beslissing RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling Publiekrecht Teams Strafrecht VI-zaaknummer : 99/001271-21 Parketnummer : 13/033320-20 Beslissing op de vordering van het Openbaar Ministerie ex de artikelen 6:2:13 jo. 6:6:21 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) (oud) tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling (hierna: v.i.) van [veroordeelde] (hierna: de veroordeelde), geboren op [geboortedag] 1998 in [geboorteplaats] , ingeschreven in de Basisregistratie Persoonsgegevens op het adres [BRP-adres] . 1Het onderzoek ter terechtzitting De beslissing is genomen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 29 december 2022. De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken: de vordering van de officier van justitie van 7 december 2022; het v.i.-advies van 27 januari 2022; de reclasseringsadviezen van 9 februari 2022; het besluit v.i. van 22 maart 2022; het voortgangsverslag van de reclassering van 28 september 2022; de officiële waarschuwing van het openbaar ministerie van 8 november 2022; het wijzigingsbesluit van het openbaar ministerie van 8 november 2022; het reclasseringsadvies voortijdige beëindiging toezicht van 29 november 2022; de brief van de moeder van veroordeelde van 15 december 2022. De rechtbank heeft voorts kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. L. Bertels, en heeft de toezichthouder van veroordeelde, [medewerkster Reclassering Nederland] , reclasseringswerker bij Reclassering Nederland, als getuige-deskundige gehoord. Veroordeelde is niet ter terechtzitting verschenen. De raadsman van veroordeelde, mr. J.S.W. Boorsma, was ter terechtzitting aanwezig, maar niet uitdrukkelijk gemachtigd om namens veroordeelde het woord te voeren. 2Procesgang Bij onherroepelijk geworden vonnis van de meervoudige strafkamer van deze rechtbank van 29 januari 2021 is aan de veroordeelde – onder meer – een gevangenisstraf opgelegd van 3 (drie) jaren, met aftrek van de tijd die door de veroordeelde in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht. De tenuitvoerlegging van deze straf is met ingang van 13 februari 2021 gestart. Veroordeelde is, gelet op artikel 6:2:10 en 6:2:11 Sv (oud), op 11 april 2022 voorwaardelijk in vrijheid gesteld, onder de algemene voorwaarde dat hij zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit en onder de bijzondere voorwaarden dat hij: zich niet in Diemen bevindt (door het wijzigingsbesluit van het openbaar ministerie is de elektronische monitoring van dit locatieverbod op 8 november 2022 beëindigd); op vooraf vastgestelde tijdstippen aanwezig is op het tijdelijk verblijfadres [verblijfadres] , totdat er een plek beschikbaar is bij Stichting [naam stichting] (door het wijzigingsbesluit van het openbaar ministerie is dit locatiegebod op 8 november 2022 beëindigd); zich meldt bij Reclassering Nederland op het adres [adres] , en zich daar blijft melden zolang en zo vaak de reclassering dat nodig vindt; zich laat behandelen door De Waag/Fivoor of soortgelijke hulpverlener, op tijden en plaatsen zoals door of namens die zorgverlener wordt aangegeven, en zich houdt aan de huisregels en aanwijzingen die hem in het kader van de behandeling worden gegeven; verblijft in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, te weten: Stichting [naam stichting] , althans in een soortgelijke instelling; meewerkt en zich actief inspant voor (een traject gericht
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.