RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/751438-20 RK nummer: 21/2346 Datum uitspraak: 21 december 2022 UITSPRAAK op de vordering van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 20 maart 2020 door the District Court in Koszalin II Criminal Department (Polen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag] 1975, ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres: [straat] , hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1Procesgang De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 7 december
- Het openbaar ministerie heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. G.P. Sholeh, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door zijn raadsman, mr. B.A.C. van Tuinen, advocaat in Amsterdam en door een tolk in de Poolse taal. De rechtbank stelt vast dat in deze zaak de wettelijke termijn waarbinnen de rechtbank op basis van de Overleveringswet (OLW) op het overleveringsverzoek moet beslissen, is verstreken. Dit ontslaat de rechtbank niet van haar verplichting om op het overleveringsverzoek te beslissen. Het betekent echter wel dat geen wettelijke grondslag meer bestaat voor gevangenhouding. 2Identiteit van de opgeëiste persoon Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft. 3Ontvankelijkheid van de officier van justitie Op de zitting van 7 december 2022 is uit door de opgeëiste persoon overlegde stukken gebleken dat het nationale aanhoudingsbevel is ingetrokken. Om deze reden heeft de rechtbank het onderzoek - met instemming van partijen - niet gesloten in afwachting van een mogelijke intrekking van het EAB door de uitvaardigende justitiële autoriteit. Uit de aanvullende informatie van 13 december 2022 is gebleken dat het EAB is ingetrokken. Om deze reden zal de rechtbank het onderzoek op de uitspraakdatum sluiten en de officier van justitie, conform zijn eigen vordering, niet-ontvankelijk verklaren in zijn vordering. 4Beslissing VERKLAART de officier van justitie NIET-ONTVANKELIJK in de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB. Aldus gedaan door mr. M.E.M. James-Pater, voorzitter, mrs. P. van Kesteren en mr. R. Godthelp rechters, in tegenwoordigheid van mr. F.A. Potters, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 21 december
- Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. Zie artikel 23 OLW. Zie artikel 22 OLW. De termijn van vrijheidsbeneming (en mogelijkheden tot verlenging daarvan) moeten in samenhang worden bezien met de wettelijke beslistermijn.