← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2022:8469

RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13.133398-22 RK-nummer: 22/5147 Datum beslissing: 20 december 2022 BESLISSING op de vordering ex artikel 14, derde lid, Overleveringswet (hierna: OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank op 9 december 2022, strekkende tot het in behandeling nemen van een verzoek om toestemming te verlenen voor de tenuitvoerlegging van een straf die is opgelegd voor een feit dat vóór het tijdstip van de overlevering is begaan en waarvoor de betrokkene niet is overgeleverd, als bedoeld in artikel 14, eerste lid, aanhef en onder f, OLW. Dit verzoek – door de officier van justitie ontvangen op 31 mei 2022 – is ingediend door the Regional Court in Bielsko-Biała, III Penal Division, Polen, gedateerd 30 maart 2022, en betreft: [overgeleverde persoon] geboren op [geboortedag] 1988 te [geboorteplaats] , thans gedetineerd in Polen, hierna te noemen: de overgeleverde persoon. 1Beoordeling Na een beslissing van de rechtbank van 29 april 2021 is de overgeleverde persoon op 12 mei 2021 overgeleverd aan Polen. Het thans aan de orde zijnde verzoek ziet op een strafbaar feit uit 2014 waarvoor de overgeleverde persoon op 16 oktober 2017 is veroordeeld door the District Court in Bielsko-Biała (III K 470/15). The Regional Court in Bielsko-Biała heeft op 28 mei 2018 (VII Ka 52/18) het vonnis in eerste aanleg aldus aangepast dat een vrijheidsstraf is opgelegd van 2 jaar. Van deze straf resteren volgens het verzoek nog 1 jaar, 11 maanden en 25 dagen. Het verzoek bevat de gegevens als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van Kaderbesluit 2002/584/JBZ. Met betrekking tot de vraag of de overgeleverde persoon feitelijk de mogelijkheid heeft gehad al zijn eventuele opmerkingen en bezwaren met betrekking tot het verzoek tot toestemming kenbaar te maken, zijn nadere vragen gesteld aan de uitvaardigende justitiële autoriteit. Bij brief van 14 september 2022 heeft de uitvaardigende justitiële autoriteit onder andere het volgende meegedeeld: (…) the prosecuted [overgeleverde persoon] , during the session held on 19 January 2022 (…) was properly instructed before the District Court in Bielsko-Biała on the rules of requesting a European Union Member State to surrender a prosecuted person on the basis of the European Arrest Warrant, including the content of Article 607e of the Polish Code of Criminal Procedure, which specifies the specialty rule, according to which the person surrendered as a result of the warrant may not be prosecuted for crimes other than the ones which constituted the grounds for the surrender, nor may the sentence of imprisonment or other measures consisting in deprivation of liberty imposed on him for those crimes be executed (§ 1). The convict did not waive that rule. [overgeleverde persoon] was also instructed that he had an opportunity to submit any comments on the request. Instructions were delivered to him orally and the prosecuted man indicated that he understood its content, which was duly recorded. (…) Na een nadere vraag van de rechtbank hierover, heeft de uitvaardigende justitiële autoriteit bij brief van 7 november 2022 onder meer het volgende meegedeeld: I kindly inform that the following phrase, used in the letter of 14th September 2022 addressed to you by this Court: " [overgeleverde persoon] was also instructed that he had an opportunity to submit any comments on the request" refers to the "Request for giving consent to prosecute [overgeleverde persoon] , who is staying at the [detentieplaats] , for the offences committed prior to his surrender by the Dutch party, which did not constitute the basis for his surrender", and which request was drawn up on 30th March 2022 by the Regional Court in Bielsko-Biała . De rechtbank is van oordeel dat uit de aanvullende informatie volgt dat de overgeleverde persoon feitelijk de mogelijkheid heeft gehad om al zijn eventuele opmerkingen en bezwaren met betrekking tot het verzoek tot toestemming kenbaar te maken. De voorhanden zijnde stukken zijn toereikend om - met volledige eerbiediging van de rechten van verdediging van de overgeleverde persoon - een beslissing te nemen. Het verzoek betreft een feit ten aanzien waarvan krachtens de OLW overlevering had kunnen worden toegestaan. De rechtbank zal daarom het verzoek toewijzen. 2Beslissing De rechtbank verleent toestemming op grond van artikel 14, eerste lid, aanhef en onder f, en derde lid, OLW, voor de tenuitvoerlegging van een straf die is opgelegd voor een feit dat vóór het tijdstip van de overlevering is begaan en waarvoor de overgeleverde persoon, [overgeleverde persoon], niet is overgeleverd. Deze beslissing is genomen op 20 december 2022 door mr. M.E.M. James-Pater, voorzitter, mrs. P. Van Kesteren en mr. G.M. Beunk, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.T.P. van Munster, griffier. HvJ EU 26 oktober 2021, C-428/21 PPU en C-429/21 PPU, ECLI:EU:C:2021:876, punt 63.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.