaknummer / rolnummer: C/13/725649 / KG ZA 22-976 MDvH/EB Vonnis in kort geding van 22 december 2022 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid DE LELIE VASTGOED B.V., gevestigd te Bussum, eiseres bij dagvaarding op verkorte termijn van 21 november 2022, advocaat mr. F.G. Horsting te Amsterdam, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid HOMIJ TECHNISCHE INSTALLATIES B.V., gevestigd te Rijssen, gedaagde, advocaat mr. S.J.H. Rutten te Rotterdam. Partijen zullen hierna De Lelie en HOMIJ worden genoemd. 1De procedure Op de zitting van 24 november 2022 heeft De Lelie de vordering zoals omschreven in de dagvaarding toegelicht. HOMIJ heeft verweer gevoerd. Beide partijen hebben producties en een pleitnota ingediend. Ter zitting waren aan de zijde van De Lelie aanwezig: [naam 1] (CFO), [naam 2] (commissaris) en mr. Horsting. Aan de zijde van HOMIJ waren aanwezig: [naam 3] (projectmanager), [naam 4] en [naam 5] (titulair directeuren), mr. [naam 6] (bedrijfsjurist), mr. [naam 7] (juridisch medewerker) en mr. Rutten. Na de zitting is de zaak pro forma aangehouden om partijen in de gelegenheid te stellen een regeling te treffen. Op 14 december 2022 heeft De Lelie verzocht vonnis te wijzen. Uiteindelijk is vonnis bepaald op vandaag. 2De feiten 2.1. In opdracht van De Lelie wordt in Utrecht de Galaxy Tower gebouwd, een hotel-/woontoren op het Jaarbeursplein. De bouwkundig aannemer is Ballast Nedam Bouw & Ontwikkeling Speciale Projecten B.V. (hierna: Ballast Nedam). HOMIJ realiseert als installatietechnisch nevenaannemer de elektrotechnische en werktuigbouwkundige installaties. De aannemingsovereenkomst daartoe is gesloten op 13 april 2018. De overeengekomen bouwtijd bedraagt 34 kalendermaanden en twee werkweken voor de afwikkeling van restpunten. De aanneemsom bedraagt € 21.550.000,00 exclusief btw. Onderdeel van de aanneemsom is een bedrag van € 754.000,00 voor het risico van stijgende kosten gedurende de overeengekomen bouwtijd. 2.2. Omdat op het moment van de aanbesteding de bestekken onvoldoende waren uitgekristalliseerd, heeft De Lelie tijdens de bouw nog veel bestekwijzigingen opgedragen. Voor HOMIJ was met dat meerwerk een extra vergoeding van in totaal circa € 10,4 miljoen gemoeid, bovenop de aanneemsom. 2.3. Op de overeenkomst zijn de Uniforme Administratieve Voorwaarden voor de Uitvoering van Werken en van Technische Installatiewerken 2012 (UAV 2012) van toepassing. 2.4. De uiteindelijke afnemers van de Galaxy Tower zijn Amrâth Hotel Jaarbeurs Utrecht B.V. en Stichting Pensioenfonds Rail & Openbaar Vervoer (hierna samen: de Beleggers). In de Meerpartijenovereenkomst waaraan De Lelie, de Beleggers, Ballast Nedam en HOMIJ gebonden zijn, heeft HOMIJ een afbouwgarantie verstrekt onder een aantal cumulatieve opschortende voorwaarden, waaronder – kort gezegd – dat Amrath en het Pensioenfonds de stand van het werk hebben kunnen beoordelen en schriftelijk akkoord hebben bevonden en dat zij schriftelijk te kennen hebben gegeven het project te willen laten voltooien door HOMIJ. 2.5. Met de bouw is een begin gemaakt in grofweg de eerste helft van 2018. Partijen verschillen van mening over de vraag wanneer HOMIJ precies is begonnen met haar werkzaamheden. De Lelie neemt als startpunt juli 2018, toen (ook) Ballast Nedam met haar werkzaamheden begon. HOMIJ stelt dat zij al in maart 2018 is begonnen omdat zij, anders dan Ballast Nedam, de werktekeningen zelf moest maken. 2.6. De werkzaamheden van Ballast Nedam zijn ernstig vertraagd, onder meer doordat het werk in de zomer van 2019 moest worden onderbroken vanwege de aanleg van nutsvoorzieningen. Op basis van de huidige verwachtingen zal de Galaxy Tower in oktober 2023 worden opgeleverd. Dat betekent een uitloop van ongeveer 2,5 jaar. Ballast Nedam maakt aanspraak op vergoeding van tientallen miljoenen euro’s aan vertragingsschade en heeft voor die claim op De Lelie conservatoir beslag gelegd onder de Beleggers. De Lelie stelt zich op het standpunt dat de vertraging in overwegende mate toerekenbaar is aan Ballast Nedam. Zij zijn daarover verwikkeld in een bodemprocedure bij deze rechtbank. 2.7. Ook HOMIJ ondervindt vertraging in de uitvoering van haar werkzaamheden, in ieder geval (mede) door de vertraging in de werkzaamheden van Ballast Nedam, omdat haar werkzaamheden die van Ballast Nedam volgen. De Lelie heeft zich bereid verklaard om de kosten van de vertraging van HOMIJ te vergoeden, voor zover die haar kunnen worden toegerekend. Zij heeft HOMIJ verzocht haar vordering deugdelijk te onderbouwen. 2.8. HOMIJ heeft haar vordering herhaaldelijk onderbouwd. Eerst heeft zij dat gedaan op basis van een prognose met aannames voor de toekomst tot de verwachte opleverdatum. Omdat Ballast Nedam zich niet kon vinden in die onderbouwing, heeft HOMIJ op 21 februari 2022 een opstelling ingediend van de vertragingskosten die zij had gemaakt tot 21 december 2021, het moment waarop het hoogste punt van de bouw van Galaxy Tower werd bereikt. Die kostenopstelling sloot op € 4.349.510,54. De Lelie kon zich echter ook niet vinden in deze berekening. 2.9. In de periode van het overleg heeft HOMIJ meerdere keren om zekerheid voor haar vertragingsschade gevraagd met een beroep op §43a, lid 8 UAV 2012, en gedreigd haar werkzaamheden op te schorten als De Lelie niet de vergoeding betaalde waarvan HOMIJ meende dat die haar toekwam. 2.10. Om HOMIJ aan het werk te houden en haar goede wil te tonen, heeft De Lelie een voorschot op de nog vast te stellen vergoeding betaald van in totaal € 2 miljoen, een eerste bedrag van € 500.000,00 op 14 september 2021 en de overige € 1,5 miljoen in drie tranches van elk € 500.000,00, op 29 april, 13 mei en 4 oktober 2022. 2.11. Tijdens een overleg van 5 oktober 2022 heeft HOMIJ een voorstel gedaan voor finale afwikkeling van haar vertragingsschade. Zij heeft voorgesteld dat De Lelie haar € 7,5 miljoen zou betalen. HOMIJ is tot dat bedrag gekomen door haar aanspraak voor de periode tot 21 december 2021 terug te brengen naar € 2,5 miljoen en dat te extrapoleren over de resterende verwachte uitloop (x 3). HOMIJ heeft aangekondigd haar werkzaamheden te zullen schorsen als De Lelie het aanbod niet uiterlijk 17 oktober 2022 zou accepteren. Dat aanbod is schriftelijk uitgewerkt in een brief van HOMIJ van 7 oktober 2022. 2.12. Bij brief van 17 oktober 2022 heeft De Lelie het voorstel afgewezen. Bij wijze van tegenvoorstel heeft De Lelie aangeboden om alle (ook toekomstige) vorderingen van HOMIJ die hun grond vinden in een uitloop van de bouwtijd tot 23 augustus 2023 tegen finale kwijting af te doen voor in totaal € 2,5 miljoen. 2.13. Bij brief van 8 november 2022 heeft HOMIJ het tegenvoorstel afgewezen. Zij heeft aangekondigd het werk te schorsen als De Lelie niet uiterlijk op 17 november 2022 aanvullende zekerheid zou stellen voor € 7,5 miljoen. 2.14. Verder overleg heeft niets opgeleverd en op 21 november 2022 heeft HOMIJ de uitvoering van het werk geschorst. 3Het geschil 3.1. De Lelie vordert, kort gezegd, HOMIJ te gebieden haar werkzaamheden onmiddellijk te hervatten, op straffe van verbeurte van een dwangsom en met veroordeling van HOMIJ in de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met rente. 3.2. Aan haar vordering legt De Lelie ten grondslag, samengevat weergegeven, dat HOMIJ niet gerechtigd is haar werkzaamheden op te schorten. Zij stelt bij te zijn met alle opeisbare vorderingen van HOMIJ, en daarnaast nog een voorschot van € 2 miljoen te hebben betaald voor een summierlijk onderbouwde vordering van HOMIJ, die HOMIJ in haar brief van 7 oktober 2022 nota bene zelf heeft beperkt tot € 2,5 miljoen. Voor de uitloop na 21 december 2021 heeft HOMIJ helemaal geen vordering van haar onderbouwing aangeleverd, aldus De Lelie. Zij stelt dat HOMIJ geen enkele reden heeft om te betwijfelen dat zij het HOMIJ toekomende bedrag (tijdig) zal betalen, en dat HOMIJ dan ook geen aanspraak heeft op aanvullende zekerheid. 3.3. HOMIJ voert verweer, dat er kort gezegd op neerkomt dat zij gegronde vrees heeft dat De Lelie haar niet zal betalen waar zij recht op heeft en ook geen verhaal zal bieden. HOMIJ is geen bank of verzekeringsmaatschappij, maar een installatiebedrijf. Van haar kan niet worden verlangd dat zij almaar verdere kosten maakt ten behoeve van een ander, zonder de zekerheid dat die vergoed zullen worden. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling 4.1. HOMIJ heeft haar werk neergelegd omdat De Lelie niet voldeed aan haar verzoek om voor € 7,5 miljoen zekerheid te stellen. Ter beoordeling staat dus of HOMIJ het recht heeft om van De Lelie die zekerheid te verlangen. 4.2. HOMIJ baseert de opschorting van haar werkzaamheden op § 43a lid 8 van de UAV 2012. Die bepaling luidt als volgt: “Indien de opdrachtgever hetgeen de aannemer volgens de overeenkomst toekomt, niet of niet tijdig betaalt, of de aannemer gegronde redenen heeft om aan te nemen dat de opdrachtgever het de aannemer toekomende niet of niet tijdig zal betalen, is de aannemer gerechtigd om van de opdrachtgever genoegzame zekerheid te verlangen. Indien de opdrachtgever in gebreke blijft met het stellen van de door de aannemer verlangde genoegzame zekerheid, is de aannemer bevoegd, hetzij de uitvoering van het werk te schorsen, hetzij het werk in onvoltooide staat te beëindigen. (…)”. 4.3. De Lelie heeft niet ter discussie gesteld dat § 43a lid 8 van de UAV 2012 in beginsel aan een aannemer als HOMIJ het recht geeft de werkzaamheden te schorsen. Centraal in dit kort geding staat de vraag of de omstandigheden rechtvaardigen dat HOMIJ zekerheid verlangt. Het debat heeft zich toegespitst op (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.