vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht zaaknummer: 9340869 CV EXPL 21-10402 vonnis van: 22 november 2022 fno.: 743 vonnis van de kantonrechter I n z a k e de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Ruba Media Productions B.V gevestigd te Amsterdam eiseres in conventie gedaagde in reconventie nader te noemen: Ruba gemachtigde: [gemachtigde] t e g e n de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid SumSum International B.V gevestigd te Amsterdam gedaagde in conventie eiseres in reconventie nader te noemen: SumSum gemachtigde: mr. M.H.J. van Riessen VERLOOP VAN DE PROCEDURE Op 15 februari 2022 is een vonnis gewezen tussen partijen (hierna: het tussenvonnis). Vervolgens heeft SumSum een akte genomen met een productie. Hier is op gereageerd door Ruba middels een akte. Vervolgens is een datum voor vonnis bepaald. Beoordeling in conventie en in reconventie
- De kantonrechter heeft in het tussenvonnis een aantal beslissingen genomen. Er wordt geen reden gezien om op deze beslissingen terug te komen. Kort gezegd is in het tussenvonnis overwogen dat de vordering in conventie wat betreft de ontbinding van de huurovereenkomst zal worden afgewezen. Wel wordt uitgegaan van een nog te betalen huurachterstand. In reconventie is SumSum in de gelegenheid gesteld haar vordering inzake de door haar in verband met de coronacrisis gevorderde huurkorting nader te onderbouwen. In r.o. 23 en 24 van het tussenvonnis is overwogen hoe een eventuele huurkorting moet worden berekend en hoe deze berekening inzichtelijk en controleerbaar naar voren kan worden gebracht.
- De in dit verband genomen akte van SumSum is zeer summier te noemen en de daarbij gevoegde productie betreft een enkele pagina. Van een inzichtelijke berekening welke gebaseerd is op controleerbare stukken is niet gebleken. De invloed van de coronacrisis op de financiële positie van SumSum kan uit de akte niet worden afgeleid en biedt geen enkele grond om aan te kunnen nemen dat SumSum recht heeft op een huurkorting. De reconventionele vordering wordt daarom als onvoldoende gemotiveerd onderbouwd afgewezen.
- Uit het voorgaande volgt dat bij de bepaling van de in conventie gevorderde huurachterstand geen rekening gehouden hoeft te worden met een huurkorting. Reeds was vastgesteld dat de huurachterstand € 5.614,00 bedraagt. De gevorderde buitengerechtelijke kosten worden gesteld op € 1.089,00 inclusief btw. De wettelijke handelsrente wordt gevorderd met ingang van de datum voor dagvaarding, zijnde 7 juli 2021, en komt inzake de huurachterstand voor toewijzing in aanmerking.
- SumSum wordt als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten en nakosten in conventie en reconventie. De proceskosten van Ruba worden in conventie begroot op € 1.254,09 (€ 507,00 griffiegeld + € 125,09 explootkosten + salaris gemachtigde 2 × € 311,00). In reconventie worden de proceskosten van Ruba begroot op € 311,00 (salaris gemachtigde). BESLISSING De kantonrechter: in conventie Veroordeelt SumSum tot betaling van € 5.614,00, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 7 juli 2021; Veroordeelt Sum Sum tot betaling van de buitengerechtelijke kosten, zijnde € 1.089,00 inclusief btw; Veroordeelt SumSum tot betaling van de proceskosten welke aan de zijde van Ruba worden begroot op € 1.254,09; Wijst af het anders of meer gevorderde; in reconventie Wijst de vorderingen af; Veroordeelt SumSum in de proceskosten welke aan de zijde van Ruba worden begroot op € 311,00; in conventie en reconventie Veroordeelt SumSum in de nakosten, begroot op € 62,00 aan salaris gemachtigde, een en ander voor zover van toepassing inclusief btw; Verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad. Aldus gewezen door mr. B.T. Beuving, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 november 2022 in tegenwoordigheid van de griffier.